Het is allemaal raak, alle stukken

Frans Brüggen speelt met zijn Orkest van de Achttiende Eeuw Beethoven,

een componist die bij uitstek tot de negentiende eeuw wordt gerekend.

Ludwig van Beethoven wordt beschouwd als dé componist van de negentiende eeuw. Zijn roem was in de eerste helft van de twintigste eeuw, zelfs veel groter dan die van de geniale Mozart. Frans Brüggen die met zijn Orkest van de Achttiende Eeuw alle negen symfonieën van Beethoven achter elkaar zal uitvoeren, kan zelfs niets noemen wat hem eventueel aan Beethoven ergert of irriteert.

,,Helemaal niets. Het is allemaal raak, alle stukken. Ja, alleen de Grosse Füge voor strijkkwartet, dat is een afschuwelijk stuk. Dat ramt maar door. Toen was hij ook doof en half gek, ik kan het ook wel weer begrijpen. Maar verder geen kwaad woord, alles is goed. Als je al die symfonieën speelt, begin je te begrijpen waarom het zo is en waarom het niet anders is, waarom het anders ook veel minder zou zijn. Het is heerlijk om te ontdekken hoe groot een componist eigenlijk is. Beethoven is een perfecte componist, net als Bach: iedere noot is een goede noot.

,,Ik zie aan de noten, dat Beethovens symfonieën allemaal neergeschreven, gesystematiseerde piano-improvisaties zijn. Daarmee zijn het ook portretten van Beethoven zelf, je hoort de grote, virtuoze pianist achter zijn piano, hèt instrument van de negentiende eeuw. De symfonieën zijn samen ook zijn levenswerk. De pianoconcerten schreef hij aan het begin van zijn carrière, van 1788 tot 1811. De symfonieën dateren van 1799 tot 1824. Minder dan twee jaar na de eerste uitvoering van de Negende, in 1824, was hij dood.

,,Je ziet in die symfonieën de momenten waarop Beethoven aarzelt of hij nu het linker- of het rechterspoor zal nemen. Dat moment van een beslissing moeten nemen, duurt ook bij Beethoven als improvisator eventjes. Je kunt aanwijzen wanneer hij zich concentreert op wat hij moet gaan doen. Je kunt ook zien waar hij enthousiast wordt over zijn eigen vondsten. Als je dat ziet, als dirigent, dan kun je bij de uitvoering als het ware met hem meecomponeren.''

Tragisch

Beethovens unieke status in de muziekgeschiedenis bleek vooral uit de traditionele Beethovencyclus, waarin alle symfonieën klonken. Dat inmiddels alweer lang afgeschafte eerbetoon was ook gebaseerd op het 19de-eeuwse kunstenaarsideaal, waaraan Beethoven, als de gekwelde en met de muziek worstelende, humane componist, voldeed. Zijn doofheid was nog extra tragisch. Nu het Orkest van de Achttiende Eeuw de Beethovencyclus in ons land herintroduceert, behoren Beethovens negen symfonieën volgens dirigent Brüggen toch vooral bij de achttiende eeuw. ,,De negentiende eeuw begint pas met de Negende symfonie (1824), al zijn er sporen daarvan aan te wijzen in de Derde symfonie `Eroica' (1803) en de Vijfde symfonie (1808). In de Negende lopen de regels door en zijn de muzikale frases niet meer zo kort en afgebakend als in de late achttiende eeuw. Daar begint de grote lijn, de verlenging, het in lange golven dóórstromen van de muziek, typerend voor de negentiende eeuw.''

Brüggen: ,,Beethoven wist nog niet wat de muziekgeschiedenis zou brengen en wat wij nu typisch 19de-eeuws vinden. Dat is een perceptie achteraf. Daarom was zijn Negende des te revolutionairder, nog los van de uitvinding van het slotkoor, het Alle Menschen werden Brüder. Beethoven heeft het 19de-eeuwse componeren eerder bedacht dan Mendelssohn, Schubert, Schumann en Brahms, die hun concepten voor zeker zestig procent ontleenden aan Beethoven. De grote muzikale compositorische vernieuwers na Beethoven waren in de negentiende eeuw alleen nog Berlioz en Wagner.

,,Beethovens muziek reageert op die van de achttiende eeuw. Hij was een groot bewonderaar van Mozart en had een moeizame verhouding met Haydn. Alleen Beethovens eerste twee symfonieën hebben met Mozart te maken, daarna gaat hij zijn eigen gang, al lijkt hij veel langer op Haydn. Bij concerten combineren we nooit Mozart en Beethoven, want dat zijn twee totaal verschillende werelden. En ook niet Haydn en Mozart, want dan wint Mozart. Jammer voor Haydn, die toch een groot man is.

,,Beethovens vernieuwingen manifesteerden zich pas geleidelijk in de technische modernisering van het instrumentarium: de violisten zochten naar een grotere klank, de fagottisten wilden er een klepje bij, de natuur-blaasinstrumenten kregen ventielen. Vandaar dat ons orkest met authentiek laat-achttiende eeuws instrumentarium de eerste acht symfonieën nog net kan spelen. We zijn er destijds ook aarzelend aan begonnen. Het orkest moest er in opgevoed worden, ik ook trouwens. Zelfs na de eerste drie symfonieën wilde ik eerst de andere niet doen. De Zesde niet, omdat ik niet wist hoe, de Negende al helemaal niet. Die ging uiteindelijk bij `Het orkest van de Achttiende en de Negentiende Eeuw', samen met musici van het Concertgebouworkest met moderne instrumenten, alles vanwege de broederschap die Beethoven in de Negende propageert.

,,Beethoven rekt de achttiende eeuw uit tot de limiet. Haydn klinkt bij ons heel geïnspireerd, verzorgd en netjes. Bij Beethoven gaat de klank uit zijn voegen, beginnen de noten hoorbaar te wringen. Dat geeft onze Beethoven die prachtige heftige expressie. Voor een modern orkest is Beethoven terugkijken, heel gemakkelijk te spelen. Voor ons is Beethoven een geweldige krachtsinspanning.

Piccolo

,,Beethovens symfonische oeuvre gaat in golven. De eerste twee symfonieën zijn eigenlijk Mozartsymfonieën. De Derde, de aanvankelijk aan Napoleon opgedragen `Eroica' is uitzonderlijk, de grootste symfonie totdantoe geschreven. Even uitzonderlijk zijn de Vijfde en de Negende. In de Vijfde zit voor het eerst in de klassieke muziek een piccolo. En hij gebruikt trombones, die voorheen alleen in religieuze muziek klonken. Aan de Vierde kan ik niks ontdekken, behalve dat het heerlijke speelmuziek is. De Zesde, de `Pastorale' is een geweldige symfonie. Ik ben er niet tevreden over hoe we die vroeger speelden. Ik was te strikt in de leer, te vast in de ritmiek, bijna zonder rubato. Ik hoop het nu beter te doen.

,,De Zevende is opgedragen aan de soldaten bij de slag van Hanau. Bij de Achtste wordt vaak vergeten dat het een symfonisch gedicht is over Goethes Faust. Beethoven was zeer belezen. Volgens Arnold Schering wilde hij grote vormen in muziek overzetten, het merendeel van de symfonieën is gebaseerd op literaire beelden. Bij de Negende laat ik voor de koorfinale de vier vocale solisten en de drie slagwerkers ineens het podium opstormen in werkmanskleren. Ze brengen dan Schillers ode aan de broederschap van de mensen, zoals in Beethovens Fidelio de gevangenen op hun luchtplaats de `freie Luft' bezingen. Ik heb dat eerder in Madrid gedaan. Dat werd daar door het publiek niet erg op prijs gesteld.

,,We spelen de symfonieën nu uit de nieuwste editie van Breitkopf, waarin allerlei fouten uit vorige drukken zijn verbeterd. Maar sommige noten verander ik weer, bijvoorbeeld omdat ze anders harmonisch niet kloppen. Daarover kun je nog steeds twisten, ook omdat van de eerste twee symfonieën geen manuscripten meer bestaan en Beethoven achteraf veel verbeteringen aanbracht. In zijn werk was Beethoven chaoot en in zijn persoonlijk leven zeer slordig. De vader van de cellist Stephen Isserlis, die nog steeds leeft, kwam als kind in Wenen met zijn vader, die daar kamers huurde in een pension. De hospita, een zeer oud vrouwtje, zei dat hij niet op de vloer mocht spuwen, zoals Beethoven deed.

,,Met al zijn slordigheid was Beethoven ook heel precies en systematisch. Zo kun je als concertbezoeker in de zaal met eigen ogen zien dat Beethoven zijn symfonische oeuvre begon door uit te gaan van de orkestopstelling: de eerste inzetten van de strijkersgroepen in het eerste deel van de Eerste symfonie verlopen van de eerste violen en de alten via celli naar de tweede violen, precies zoals de musici toen van links naar rechts op het podium zaten – wat wij ook doen. In het tweede deel waaiert dat van rechts naar links weer terug.''

Orkest van de Achttiende Eeuw o.l.v. Frans Brüggen met negen symfonieën van Beethoven: 7 t/m 11 sept. Muziekcentrum Vredenburg Utrecht. Cd-opnamen van Beethovens symfonieën o.l.v. Frans Brüggen verschenen bij Philips Classics.