Mitterrand een beetje antisemiet

,,Een belediging, een uiting van haat'', briest Mazarine Pingeot. De buitenechtelijke dochter van François Mitterrand komt in Le Monde vandaag woorden tekort om het verwijt van zich af te werpen. Maar het citaat ligt er. En het klinkt niet goed.

Op de laatste dag van zijn presidentschap, 17 mei 1995, ontving Mitterrand op het Elysée-paleis de schrijver Jean d'Ormesson voor zo'n agendaloos gesprek onder intellectuelen waar hij verzot op was. Na een uitwisseling van gedachten over zaken van staat en moraal, bracht d'Ormesson het gesprek op René Bousquet. De schrijver zegt dat velen niet begrijpen dat Mitterrand tot lang na de oorlog vriendschappelijke betrekkingen onderhield met deze centrale figuur in het met Hitler collaborerende Vichy-bewind. Waarop de president zou hebben geantwoord: ,,U constateert daar de machtige en schadelijke invloed van de joodse lobby in Frankrijk.'' D'Ormesson, in zijn net verschenen boek Le Rapport Gabriel, waarin de scène beschreven staat: ,,Daarop viel een lange stilte.''

Niet in Frankrijk anno 1999. De verontwaardiging bij ex-medewerkers van de president is groot. In Libération zegt oud-minister Bianco, voorzitter van het Institut François Mitterrand: ,,Hij had een diep gewortelde afkeer van alles wat op antisemitisme leek''. Le Monde citeert bekende Fransen van links en rechts, die geloof hechten aan d'Ormessons onthulling. De schrijver, lid van de Académie Française, staat bekend als eerlijk en serieus, al deelde hij Mitterrands politiek bepaald niet.

Jean Lacouture verdedigt in zijn recente biografie van Mitterrand de stelling dat de man in zijn ambiguïteit bij uitstek Frans was. Ook hij vertrouwt d'Ormessons citaat, zonder het helemaal te begrijpen. In Libé zegt hij: ,,Van Lodewijk IX tot de Derde Republiek is het antisemitisme een Franse ziekte geweest. Het zit diep in dit oude katholieke land. Die continuïteit komt hier zo te zien terug bij een man die meer dan gemiddeld ver af stond van de Fransen.''