Irak gebruikt epidemie in strijd tegen sancties

Irak kampt met een mond- en klauwzeerepidemie en wil vaccins produceren – in een fabriek waar vroeger biologische wapens werden vervaardigd.

Irak wordt geteisterd door een nieuwe ramp: het zeer besmettelijke mond- en klauwzeer, waaraan reeds veel paarden en koeien zijn overleden. Daarom heeft de Iraakse regering volgens het Britse blad The Times de VN toestemming gevraagd om de Daura-fabriek, waar vroeger vaccins werden gemaakt, te mogen heropenen. Deze fabriek werd drie jaar geleden door UNSCOM, de Speciale Ontwapeningscommissie van de VN voor Irak, opgeblazen, nadat was vastgesteld dat er in het geheim biologische wapens werden gemaakt.

De bewijzen waren zó overweldigend dat Bagdad uiteindelijk moest toegeven dat de fabriek in 1990 door een onderzoekscentrum naar biologische wapens was overgenomen. Dit centrum had vervolgens vanaf 1992 de produktie van vaccins gestaakt en in plaats daarvan op grote schaal botuline toxine vervaardigd. Daarvoor werd dezelfde uitrusting gebruikt als voor de aanmaak van vaccins. Toch bleef Irak volhouden dat het nooit biologische wapens had gemaakt.

Wapendeskundigen binnen èn buiten UNSCOM zijn op feitelijke gronden ervan overtuigd dat president Saddam Hussein nog steeds doorgaat met zijn door de VN verboden programma van massa-vernietigingswapens. Volgens The Times, die zich baseert op informatie van de Britse inlichtingendiensten, heeft Saddam Hussein met name bevolen de ontwikkeling en de produktie van bepaalde bacterieën die tegen antobiotica bestand zijn, ter hand te nemen.

Sinds een paar maanden gebruikt de Iraakse regering de mond- en klauwzeerepidemie voor haar niet aflatende campagne tegen de sancties van de VN, die nu ook voor díe ramp verantwoordelijk zouden zijn. Daarom heeft zij geen maatregelen genomen om de epidemie daadwerkelijk te bestrijden door het slachten van ziekgeworden vee en de vaccinatie van de nog niet besmette veestapel.

Bagdad voert precies dezelfde politiek ten aanzien van de andere noden van de Iraakse bevolking. Volgens Benan Sevan, de directeur van UNICEF (het kindernoodfonds van de VN, in Irak zeer actief), heeft Bagdad het herhaalde verzoek van UNICEF om speciale voedzame levensmiddelen te kopen in het kader van het Olie-voor-Voedsel-programma van de VN niet opgevolgd. UNICEF publiceerde onlangs een opzienbarend rapport over de sterk toegenomen kindersterfte in Irak, die het zowel aan de sancties van de VN als aan de politiek van Bagdad weet.

Doordat de overheid minder voedzame etenswaar aankoopt dan UNICEF heeft aanbevolen, krijgt de bevolking in de door Saddam Hussein gecontroleerde gebieden minder calorieën dan nodig is. Dat is des te opmerkelijker nu Bagdad door de sterk gestegen olieprijzen in de periode mei-november opeens veel meer geld binnenkrijgt: 6,3 miljard dollar. Maar het heeft – volgens het Olie-voor-Voedsel-programma – slechts eenduizendste van dat bedrag (6,6 miljoen dollar) uitgetrokken voor aanvullend en proteïnerijk voedsel ten behoeve van moeders en kinderen. Ter vergelijking: toen het Olie-voor-Voedsel-programma in 1996 van start ging, werd daarvoor nog 15 miljoen dollar uitgetrokken.

In het Koerdische gebied, waar Saddam het niet voor het zeggen heeft en de VN voor de distributie van voedsel verantwoordelijk zijn, wordt conform de wens van UNICEF veel meer geld besteed aan koekjes met een hoog proteïnegehalte en verrijkte melk. Dáár is de kindersterfte dan ook fors gedaald.

Zelfs secretaris-generaal Kofi Annan van de VN, die de afgelopen jaren blijk gaf van grote welwillendheid tegenover het regime in Bagdad, heeft in zijn rapport aan de Veiligheidsraad geschreven dat de Iraakse overheid veel meer zou kunnen doen voor moeders en kinderen. Tevens vroeg hij de sanctiecommissie van de Veiligheidsraad om zich soepeler op te stellen wat betreft de export van waterzuiveringsinstallaties. Met name de VS blokkeren vaak die verzoeken omdat zij bevreesd zijn dat daarmee een dual purpose wordt gediend, dat wil zeggen niet alleen civiele, maar ook militaire doeleinden.

Naar aanleiding van het schandaal rond het onlangs door Koeweit in beslag genomen schip met levensmiddelen die Irak zou hebben geëxporteerd, schreef Annan ook dat de Iraakse overheid op een betere kwaliteit van de aangeleverde goederen zou moet letten door betrouwbaarder importeurs in de hand te nemen. Volgens Irak was er namelijk absoluut geen sprake geweest van export, maar van terugzending van levensmiddelen waarvan de gebruiksdatum was verstreken.

Al deze beschuldigingen en tegen-beschuldigingen zijn onderdeel van de campagne die momenteel wordt gevoerd inzake de VN-sancties tegen Irak. De komende weken moet de Veiligheidsraad, die al sinds december worstelt met het probleem van de ontwapening van Irak, de controle daarop en de daarmee gepaard gaande sancties, over al die zaken overeenstemming zien te bereiken. Drie leden met vetorecht, Frankrijk, Rusland en China, en Maleisië willen een minder stringente controle op Iraks verboden massa-vernietigingswapens. Bovendien willen zij een zo snel en zo volledig mogelijke afschaffing van de sancties.