Oorvijg van NMa komt stroomsector slecht uit

De oorvijg die stroombedrijf Sep gisteren kreeg van de Nederlandse kartelautoriteit is het begin van een keihard gevecht.

Onder het toeziend oog van de vroegere directeur-generaal Energie van het ministerie van Economische Zaken Stan Dessens (econoom en jurist) is in 1997 door de openbare stroomsector een fout gemaakt die 14 miljoen gaat kosten.

Wie draait daarvoor op? Het grootste deel van de Nederlandse afnemers van elektriciteit, zowel huishoudens als bedrijven. Want de boete die de Nederlandse Mededingingsautoriteit (NMa) gisteren oplegde aan de Sep (Samenwerkende elektriciteits productiebedrijven) zal in de tarieven van de productiebedrijven worden doorberekend. Grote bedrijven die al rechtstreeks stroom uit het buitenland importeren, ontspringen de dans. Zij hebben weinig meer van doen met de vier grote productiebedrijven, de aandeelhouders van de Sep. De extra last zal dus grotendeels gaan drukken op de kleinverbruikers.

Een pijnlijke situatie voor de vier openbare productiebedrijven die nu geleidelijk worden geprivatiseerd. Ze zijn driftig aan het herstructureren omdat hun productiekosten te hoog zijn in vergelijking met private marktpartijen. Bovendien zitten ze middenin een delicaat proces van afwikkeling van oude verplichtingen. Een oorvijg als ze gisteren van de NMa kregen komt dan heel slecht uit.

Topamtenaar Stan Dessens die is overgestapt naar Justitie, is expert op het gebied van de elektriciteitswetgeving. Hij woonde tot eind 1989 de periodieke vergaderingen van de raad van commissarissen van Sep als overheidswaarnemer bij. In 1997 werd in het Arnhemse Sep-kantoor besloten een aanvraag van de Zeeuwse kunstmestproducent Norsk Hydro voor het transporteren van importstroom niet te honoreren, omdat zulks in strijd zou zijn met de toen geldende Elektriciteitswet-1989. Volgens die wet mochten grote ondernemingen stroom importeren, maar alleen als die voor eigen gebruik zou worden aangewend. Dessens zegt nu zich niet te herinneren of de kwestie destijds aan de commissarissen is voorgelegd. ,,Ik denk het niet, maar het is best mogelijk dat wij er bij EZ wel over geïnformeerd waren. Overigens: de directie van de Sep heeft een eigen verantwoordelijkheid, en aanwezigheid van een toehoorder bij de raad van commissarissen garandeert niet dat de wet op een correcte wijze wordt toegepast.''

Norsk Hydro in Sluiskil had zelf een centrale die toen niet meer bedrijfszeker was. Om zich van voldoende elektriciteit te verzekeren wilde het bedrijf 60 megawatt importeren, net zoveel als het vermogen van de eigen centrale. Uit de stukken die de Sep aan de NMa ter beschikking heeft gesteld, blijkt dat Norsk Hydro een contract had gesloten om stroom die over zou blijven aan een Nederlands energie-distributiebedrijf te leveren. Volgens Norsk Hydro betrof dat alleen zelf-opgewekte stroom.

Toch meende de Sep het transport te kunnen weigeren omdat het hier ,,duidelijk ging om import door een distributiebedrijf, via Norsk Hydro'', zegt een woordvoerder in Arnhem. Sep omschrijft die handelwijze als het ,,witwassen'' van verboden import. De NMa heeft daar geen boodschap aan en constateert dat het leveren door Norsk Hydro van zelfopgewekte stroom volgens de wet van 1989 zeker is toegestaan. Sep heeft zich volgens de NMa schuldig gemaakt aan ,,ernstig misbruik van haar economische machtspositie''en een ,,zware overtreding van de Mededingingswet''.

Sep verweert zich met haar verplichting om de wet strikt toe te passen, anders zou de deur worden opengezet voor illegale import. Bovendien was gebleken dat het betreffende distributiebedrijf op een koopje aan elektriciteit zou komen. Ten nadele van de openbare producenten. Op dat punt constateert de NMa juist dat goedkopere import geleid zou hebben tot lagere tarieven. Dat ,,welvaartsverlies'' had de Sep de Nederlandse verbruiker niet mogen onthouden.

Een graadje erger is nog het verwijt van de NMa dat Sep zelf de Elektriciteitswet-1989 heeft overtreden, door Norsk Hydro een extra voorwaarde te stellen die helemaal niet door de beugel kan. Sep stelde namelijk als voorwaarde voor het transport dat Norsk Hydro ook zelf-opgewekte stroom niet mocht leveren aan zijn afnemer, het distributiebedrijf. Daarmee werd in feite het hele contract om zeep geholpen.

Sep is diep gegriefd door de oorvijg van de NMa en meent ,,in het algemeen belang en te goeder trouw'' te hebben gehandeld. Het Arnhemse bedrijf, dat inmiddels niet meer verantwoordelijk is voor het stroomtransport, overweegt een beroep tegen de boete. Dat wordt een keihard gevecht tussen juristen dat de jurist Dessens op afstand zal volgen. Sep lijkt daarbij weinig kansen op succes te maken.