O heilige geranium

De Nederlandse zanger Dick Annegarn is in Frankrijk een legende uit de jaren zeventig. Nu is hij er weer, met de plaat `Adieu verdure'.

,,In 1976 heb ik op een persconferentie in Parijs, de enige die ik in mijn leven belegd heb, met veel fanfare aangekondigd dat ik mij terugtrok uit de ratrace en niet langer aan de wetten van de showbizz wilde gehoorzamen,'' zegt Dick Annegarn (47), een van Frankrijks belangrijkste blues- en folkzangers. ,,Achteraf moet ik vaststellen dat men dat misschien een beetje al te serieus genomen heeft: jarenlang moest ik mijn platen in eigen beheer laten verschijnen.''

Met Annegarn loop ik over de markt van Wazemmes, een armelijke voorstad van het Noord-Franse Rijssel (Lille). Hier snuffelt hij wat bij een stalletje met oude boeken en liedteksten uit de vorige eeuw; daar koopt hij een schapenkotelet voor vanavond. Iedereen lijkt hem te kennen en hij lijkt iedereen te kennen, van het kleine Algerijnse meisje dat hem goedendag komt zeggen tot de handelaar in tweedehands meubelen. En de jongen die hem een zelfgebrande cd overhandigt, met zelf op muziek gezette poëzie van Éluard.

,,Natuurlijk kennen ze me, want hier op de markt koop ik alles wat ik nodig heb, van eten tot kasten'', zegt Annegarn. Hij woont sinds kort in een rustiek, bakstenen complex van arbeidershuizen uit de vorige eeuw, dat luistert naar de rozige benaming Villa Camille, maar waarvan de muren nog lijken doortrokken van het bloed, zweet en tranen van de Industriële revolutie. ,,Lille is zo'n beetje de laatste Europese stad van betekenis waar het leven nog betaalbaar is'', zegt de zanger.

Op de markt kennen ze hem ook omdat Annegarn, een legende uit de Franse jaren zeventig, sinds ongeveer een jaar weer regelmatig op de televisie verschijnt of op de radio te horen is. De zanger is bezig aan zijn come back. Niet in die zin, dat hij nu plotseling de sterrenstatus nastreeft: hij lijkt uiterst tevreden met een in materieel opzicht bescheiden bestaan, waarin hij de Rijsselse arbeiderswoning op gezette tijden verwisselt voor een huisje in het Marokkaanse dorpje Essaouira.

Voor het eerst sinds tijden heeft hij weer een platencontract met een grote firma, Warner. Vorig jaar verscheen, na vele jaren relatieve obscuriteit, Annegarns album Approche-toi. En een eendagsvlieg is de teruggekomen Annegarn geenszins: dit jaar is er alweer een nieuw album, Adieu verdure.

De zanger en tekstdichter Annegarn lijkt zichzelf in al die jaren artistiek trouw gebleven. De liedjes waarmee hij in de jaren zeventig bekend werd, en die veel Fransen die deze tijd hebben meegemaakt nog altijd kennen als vertolking van het hippie-achtige en idealistische levensgevoel van die jaren, kenmerkten zich door een kernachtige naïviteit, zowel in tekst als in de muziek. Een beetje eentonig zijn ze ook vaak, met als onmiskenbaar voordeel dat tekst en melodie zich vlug in het geheugen vastzetten.

In Sacré géranium – bedoeld als een antwoord op Gilbert Bécauds bombastische C'est la rose l'important – zong Annegarn de lof van minder hoogstaande planten als geranium, anemoon of groenten. Andere succesnummers uit die tijd – steeds gezongen met eigen gitaarbegeleiding – zijn meer absurdistisch van aard, zoals Bébé élephant of het op de bekende toneelfiguur van Alfred Jarry geïnspireerde Ubu: ,,il avait un tout petit zizi et un gros cul, le père Ubu [...] Merde dit Ubu et le roi est mouru''.(`hij had een klein pikkie en een dikke kont [...] Shit zei Ubu en de koning ging dood').

Jeugdpuistjes

In de jaren negentig zingt Dick Annegarn opnieuw van die geserreerde, soms lichtelijk hermetische teksten, die je met een term uit de Nederlandse jaren zeventig `luisterliedjes' zou kunnen noemen: `c'est dans les rêves que les hommes s'en vont vers d'autres horizons que la voie de leur ombre'. (`In hun dromen gaan de mensen op weg naar een andere horizon dan de weg van hun schaduw'). Zijn stem is met de jaren vaster, maar ook een beetje rauwer geworden, wat voor een zanger die zich bij voorkeur van bluesschema's bedient geen bezwaar mag heten. De jeugdpuistjes die de foto's op zijn eerste platen sierden, zijn verdwenen.

Maar niet langer zijn op de nieuwe platen alleen de stem en de gitaar van Annegarn te horen. Warner, zo vertelt hij met enige verwondering, stuurde hem meteen naar een studio in New York, want tegenwoordig komen platen tot stand met studiomuzikanten en producers. ,,Het is nog aardig moeilijk om greep te houden op je eigen creaties, onder dat soort omstandigheden,'' zegt hij op een verontwaardigde toon. Of hij dat meent is moeilijk is te doorgronden. Hij houdt trouwens deze hele zonnige dag waarop we door Rijssel lopen iets raadselachtigs, dat wel bij zijn liedjes past.

,,Ik heb in Phnom Penh nog eens geprobeerd een musical-theater op te zetten'', zegt Annegarn, als we een Vietnamees restaurant betreden waar ze hem ook al kennen. ,,Mij stond een Khmer-versie van rai voor ogen, want de blues is overal''. Maar Annegarns Cambodjaanse carrière kwam niet echt van de grond, begrijp ik, en hetzelfde gold voor een Hongaars en een Tsjechisch avontuur.

Jarenlang voer hij met een binnenvaartschip door Noord-Frankrijk, met aan boord een radiostation met een frequentiebereik waarvoor geen zendvergunning nodig is. De bedoeling was om met de opvarenden een artistiek collectief te vormen en onderweg radiodocumentaires te maken die dan van de boot werden uitgezonden. Het was een aardig idee, geheel passend in de opgetogen sfeer van het après-68 in Frankrijk, de periode na de studentenrevolte van 1968 die – zei men – de verbeelding aan de macht had gebracht.

,,Maar het ging moeizaam, want als je je boot openstelt voor iedereen die mee wil doen, krijg je alle gekken van de wereld over de vloer'', zegt Annegarn. Hij had jarenlang een revolver aan boord, voor het geval dat.

We spreken Frans, wat bij een gesprek met een Franse zanger voor de hand lijkt te liggen, maar niet in dit geval: Dick Annegarn is Nederlander. ,,Geboren in Den Haag'', zegt hij, in het Nederlands nu, maar het blijft bij korte flarden moedertaal. Hij lijkt zich bij het spreken van Nederlands onbehagelijk te voelen. Hij heeft ook nooit de geringste moeite gedaan om in Nederland als artiest ingang te vinden. ,,Ik ben er niet op tegen om in Nederland bekend te zijn, maar het is graag of niet''.

Zijn Nederlandse komaf – op zijn zesde verhuisde hij met zijn ouders naar Brussel – wordt in ieder Frans artikel over Annegarn vermeld, als aardige bijzonderheid. Soms voert Annegarn in een tekst ook wel eens een Nederlandse regel in: `Huis te koop, rijp voor de sloop' hoor je plotseling in Maison à vendre.

Als Nederlander valt je trouwens de `O' (als in eau) op, die voller en pronter lijkt dan zoals de Fransen hem uitspreken. ,,Klopt'', zegt Annegarn. ,,Mijn keel is nog Nederlands. Ik zoek in mijn teksten ook vaak naar mooie woorden met een `O', omdat je dan één lettergreep lekker over meerdere tonen kunt uitsmeren. In het Frans is dat bij de meeste woorden veel moeilijker dan in het Nederlands''.

Dick Annegarn is begonnen met een gitaar voor een caféterras, in Parijs anno 1971. ,,Hoe gaat dat: op een dag kom je iemand tegen die zegt: mijn zus is grimeuse bij de televisie, die kan misschien wel iets voor je regelen. Dat gaat trouwens je hele leven door: mensen die je dingen voorspiegelen waar weinig van terechtkomt. Maar ik heb vooral mijn weg gevonden door te zingen in cafés en op liederenavonden in allerlei clubs – hoottenannies noemden ze dat hier destijds''.

Zijn aarzeling over een emigrantenbestaan in die eerste jaren komt naar voren in een van zijn bekendste liedjes, Bruxelles: ,,Bruxelles ma belle / Je te rejoins bientôt / Aussitôt que Paris me trahit''. (Mijn schoon Brussel, ik ben spoedig weer bij je, zo gauw als Parijs me verraadt). Maar zover is het dus nooit gekomen. Dick Annegarn bleef. Op zijn laatste plaat heeft hij aan zijn nieuwe woonplaats een zeer mooi liedje (Lille) gewijd dat zo mogelijk nog triester is dan de andere – over een duivenliefhebber, een gewichtheffer en een dakloze.

Berber-zanger

Zijn hart trekt naar het Zuiden, vooral sinds hij in Marokko bevriend is geraakt met de Berber-zanger Raïs Mohand, wiens vader hem ook voor de duur van zijn leven het stukje grond bij Essaouira cadeau heeft gedaan om een huisje op te bouwen. Mohand is half landbouwer, half beroepsmuzikant. Je kunt hem, met zijn twee vrienden, inhuren als er op de bruiloft muziek nodig is.

Annegarn heeft ze meegenomen op tournee, toen hij de afgelopen maanden Frankrijk door trok ter promotie van zijn nieuwe plaat. En hij heeft een album van Mohand en zijn vrienden geproduceerd, Azorf. Op een cd-rom-gedeelte van het schijfje zie je ze aan het werk, muziekmakend en een huisje metselend. Annegarn heeft het filmpje zelf vervaardigd. Altijd lachende mensen, straatarm in een hoekje woestijn aan de Marokkaanse kust.

De sfeer in deze buurt van Rijssel is goed, vertelt Annegarn terwijl we van het restaurant naar huis lopen. ,,Het Front National krijgt hier geen poot aan de grond, Frans-Vlaanderen en de Maghreb leven hier vredig samen. Maar er is wel veel andere ellende natuurlijk: drank, drugs.'' Gelukkig beschikt hij over een vervaarlijk uitziende, zwarte hond – Hugo geheten – die pas bij nadere kennismaking een vriendelijk beest blijkt te zijn.

Wat hij onder andere zo aantrekkelijk vindt aan het bestaan van zijn vriend Mohand, vertelt hij, is dat muziek voor hem een bezigheid is naast andere. Voor Mohand niet de stress van een artiestenbestaan, de vraag of je succes hebt en hoe het nu verder moet. Is er een bruiloft, dan komt hij opdraven.

Zo had hij zich het leven ook voorgesteld, vertelt Annegarn, toen hij in 1976 die persconferentie gaf: zijn carrière als muzikant zou voortaan nog maar één van de dingen in het leven zijn. Maar ja: thuis staat het antwoordapparaat vol met boodschappen van Warner: afspraken voor interviews, duizend dingen die geregeld moeten worden voor optredens. Dick Annegarn is terug in de showbiz.

Recente platen van Dick Annegarn zijn `Adieu verdure' (Tôt ou tard 3984-26749-2)) en `Approche-toi' (Tôt ou tard 3984-20966-2). Ouder werk is verzameld op de dubbel-cd Bruxelles... (Polydor 533 624-2). `Azorf' van Raïs Mohand verscheen bij WEA (3984-26920-2).