Nederland moet in KFOR-leiding

Nederland moet veel meer invloed krijgen op het internationale beleid op de Balkan, vindt J. Schaberg. Maar dan verdient het wel een plaats in de kopgroep van landen die een coördinerende verantwoordelijkheid heeft voor een multinationale sector.

Voorlopig zal het Westen de handen vol hebben aan de Balkan. Want het is onmogelijk de Balkan de Balkan te laten, zoals wel eens luchthartig wordt gesuggereerd. Binnen de kortste keren leidt dat namelijk tot een veel grotere oorlog. Alles wat er op de Balkan plaatsvindt treft Nederland ook en kan onze sociale, economische en veiligheidsstructuur aan het wankelen brengen. Daarom kan Nederland zich niet aan NAVO-operaties aldaar onttrekken.

Bij dit soort belangrijke internationale beslissingen gaat het altijd in belangrijke mate ook om het gebruik van militaire macht. Niet alleen de initiële beslissing om militaire macht aan te wenden, zoals in Bosnië en Kosovo, is van belang, minstens zo belangrijk is het beleid tijdens zo'n interventie als bijvoorbeeld de omstandigheden anders zijn dan voorzien kon worden. Militaire commandanten hebben daarbij een belangrijke stem. Ze houden altijd een nauw contact met hun nationale regeringen. De nationale politiek wordt, als het goed is, vertaald in de beslissingen op het gevechtsveld en niet omgekeerd. Nu geldt dat natuurlijk niet op alle niveaus. Meer dan dertig landen leveren troependetachementen voor de NAVO-vredesmachten in Bosnië en Kosovo. Met z'n dertigen kan je geen oorlog voeren. De belangrijke beslissingen worden genomen door de commandanten van de hogere militaire commando's, die de grootste invloed hebben op het hele gebeuren.

In Bosnië en Kosovo kan er zo niets gebeuren zonder de medewerking en instemming van de bevelhebbers van de NAVO-troepen aldaar, SFOR respectievelijk KFOR. Deze bevelhebbers bepalen in hoge mate de gang van zaken en doen dat na nauw overleg en met stilzwijgende instemming van de sectorcommandanten die onder hun leiding heel Bosnië, respectievelijk heel Kosovo bewaken. Alle eenheden van de circa dertig troepenleverende landen zijn verdeeld over de verschillende multinationale sectoren, die vervolgens het bevel voeren over deze eenheden. In Bosnië zijn er drie multinationale (divisie)sectoren, gecommandeerd door Amerika, Engeland en Frankrijk. In Kosovo zijn er vijf multinationale (brigade)sectoren, geleid door Amerika, Engeland, Frankrijk, maar nu ook Duitsland en Italië. Die sectorcommandanten hebben allemaal, al behoort dat niet tot het officiële beleid, een rechtstreekse telefoon met hun regering en plegen daarmee regelmatig overleg. Vijf landen hebben aldus in Kosovo de touwtjes daadwerkelijk in handen en bepalen er de gang van zaken. Nederland behoort daar tot ergernis van minister Van Aartsen niet bij.

Nederland levert met circa 3000 militairen een aanzienlijke militaire bijdrage aan de operaties in Bosnië en Kosovo. Getalsmatig en qua uitrusting en geoefendheid behoren we tot de absolute topgroep van de deelnemende landen. Toch heeft Nederland geen commanderende functie in de hogere militaire hiërarchie. In Bosnië staan de Nederlandse eenheden onder Brits bevel, in Kosovo onder Duitse leiding. Hoe goed die samenwerking ook is, in de bevelsketen is het een ondergeschikte plaats.

Het is een Nederlands nationaal belang dat de problemen op de Balkan onder controle worden gebracht, daarom zijn we daar. Het is dan ook een nationaal belang dat Nederland maximaal invloed heeft op het te voeren internationaal beleid op de Balkan, zoals in Kosovo. Maar dan moet Nederland een plaats opeisen in de kopgroep van landen die een coördinerende en commanderende verantwoordelijkheid hebben voor een multinationale sector. We beschikken over de middelen daartoe en hebben parate brigadestaven, doorkneed in het vak en internationaal gerespecteerd. Ook hebben we de `infrastructuur' om zo'n brigadesector te leiden. Inlichtingenorganen, zoals onze zeer gespecialiseerde commandotroepen, onmisbaar bij operaties zoals op de Balkan, maar ook verbindingssystemen waar onderbevelgestelde eenheden van andere nationaliteiten op kunnen aansluiten.

Wil je geen `voetveeg' worden in de NAVO, dan moet je een plaats veroveren in de groep van landen die de echte beslissingen neemt. Nederland beschikt over het internationaal vertrouwen, de capaciteiten en de kennis om een leidinggevende rol te spelen bij operaties zoals in Kosovo. Het wordt tijd dat het uit zijn bescheiden schulp kruipt en een plaats opeist overeenkomstig zijn politieke en militaire positie in Europa.

J. Schaberg is generaal-majoor b.d. van de Koninklijke Landmacht.