Klungelend door het leven

Agnes is terug en vriendin Bea raast weer voort. `Weet je wat het met jou is, Agnes, dear? Jij lééft niet. Jij en Arthur léven niet. Er zit geen enkel avontuur in jullie leven. Ontken het maar niet. Jij komt thuis en wie zit daar? Arthur. Is dat leven? God, wat voorspelbaar. How predictable can you get.' Na de terugkeer van Peter van Straatens Agnes-column in Vrij Nederland waren in de brievenrubriek vergelijkbare geluiden te horen. Lezers vonden dat `hun' Agnes veranderd was in een burgertrut, een saaie doos, een slaapverwekkend deugdzaam type dat niet langer een feuilleton over haar leven verdiende.

En inderdaad: niet langer is Agnes de schipperende alleenstaande moeder met een van drank, onzekerheid en schuldgevoelens overgoten leven. Nu concludeert ze vrij rustig dat Bea dronken is en dus aan het beledigen slaat. Dan gaat Bea immers altijd `vreemde talen door haar conversatie mengen'. Nu trouwt Agnes met Arthur. Nu is zoon Daniël `gelukt' en woont hij op kamers. Nu verdient Agnes goed. Nu heeft ze met Arthur een romantisch tweede huis in Italië. Saai is Agnes echter niet, al is ze in dit elfde boekje, Ciao Agnes, zelfstandiger en stabieler dan voorheen.

Want het blijft toch tobben. Arthur heeft het aan zijn hart. Agnes gaat vreemd met oudgediende Fuut terwijl Arthur bijna bezwijkt in het ziekenhuis. Daniël wil opeens trouwen met ene Barbara. Agnes vindt, op haar oorbellen na, weinig opmerkelijks aan het meisje. Een van de o zo gezellige buurnichten in Italië blijkt ineens biseksueel. En Agnes vreest de overgang, een `oud wijf met kwaaltjes' te worden.

Waar de cartoons van Peter van Straaten in een keer raak zijn, de pijnlijke situatie wordt je als het ware recht in je gezicht geworpen, moeten zijn Agnes-verhalen het hebben van gekabbel. Agnes klungelt zich een weg door het leven en de lezer klungelt mee. Haar belevenissen verrassen zelden, al kan ze ondanks haar leeftijd wel verbazend makkelijk mannen krijgen.

Van Straatens taal is vooral effectief te noemen. Hij schrijft korte zinnen, rechttoe-rechtaan. Maar zijn dialogen zijn levensecht: soms is iemand snedig, meestal wauwelt iedereen er maar wat op los. Het leest prettig. Alleen Van Straatens gebruik van spreekwoorden is te melig: `Agnes was allang blij dat ze de lachers op haar hand had, al was het er dan maar één'; `[Arthur] moest door een pijp in- en uitademen en meestal gaf hij al na een drie minuten die pijp aan Maarten.'

Het genot van het Agnes-lezen bestaat voor een groot deel uit herkenning. Vooral haar eeuwige goede voornemens en het mislukken daarvan, zijn op een bepaalde manier geruststellend. Agnes wikt en weegt. Als ze iets goed heeft gedaan, staat ze zichzelf een kleine zonde toe. Die loopt vervolgens uit de hand. En dan tracht ze opnieuw met een schone lei te beginnen. Ze boent het huis, verandert de inrichting en komt daarvan bij in het café. Waarna alles weer uit de hand loopt. Telkens is er weer een nieuwe dag, om te stoppen met roken, met drinken, met vreemd gaan, te vet eten en andere alledaagse ondeugden.

Peter van Straaten: Ciao Agnes. De Harmonie, 170 blz. ƒ26,50