Lastenverlichting

UIT HET KABINETSBERAAD over de miljoenennota die op Prinsjesdag wordt gepresenteerd, is gelekt dat de Nederlandse burgers volgend jaar een lastenverlichting van één miljard gulden te wachten staat. Daar blijft het niet bij: de komende drie jaar zal Paars-II voor in totaal zeven miljard gulden aan lastenverlichting doorvoeren. Dat klinkt als een royaal gebaar van een aardige suikeroom, maar zo vrijgevig is het kabinet niet.

In het regeerakkoord was al vastgelegd dat voor de invoering van het nieuwe belastingstelsel (in 2001) vijf miljard gulden zou worden vrijgemaakt om knelpunten in de inkomensgevolgen van het nieuwe stelsel op te lossen. De twee miljard waartoe het kabinet deze week heeft besloten, is een sigaar uit eigen doos. Vorig jaar zijn de lasten in Nederland met zo'n twee miljard gulden verhoogd om de vermogensposities van de sociale fondsen bij te spijkeren. Deze waren in het begin van de jaren negentig geleidelijk uitgehold doordat de toenmalige kabinetten uit inkomenspolitieke overwegingen de sociale premies steeds aanpasten. De twee miljard lastenverzwaring van 1998 wordt in twee delen (1999 en 2002) weer teruggegeven.

Het kabinet heeft goede bedoelingen met de voorgenomen lastenverlichting. Een beetje inkomenspolitiek, een beetje bevordering van de werkgelegenheid, een beetje sociaal gezicht. De kinderbijslag, het sociale minimum en de AOW gaan omhoog, evenals de aftrekpost voor werkenden. Het gaat Nederland economisch voor de wind en volgend jaar mag iedereen daarvan door een bescheiden inkomensverbetering profiteren.

HET GEMAK WAARMEE het kabinet het eens is geworden over de lastendruk voor volgend jaar is niet alleen een kwestie van degelijk begrotingsbeleid. De hoger dan geraamde economische groei zorgt voor extra inkomsten en het plafond dat minister Zalm (Financiën) voor de uitgaven heeft vastgesteld, wordt gerespecteerd. Er is ook een nieuw element in het geding. Het financieringstekort, de plaag van de afgelopen vijfentwintig jaar, is eindelijk als allesoverheersend probleem verdwenen.

De politieke en ambtelijke discussie over de omvang van het tekort in 2000 en de jaren daarna gaat over tienden van procentpunten en dat kan achteraf mee- of tegenvallen, al naar gelang de feitelijke economische ontwikkelingen. Gezien de huidige bloeiende economie ligt het voor de hand dat Nederland – net als veel andere industrielanden – een begrotingsoverschot heeft en in versneld tempo zijn staatschuld vermindert. Los hiervan is het van belang vast te stellen dat een begroting die min of meer in evenwicht is, buitengewoon rustgevend is voor het politieke bedrijf. Deze situatie had jaren geleden al kunnen worden bereikt als eerdere kabinetten en ministers van Financiën meer doorzettingsvermogen hadden getoond.

NEDERLAND STAAT wat de overheidsfinanciën betreft aan de vooravond van een nieuwe periode. Als de begroting in evenwicht is, vertaalt de economische groei zich ieder jaar in een miljardenbedrag dat als het ware vanzelf in de schatkist stroomt en beschikbaar is voor verdeling. Het politieke debat gaat dan over de keuzes voor de bestemming van deze meevallers – lastenverlichting, schuldaflossing, extra uitgaven, sociale zekerheid. De lastenverlichting van één miljard die het kabinet voor 2000 heeft uitgetrokken, is hiervan nog maar een voorproefje.