Om te haten, of van te houden

De Ierse toneelgroep The Gate Theater speelt vanaf volgende week in Londen alle negentien toneelstukken van Samuel Beckett. Het festival opent met Waiting for Godot, een stuk waarin iedereen zich kan herkennen, volgens Walter Asmus, Becketts voormalige rechterhand.

Geen groter contrast. Aan vier muren hangen in olieverf generaties vrijmetselaars-grootmeesters, met gouden manchetten en in hun hand de passer waarmee ze de geordende wereld van de Grote Bouwmeester symbolisch nameten. Aan hun voeten, op een kale vloer staan twee haveloze zwervers.

ESTRAGON: ,,Well, zullen we gaan?''

VLADIMIR: ,,Ja, laten we gaan.''

[Ze blijven staan]

Vladimir en Estragon wachten op Godot, die hen zal verlossen. Intussen dromen ze, ruziën, lachen, vragen en praten ze. In een kaal landschap doden ze de tijd; veel anders is er niet te doen in het leven. Er is geen systeem, er is alleen wachten. Wie Godot is, komen we niet te weten. Hij komt niet.

In de statige vrijmetselaarsloge van Dublin hielden acteurs van The Gate Theatre deze week hun laatste repetities van Waiting for Godot, het eerste en beroemdste toneelstuk van de Ierse schrijver en Nobelprijswinnaar Samuel Beckett (1906-'89). Vanaf 1 tot en met 18 september is het met zijn andere achttien toneelstukken, monologen en sketches te zien tijdens het Beckett-festival in het Barbican Center in Londen.

In 1991 voerde het Ierse toneelgezelschap Becketts werk voor het eerst in zijn geheel op in Dublin en vijf jaar later in New York. Het Londense programma is het meest ambitieuze van de drie. De uitvoeringen – in de grote zaal en op het kleine podium van The Pit – worden omlijst met films van en over Beckett, tentoonstellingen, muziek en een serie radioprogramma's van de BBC. Voor wie het verzameld werk van `de invloedrijkste toneelschrijver van de eeuw' deze eeuw nog wil zien, is dit de laatste kans.

Beckett, die het grootste deel van zijn leven in Parijs woonde, schreef Godot in 1952. In het Frans, waaruit het pas later in het Engels, zijn moedertaal, werd vertaald. Wie van ontknopingen houdt, komt van een koude kermis thuis. Het stuk heeft geen plot en stelt alleen vragen. Het decor is desolaat. De personages zijn mensen maar zijn ook te zien als karaktertrekken of gemoedstoestanden die in één ziel om voorrang strijden. Je haat het stuk of je houdt ervan, maar het kan je niet onberoerd laten.

Ja toch. ,,Eén keer heb ik het meegemaakt'', zegt de Duitse regisseur Walter Asmus, die in 1974 Becketts regie-assistent werd en zijn hele werk sindsdien internationaal heeft geregisseerd voor het theater en de televisie. ,,Ik zat in Australië eens achter in de zaal, tussen twee zeer burgerlijke echtparen die niet het flauwste benul hadden waar het over ging. Ongelooflijk. Want de meeste toeschouwers zeggen achteraf te voelen dat dit stuk speciaal voor hen is geschreven.''

In de San Quentin-gevangenis in Amerika, waar het stuk sinds de late jaren vijftig regelmatig door de gevangenen wordt opgevoerd, geldt Godot als de wereld buiten de hekken, vrij maar onbereikbaar. Een Pools publiek zag tijdens de omwenteling van 1989 in het stuk een louterende allegorie op de communistische dictatuur. En pubers van alle leeftijden herkennen er de hevige emoties in waarmee ze zelf worstelen, zegt Asmus (58). ,,Beckett wilde nooit zeggen waarover Godot ging. Het is open voor alle interpretaties. Hij zag het meer als een muziekstuk: je kunt het wel analyseren maar je kunt het alleen begrijpen door het in zijn geheel te ondergaan.''

Asmus onderbreekt zijn repeterende acteurs nauwelijks. Af en toe maakt hij een nieuwe aantekening in het beduimelde en zwaar geannoteerde script. In de spaarzame onderbrekingen die hij inlast retoucheert hij alleen: die pauze zou langer kunnen, dat woord zou minder klemtoon moeten hebben.

En ook vraagt hij de acteurs wat ze er zelf van vinden. Asmus moet daar een beetje om lachen, want, zegt hij, dat deed Beckett nooit. ,,De timing, de bewegingen, de manier waarop elke acteur elke lettergreep moest zeggen – Beckett had dat precies in zijn kop. Hij deed het voor en zo moest het. Er was groot wederzijds respect tussen regisseur en spelers, hij was een voorstander van wat toen het angstfreies Theater heette, maar met ze discussiëren deed hij niet. Ze moesten zelf maar zien uit te vinden waaróm het zo moest. Acteurs zeiden vaak tegen hem: ik ontdek steeds nieuwe betekenissen in uw stuk. Waarop Beckett dan zei: ik ook.''

Asmus regisseerde Becketts stukken aanvankelijk precies zoals hij het Beckett zelf zag doen: nogal theatraal en soms een beetje onnatuurlijk. Zo wilde hij het en de meester hield trouwens scherp in de gaten of het ook zo gebeurde. Toen Beckett in 1989 in Parijs overleed – zijn dood werd pas bekend gemaakt toen de begrafenis al achter de rug was – was het of er een last van hem afviel, zegt Asmus bijna besmuikt. ,,Ik verloor een vaderfiguur maar ik won mijn artistieke vrijheid.''

Sindsdien zijn Asmus' Beckett-regieën steeds `neutraler en lichter' geworden, vind hij, en de acteurs beamen het. Tijdens de repetities in Dublin laten ze herhaaldelijk merken dat ze soms afwijken van eerdere Godot-versies die ze met hem hebben ingestudeerd.

Behalve de twee zwervers komen in Godot ook Pozzo en Lucky voor, een meester en een slaaf die tot elkaar zijn veroordeeld. Ze zijn archetypische symbolen maar Asmus ziet ze nu ook meer als mensen. ,,Pozzo's harde woorden tegen Lucky hebben iets onhandigs, je kunt hem ook zien als iemand die er met zijn grote lijf en zijn luide stem steeds niet in slaagt de goede toon te treffen terwijl hij het toch goed bedoelt – iedereen kent wel zo iemand. Eruit halen wat je wilt zien, zonder het zwaar aan te zetten en ook zonder andere interpretaties uit te sluiten, dat is voor een regisseur de kunst.''

Godot – Góddo, zegt Asmus – is geen `waterdicht kristal' zoals Endgame, het stuk waarvan Beckett zelf het meeste hield, en het lijkt niet op de abstracte, soms bijna woordloze scènes en mini-stukken die hij later zou schrijven en die het gezelschap ook allemaal in Londen opvoert. Godot is `complex met eindeloos veel losse draden, maar ook het meest open' – het eerste stuk dat je van Beckett moet zien, zegt Asmus.

En wie Godot is? Een woordspel op `god'? Een bestaande wielrenner van die naam? Een verwijzing naar een zekere Godeau uit een stuk van Balzac? Nadat Beckett in 1969 de Nobelprijs voor de Literatuur had gewonnen, kreeg hij een brief van een heel gewone Franse meneer Godot. Het speet hem dat hij Beckett zo lang had laten wachten, schreef hij.

The Becket Festival, 1-18/9 in the Barbican Center, Silk Street, Londen. Inl.: +44 (0)171 3822332; kaarten: +44 (0)171 8388891. BBC Radio 3 zendt van 3/9 tot 10/9 een reeks programma's over Beckett uit. Internet: www.beckettfestival.com