Goed spel redt `Verlossing' van Claus

Buitenlanders schijnen naar Nederland te komen `voor euthanasie'. In ons land is het probleem van het ontluisterende levenseinde immers `opgelost'. Wij hier knippen met de vingers als het zover is, geven een teken, voeren een intakegesprek en, hup, daar gaan we. Zo gaat het – maar niet heus. Men kan zich voornemen wat men wil, maar de werkelijkheid is altijd anders. Wanneer is de tijd rijp? Als we met een been gaan slepen of als we alleen nog met de ogen kunnen knipperen? Niemand die dat, voor het zover is, weet.

Ook dichter en schrijver Hugo Claus niet, al zegt hij in interviews de dood `vierkant in zijn gezicht' uit te lachen en al is hij lid van de vereniging `Waardig Sterven' – geestige naam overigens. Krasse houding, maar hij deed gelukkig ook nog wat hij in zijn geval het beste kan doen: erover schrijven. Het toneelstuk met de ondubbelzinnige titel De Verlossing (1995), nu als eerste première van het nieuwe seizoen uitgevoerd door Het Toneel Speelt, is het resultaat.

Wat het betoogt, is simpel. Wie niet waardig sterven kan of mag, heeft het moeilijk. Maar de verbeelding, de kunst, vereist natuurlijk inkleding, maskerade, stilering. Die Claus vindt in een armetierig milieu van Vlaamse (?) white trash, een van zijn overige werk wel bekend gezinnetje van een verknipte, scharrelende vader, een zieke, verslonsde moeder, een slappe zoon, een onbestemde dochter, en een inwonende en onrust stokende zus van de moeder. De laatste is al dood als het stuk begint, in wat ouderwets aandoende flash backs leren we haar alsnog kennen. De puinhoop die de familieleden in de loop van een ongetwijfeld moeizaam leven van hun onderlinge verhoudingen hebben gemaakt, wordt bij Het Toneel Speelt – overigens volgens aanwijzingen van de schrijver – weerspiegeld in een huiskamer-keuken, die nog het meeste weg heeft van een uitdragerij. Decorontwerper Paul Gallis en kostuumontwerper Yan Tax hebben zich kunnen uitleven in lelijkheid.

Moeder verwijt zich om een onbenullige reden de dood van haar geliefde zus; niet alleen daarom is de hoon en haat van de anderen haar deel. Moeder (Annet Nieuwenhuijzen) zit op de bank en klaagt, en rookt, en snauwt, en hoont evenzeer. Pa (Hans Croiset) kijkt liever naar haar zonder bril – wat gezien het grauwe levende lijk dat kleding en schmink van Nieuwenhuijzen gemaakt hebben, niet verbaast. De slappe zoon (Paul Hoes) is op halfhartige wijze op het geld van ma uit. In de eerste flash back, ondersteund door oranje-bleke belichting van Reinier Tweebeeke, blijkt tante Marleen (Anne-Wil Blankers) een nog lompere schommel dan pa al had verwoord.

Tot zeker de helft is het stuk een af en toe heus geestig exposé van almaar hetzelfde. Het is gehoon en gesnauw – die naderhand pas gaan contrasteren met de kennelijk volautomatische wens van de vader om zijn echtgenote in leven te houden. De doodswens van moeder wordt pas later een onderwerp, culminerend in stumperige zelfmoordpogingen. Het stuk, lang onbestemd, gaat, als de bedoeling eindelijk duidelijk wordt, toch nog trekken, vooral aan het eind. Het is luchtig en zelfs slapstick-achtig, vooral door de vreemd-deftige formuleringen van de personages, maar meeslepend wordt het niet.

Regisseur Albert Lubbers ensceneert het stuk adequaat maar zonder verrassingen. De voorstelling redt het dankzij het spel – met name van Croiset en Blankers. De eerste is een verrukkelijke plurk met een uitstekend gevoel voor timing, Blankers is ongegeneerd zo gek als een deur, met een blozend blotebillengezicht en blikken tanden. Alleen Nieuwenhuijzen, middelpunt van de voorstelling, overtuigt niet. Haar rol ontwikkelt zich niet, misschien is dat het. Ze grauwt en gromt, op het eentonige af. Het laat de toeschouwer net zo koud als haar familieleden.

Voorstelling: De Verlossing van Hugo Claus door Het Toneel Speelt. Regie: Albert Lubbers. Decor: Paul Gallis. Met: Hans Croiset, Annet Nieuwenhuijzen, Anne-Wil Blankers. Gezien: 26/8, Stadsschouwburg Amsterdam. Herh. t/m 31/8. Tournee t/m 23/12. Inl. (020) 523 77 67

    • Pieter Kottman