NAVO-concept is niet zo vanzelfsprekend

Jan Zielonka herinnert zich de veiligheidshysterie die zich in de donkerste dagen van de Koude Oorlog van de autoriteiten in zijn geboorteland Polen meester maakte (NRC Handelsblad, 24 augustus). Maar in het Westen was het niet veel minder. De BB (Bescherming Bevolking) had voor Nederland een heel scenario klaarliggen voor het geval de Bom zou vallen. Daar waren allereerst de schuilkelders waar de leiders van de natie (die van de BB voorop) zich konden terugtrekken om, immuun voor de radioactieve neerslag, hun belangrijke taken ten dienste van het volk voort te zetten. Het volk zelf kreeg het advies zich in de nabijheid van de sterkere delen van woning of werkplaats op te houden, zoals trappenhuizen en schoorstenen, ramen en deuren te sluiten en de radio aan te zetten voor verdere mededelingen. Op de redactie waar ik toen werkte, werd men geacht onder het eigen bureau dekking te zoeken. Oefeningen dienaangaande leidden gemakkelijk tot hilarische toestanden.

In Amerika, het land van het particuliere initiatief, moet in die dagen in menige tuin een familieschuilkelder zijn aangelegd, compleet met proviand en medicamenten voor de tijd dat op het sein Veilig zou moeten worden gewacht. Uiteindelijk is de hysterie in het Westen verwaaid, zoals Zielonka ook voor Polen constateerde. De BB is eens formeel opgeheven, maar niemand heeft daar wakker van gelegen. Toch merkwaardig, omdat het aantal atoombommen en raketten sindsdien jarenlang alleen maar toenam. Zelfs de bedenkers van deze arsenalen moesten op een gegeven moment toegeven dat van een `overkill' sprake was: Oost en West waren, en zijn nog steeds, in staat elkaar verschillende malen achtereen te vernietigen, afgezien van de gevolgen voor de rest van de wereldbevolking.

De hysterie der autoriteiten gedurende de jaren vijftig en zestig heeft in de jaren tachtig een echo gehad in de bezorgdheid onder de bevolking over het NAVO-plan om in een aantal West-Europese landen van atoomkoppen voorziene kruisraketten te plaatsen. `Beter een Rus in je tuin dan een kruisraket', luidde toen een ietwat defaitistische slogan. Maar op de een of andere manier hadden de mensen uit het `Denken over het ondenkbare' van de geleerden toch begrepen dat het `verlagen van de atoomdrempel' het risico van een Europese oorlog kon vergroten. De angst bracht massa's op de been, totdat de door Gorbatsjov in de Sovjet-Unie geïntroduceerde veranderingen de bewapeningsrace hielpen beëindigen en de kruisraketten in Europa overbodig maakten.

We zijn nu een tien jaar verder. De NAVO wordt omgesmeed tot een instrument van vredesbevordering in de Europese periferie. Daarin is voor nucleaire wapens geen plaats. Zojuist heeft de organisatie in haar vernieuwde opzet in Kosovo een proeve van bekwaamheid afgelegd. Het resultaat is niet onverdeeld gunstig alhoewel het eerste doel – de provincie veilig maken voor haar Albanese meerderheid – wel min of meer is bereikt. Alleen al militair is de uitslag genuanceerd. De Amerikanen hebben technologisch een hoogstandje laten zien, maar dat heeft de militaire armoede van de deelnemende Europese staten onderstreept. De balans moet nog worden opgemaakt, maar nu al kan worden voorspeld dat Amerika's generaals geen appetijt hebben voor een herhaling. De bemoeienis van sommige Europese regeringen met het verloop van de campagne is hun slecht bevallen. Zij erkennen achteraf dat zij bij het uitkiezen van de doelen hun eigen weg zijn gegaan toen de luchtoorlog tegen Joegoslavië als gevolg van politieke beperkingen in een mislukking dreigde te eindigen.

De interventiebereidheid van de NAVO heeft de Teldersstichting, het wetenschappelijk bureau van de VVD, verleid tot een opvallend pleidooi voor een veiligheidsdenken dat herinneringen oproept aan de strategieën uit de tijd van de Koude Oorlog. Patrick van Schie, medewerker van de stichting, heeft onlangs in een artikel in deze krant tenminste een ingrijpende correctie aangebracht op de formules zoals die binnen de NAVO, maar ook in aanzetten tot een Europees veiligheidsbeleid zijn en worden ontwikkeld. Schie ziet meer in de beveiliging van het eigen grondgebied tegen mogelijke toekomstige gevaren dan in allerhande excursies om `out of area' de orde te herstellen dan wel te handhaven. Zijn constatering dat oorlog oorlog is, met alle consequenties van dien, ook als oorlog als vredesmissie in de boeken wordt bijgeschreven, is in ieder geval een nuttige relativering van het momenteel politiek correcte denken.

Er is zeker aanleiding om de ideeën die ten grondslag liggen aan het nieuwe strategische concept van de NAVO en aan het Gemeenschappelijk Buitenlands en Veiligheids Beleid van de Europese Unie in het licht van de ervaringen met vredesmissies in de voorbije tien jaar nog eens kritisch tegen het licht te houden. Maar of een terugkeer naar een meer traditioneel veiligheidsdenken, inclusief een geestelijke en praktische mobilisatie van de burgerbevolking – zoals Schie die zich wenst – bij afwezigheid van directe bedreigingen een geloofwaardig alternatief is, lijkt twijfelachtig. Zelfs in de dagen van de Koude Oorlog kwam het volk pas op de been nadat het door eigen authentieke zorgen daartoe gemotiveerd raakte. Van bovenaf verordonneerde campagnes wekken doorgaans niet veel meer dan lacherigheid.

Bij het bedenken van strategische concepten speelt mee dat de jongens en meisjes in het groen bezig moeten worden gehouden. Over de beschikbaarheid van militaire middelen als factor bij het gebruik ervan hebben kritische denkers als de Amerikaanse senatoren George McGovern, Eugene McCarthy en J. William Fulbright in de jaren zestig en zeventig naar aanleiding van de Vietnamoorlog behartenswaardige dingen gezegd en geschreven. Een militair apparaat zonder doel of concept komt in de ruimte te zweven, maar andersom bevordert het hebben van een concept wat die senatoren herkenden als The arrogance of power.

Nederland staat voor de publicatie van een nieuwe nota over het defensiebeleid. Uit reacties van minister De Grave op de wetenschappelijke publicatie van zijn eigen partij mag worden afgeleid dat hij niet kiest voor de daarin uitgestippelde weg. Die zou hem ook ver wegvoeren van de bondgenoten. Maar wat meer aandacht voor de wenselijkheid van algemene militaire terughoudendheid zou de minister niet misstaan. En het zou hem in het overleg met de vredespartners nog een flinke steun in de rug kunnen geven. Want ook voor vredesmissies geldt dat zij te gemakkelijker worden ondernomen naarmate de middelen ruimer beschikbaar zijn.

J.H. Sampiemon is commentator voor NRC Handelsblad.