IJslandse lekkernijen

Er zijn op IJsland enkele traditionele gerechten die de vreemdeling met argusogen zal bekijken: bloedpudding bijvoorbeeld, of ramskloten, of schaapskoppen. De meesten zullen gealarmeerd toezien als er `hkarl', bedorven haai, voor hen wordt neergezet – de ammoniakdampen, die opeens de neus teisteren, zijn niet bevorderlijk voor de eetlust. In februari, wanneer er geen toerist op IJsland te bekennen is, viert de bevolking een feest waarbij zij zich aan al deze `delicatessen' tegoed doet.

In vroeger dagen werden vogelrotsen als natuurlijke akkers gezien die men kon oogsten. Mannen daalden aan touwen langs de steile kliffen af en verzamelden niet alleen eieren, maar ook jonge vogels. Zelfs drieteenmeeuwen en jan-van-gents kwamen op IJslandse eettafels terecht. De koppen en veren dienden, net als kabeljauwkoppen, als brandstof voor het fornuis.

Op de wildkaart van IJslandse restaurants komen soms vogels als zeekoet, sneeuwhoen en papegaaiduiker voor. Zeekoeten raken in het broedseizoen vaak verstrikt in de netten van vissers. De jacht op sneeuwhoen begint in september; sneeuwhoen-in-wei is een traditioneel IJslands kerstgerecht. Papegaaiduikers worden het slachtoffer van vogelvangers; deze `pinguïns van het noorden', die in een rechte vlucht op de rotskusten aanvliegen, zien geen kans het plots opduikende net te ontwijken. Men vangt zowel volwassen vogels (na de broedtijd) als jongere vogels, die nog geen nest hebben – de vogel broedt pas vanaf zijn vijfde of zesde levensjaar.

Papegaaiduikers worden `dominees' genoemd, vanwege hun witte bef, zwarte rug en statige manier van lopen. De oranje zwempoten en de kleurige snavel doen wel enigszins afbreuk aan dit beeld.

In de vangsttijd zit hun bef vol bloed en verdwijnen de kleuren snel uit hun snavel.

Op IJsland broeden enkele miljoenen papegaaiduikers. Op de vogelrots nemen zij de hoogste plek in, boven de zeekoeten, alken, meeuwen en Noordse stormvogels. Hun in het gras uitgegraven nestgangen zijn soms een gevaar voor de nietsvermoedende kustwandelaar. Steek je je hand in een gang dan kun je een behoorlijke pik krijgen.

Net als vorig jaar, bezocht ik deze zomer met verschillende groepen wandelaars een aantal afgelegen plekken op IJsland. Meestal werd de bus die ons naar het wandelgebied bracht bestuurd door Bjarni, een opgeruimde man, wiens IJslands stukken beter is dan zijn Engels (bij mij is het omgekeerde het geval). Toch leren wij elkaar steeds beter verstaan en waarderen. Behalve chauffeur, is hij ook boer en vogelvanger. Hij zit vol met lokale wetenswaardigheden en vermakelijke nieuwtjes. Zo hoorde ik van hem het verhaal van een boer die op een dag zijn enige koe in een trailer naar de Dettifoss – IJslands grootste waterval – bracht, om het dier van het uitzicht te laten genieten. ,,Dat heeft nog nooit eerder iemand op IJsland gedaan'', grijnsde hij. Dankzij hem weet ik dat een groep pratende vrouwen in het IJslands een `meeuwenkolonie' wordt genoemd, wat verwijst naar het klagende, lang aanhoudende gesnerp van broedende drieteenmeeuwtjes.

Aangezien hij gewend is aan maaltijden met veel vlees en vis, vindt hij de kost die onze eigen kok vaak op tafel zet – exotische gerechten als couscous en Indisch eten – een beproeving. Waar blijft het gezouten lamsvlees, de `hangikjt' (gedroogd lamsvlees), de schaapskop, de kabeljauw of heilbot, de bedorven haai en vooral de papegaaiduiker?

Rijdend langs de noordkust, zijn thuisland, wees hij mij een eiland aan waar jaarlijks driehonderdduizend papegaaiduikers neerstrijken. Een ander eiland – Lundey – is zelfs naar de vogel vernoemd (`lundi', in het IJslands). Zijn familie vangt daar elke zomer twaalfduizend exemplaren. Het grootste deel wordt gerookt. Al pratend begon hij zijn lippen af te likken. Zo kwam het dat wij even later bij zijn huis stopten en hij terugkeerde met een schaal vol donkerbruine vleesstukjes. Helaas, er waren maar weinigen in de bus die de smaak konden waarderen. Alles wat op IJsland gerookt wordt, onverschillig of het nu zalm, forel, lam of papegaaiduiker is, krijgt dezelfde sterke smaak die aan pek of asfalt doet denken. Kennelijk levert drijfhout of berkenhout, of wat men ook maar in de rookhut laat smeulen, een minder verfijnd resultaat op dan eikenhout of turf.

Bjarni zat daar niet mee. De inhoud van de schaal verdween grotendeels door zijn keelgat. Deze dag kon niet meer kapot, wat er vanavond ook voor buitenissig diner zou worden opgediend.