Onder de mantel der liefde

Mart van L. (47) woonde van 1969 tot 1973 met zijn ouders, vier broers en twee zussen in de kleine beheerderswoning van het Rotterdamse bejaardenhuis Rehoboth. Het gezin behoorde tot de Gereformeerde Gemeenten in Nederland en Noord-Amerika, die 300.000 gelovigen tellen.

,,Vader was hardwerkend, ik had veel respect voor hem, hij offerde zijn gezin op voor zijn baan als directeur', verklaarde Mart van L. woensdag onder ede voor de rechtbank in Rotterdam.

Dat vaderbeeld stortte uiteindelijk compleet in. Het begon eind 1994, toen Mart van L. op Urk ging wonen, waar zijn ouders ook een huis hadden betrokken. ,,Ik ontdekte dat er bij hen een duizelingwekkende crisis heerste. Vader zat zwaar in de problemen, ik kwam er via-via achter dat hij in Rehoboth oude dames had opgelicht, om mijn broer Cees uit de schulden te halen. Ik sprak hem daarover aan. Zijn reactie was: `wat ik doe mág allemaal en jullie kinderen hebben daar niks mee te maken'. Punt uit.'

Mart van L. na de zitting: ,,Cees had mijn vader in een walgelijke geestelijke wurggreep. Cees heet in justitiële kringen al vele jaren de reformatorische Heer Olivier. Nu hij ook vader in de ellende stortte, restte mij niets anders dan mijn mond open te doen. Hoewel ik om emotionele redenen nooit aangifte heb gedaan.'

Mart van L., hoogleraar, getuigde in de rechtszaak tegen zijn vader, de ouderling Marius-Jan (77) en zoon Cees (46). Beiden worden verdacht van het verduisteren van zo'n half miljoen gulden van ten minste drie bejaarden. De affaire – vader `beheerde' het vermogen van de oudjes in (het gereformeerde) Rehoboth via volmachten – werd ten slotte bij justitie gemeld door stichting De Keursteen, die onrecht in orthodox-protestantse kringen aan het licht brengt. Directeur M. van Hoeven van De Keursteen, ook opgeroepen als getuige maar ,,wegens ziekte en angst' afwezig, ontdekte een paar jaar geleden dat vader Van L. met name weduwen zonder kinderen grote bedragen ontfutselde. ,,Hij benaderde hen met in die kringen gebruikelijke woorden', aldus Van Hoeven. ,,Dat gaat als volgt: `O, wat vreselijk, uw man is overleden. Hij daalt af in de groeve der vertering. Zouden we niet de Here God, die boven woont, om zegen vragen, zodat Hij uw hart wil doen neigen geld ter beschikking te stellen van goede doelen, zoals de opleiding van onze predikanten?'

Toen Mart van L. voor het eerst `nattigheid' voelde, stelde hij pogingen in het werk zijn vader tot inkeer te brengen. Hij zocht contact met Rehoboth, vertelde hij voor de rechtbank. ,,Ik vroeg het bestuur mijn vader te controleren. Het waren lamlendige telefoongesprekken; het bestuur ging niks nazoeken. Ik zou het kunnen accepteren als dat uit verlegenheid gebeurde, maar het gebeurde in een sfeer van: `waar maak je je druk om? De sociale dienst betaalt die benadeelden wel'. De woede in mij daarover is nog steeds ongeblust.'

Vader Van L. ontbrak woensdag in de rechtszaal, ,,als gevolg van zijn gezondheid en emoties'.

Officier van justitie mr. N. Klip vroeg (en kreeg) aanhouding van de zaak, omdat ze de ouderling persoonlijk wil spreken. ,,Daar heb ik groot belang bij', zei ze, ,,want hij ziet nog steeds niet in dat hij strafbare feiten heeft gepleegd. Hij ontkent alles.'

De rechtbank, onder leiding van mr. P. Pulles, wilde van Mart van L. weten of hij over de affaire aanvankelijk contact heeft gehad met bestuurders van de Gereformeerde Gemeenten in Nederland en Noord-Amerika. De hoogleraar, thans Nederlands Hervormd: ,,Ja. Maar de respons was minimaal. Een paar van die dominees, absolute onderwereldkruipers, hebben 90.000 gulden van mijn vader gekregen voor hun predikantenschool. Ze gaan niet met de billen bloot, ze zeggen keihard dat ze dat geld niet hebben ontvangen. Ik wil niet generaliseren, maar al dit soort leugens en bedrog zijn schering en inslag in bepaalde christelijke kringen. Ik ben vanuit die hoek ook bejegend met termen waar ik geen woorden voor heb.'

Mart van L. vroeg later een consulent van de hervormde gemeente in Urk om advies over de voor zijn familie rampzalige kwestie. ,,Hij schreef me dat hij met Urk niks te maken had.'

Vervolgens ging hij te rade bij weer een andere predikant, een vriend van zijn vader. ,,Na veel heen en weer bellen kwam de onthutsende mededeling: `Het lijkt me het beste dat uw vader het hele verhaal eens voor me opschrijft'. Vreselijk.' Totaal moedeloos werd hij van de reactie van een derde `zware' voorganger. ,,Die zei iets van: `Och, het gaat slechts om drie fraudes. Uw vader heeft twee vrouwen en een jongeman benadeeld, is het niet'?'

Hij wist niet wat hij hoorde. ,,Wat mijn vader deed vindt men in deze christelijke kring heel gewoon, men bedekt alles met de mantel der liefde', aldus Mart van L.