Haaks op het leven

Er is een mooi, eenvoudig gedicht van de Vlaming Hugues C. Pernath over liefde en vriendschap. `De Vriendschap,' schrijft hij, `is een kleine, doodgewone vogel/ Die valt en klimt en onvermoeibaar/ In zon en regen, zijn spiegelbeeld blijft zoeken/ Tussen de verwarde struiken van de eenzaamheid.' Aan deze regels, gevonden in Pernaths Nagelaten gedichten, moest ik denken bij het lezen van de roman Zusje van me van de Zweeds-Nederlandse schrijfster Barbara Voors (1967). Alles in haar boek heeft te maken met dat sleutelwoord uit deze dichtregels, `spiegelbeeld'. Wie vriendschap en ook liefde zoekt, betoogt zowel Pernath als Voors, wil vooral zijn of haar evenbeeld vinden, iemand in wie je jezelf herkent, iemand die je het besef geeft niet alleen te staan.

De titel van Voors' boek Zusje van me geeft iets te zwak aan waar het om draait: hoofdpersoon Saskia heeft niet zomaar een zuster, ze heeft een tweelingzus Klara. Dat moet een obsessieve, ingrijpende aangelegenheid zijn. Die ander is altijd dwingend aanwezig. Heel het denken en ook het emotionele leven gaat aldoor via die ander; wat zal zij ervan vinden, hoe richt zij haar leven in? De schrijfster heeft Zusje van me strak toegesneden op het thema van de twee-eenheid, zover dat je eerder geneigd bent in de tweelingzusters schaduwende dubbelgangers te zien dan een duo. Saskia en Klara deelden alles samen, tot op een dag Klara op mysterieuze wijze verdwijnt. De gedachte aan zelfmoord dringt zich op. Klara vond niet in Saskia, maar in ene Desirée de ultieme vervulling van haar leven. Desirée gaat even makkelijk met mannen om als een kat met een halfdode muis. Ze verleidt hen in cafés, ze slaapt waar ze wil. Zij heeft weet van de grote wereld van nachtclubs. Dat geeft Voors mooie observaties in de pen. Ze noteert dat achter elke man hoe dan ook een vrouw schuilt, en dat dus elk glas dat Desirée heft met een man een eenzame, thuis wachtende vrouw impliceert.

De schok die Saskia moet doorstaan is het vinden van Klara's dagboeken jaren na haar verdwijning. Daaruit komt een heel andere jonge vrouw naar voren dan Saskia zich het zusje herinnert. Dweepziek met die Desirée, onwillig jegens haar zuster. De scheiding van de ouders van Saskia en Klara dreef ook de kinderen uiteen; Saskia wilde haar vaders passie voor een nieuwe vrouw nooit vergeven en dus koos zij partij voor haar moeder. Klara zocht verzoening, en schaarde zich vanzelf aan de zijde van haar vader. Opnieuw tweespalt. Er is nog een punt, naar mijn smaak te voorspelbaar, waarin de schrijfster de symmetrie die de basis vormt van het boek voortzet. Saskia's dochter Malin vindt een hartsvriendin, ook Desirée geheten. Tussen de beide kinderen ontwikkelt zich een even verslavende vriendschap als die bestond tussen Klara en die andere Desirée. Dat had de schrijfster niet moeten doen, de toevalsfactor wint het van de geloofwaardigheid.

Voors' boek staat in de traditie van de hedendaagse Scandinavische vertelkunst, die haar kracht ontleent aan een mengeling van thriller en psychologische roman. Lezing van Klara's dagboeken levert het beeld op van een vrouw die steeds meer haaks, scheef, wankelend in het leven staat. Daarbij komt dat ze zich zo door Desirée op sleeptouw laat nemen dat het vermoeden rijst dat ze betrokken is geweest bij een moordaanslag waarbij Desirée het pistool op de slachtoffers leegschoot en vervolgens zichzelf ombracht. Klara kon dit allemaal niet meer verdragen, ze is van een brug gesprongen. Maar het blijven raadsels, gissingen in het leven van Saskia. Zij probeert te ontsluieren wat geheim had moeten blijven. In elk geval zal haar leven nooit meer anders zijn.

Barbara Voors zet haar boek heftig in, de eerste zinnen luiden: `Dit moet niet gaan over mij, maar over mijn zuster. Wat kun je zeggen over zusterschap? Dat het verwoestend is? Verschrikkelijk? Verrukkelijk? Het zusterschap van Klara en mij is van het intense soort, je houdt zo veel van elkaar dat je er niet goed van wordt – het type zusterschap waaraan uiteindelijk iemand zal doodgaan.' Bij aanvang weet de lezer al dat Saskia's `andere helft' dood is. We lezen over het proces van rouw en de onthutsende reeks gebeurtenissen die tot Klara's dood leiden. Barbara Voors heeft haar boek met grote, dwingende intensiteit geschreven. Haar obsessie geldt dat even troostende als verwoestende besef dat geen mens zonder evenbeeld kan; een vader of moeder kan die betekenis vervullen, een vriend of vriendin, en in sterkste mate een tweelingzuster. De structuur van het boek, het raamwerk van de vertelling, heeft alles te maken met dat verlangen naar een andere helft. Daarin past ook het eigen, intussen stroef gaande huwelijk van Saskia met haar man, en de echtscheiding van haar ouders. Op elke bladzijde van dit sombere boek staat die ene angst beschreven, de angst voor ontwrichting, voor tweedracht. Klara heeft met haar grimmige doen en laten het leven van haar zuster verwoest. Inderdaad; een tweelingzuster is niets minder dan een kleine hel.

Barbara Voors: Zusje van me (Syster min). Uit het Zweeds vertaald door Janny Middelbeek-Oortgiesen. De Geus, 317 blz. ƒ49,90