Gehalveerde dialogen van David Foster Wallace

Er zijn lieden die stellen dat David Foster Wallace geen enkel genre onder de knie heeft. Zijn romans zijn overdadig en chaotisch, zijn essays zijn oeverloos en raken vaak kant noch wal en zijn korte verhalen zijn aanzetten en probeersels. De aan Wallace verslingerde lezer ziet dat natuurlijk anders. De romans zijn ambitieuze en bedwelmende monsters in de beste Amerikaanse traditie, die ooit bij Melville begon en sindsdien van geen wijken weet. De korte verhalen zijn proeven van perspectieven, vooral inhoudelijk interessant. En de essays zou je met een beetje goede wil in de traditie van het impressionistische journalisme van Amerikaanse schrijvers kunnen plaatsen, een vorm die door Capote werd gezocht en gevonden na het schrijven van In Cold Blood: journalistiek als kunst, maar dan kunst zonder kaders, waardoor het onderwerp van het essay of interview ondergeschikt blijft aan de ambities van de schrijver.

De aan David Foster Wallace verslingerde lezer kan desondanks niet zonder kritiek blijven. De essays van Wallace zijn vaak te vormeloos, te impressionistisch, en ronduit oninteressant (hetgeen nogal wonderlijk is als men bedenkt dat de meester op dit vlak, de sardonische Donald Barthelme, een van Wallace's grootste inspiratiebronnen is). En de eerste verhalenbundel van Wallace, Girl with Curious Hair, uit 1989, is onderhoudend, maar niet overweldigend. De romans daarentegen zijn, ondanks alle ambachtelijke gebreken of eigenzinnigheden, grootse demonstraties van een bezeten schrijver. De liefhebber ziet Wallace al snel als de meest getalenteerde romancier van de jonge garde.

De vraag of het ambachtelijke gebreken zijn óf eigenzinnigheden die het werk van Wallace kenmerken, kan, voor wie nog twijfelde, met het verschijnen van Wallace's nieuwe verhalenbundel Brief Interviews with Hideous Men voorgoed de wereld uit. Het experiment lijkt niet zozeer een intellectuele uitdaging, maar een bondgenoot van Wallace, met als gevolg dat hij exerceert én excelleert. Uitmuntend zijn de vier afleveringen van het titelverhaal, interviews die louter uit antwoorden bestaan (de vragen worden verzwegen) en hierdoor monologen worden die stranden en vanuit een onverwachte hoek worden hervat. Waar een dialogenreus als William Gaddis personages regelmatig tot spreekbuizen `reduceert' wil Wallace met zijn `gehalveerde dialogen' personages in een mum vormgeven.

Dat lukt hem moeiteloos. Bijna achteloos rijzen ze op vanachter hun pinnige antwoorden, en de bindende factor van deze interviews blijkt ook nu weer in alle eenvoud het literaire oerthema `de rituelen van de beschaving'. Maar de manier waarop Wallace in zijn nieuwe bundel jacht maakt op die rituelen is, vergeleken bij zijn vroege werk, bijna bloeddorstig. Ook demonstreert hij wederom een feilloos oor te hebben voor de spreektaal en de platte, maar altijd boeiende retorica van de in het nauw gedreven mens. In deze korte en bondige portretten treffen we lieden die door de wijze waarop ze zich uitdrukken ijzersterke karakters worden en zo kunnen deze interviews zich meten met de beste momenten uit zijn monsterroman Infinite Jest.

Ook Wallace's verhalen laten af en toe een rijper en meedogenlozer schrijver zien. Het lange portret van een vrouw in een erotische huwelijkscrisis, `Adult World (I)', is scherpzinnig en humoristisch zonder melig te worden, en enkele miniatuurtjes (sommige beslaan anderhalve bladzijde) zijn volmaakt qua stijl en pretentie. Het verhaal `The Depressed Person' echter, dat handelt over schuld en boete op de luchtige manier van zijn debuutroman The Broom of the System (1987), is weer veel te leutig en maniëristisch en een ouderwetse David Foster Wallace-exercitie onder het mom: er kan altijd nog een schepje bovenop. In The Broom of the System werkte een dergelijke benadering heel goed, door de dosering van de humor en de maniertjes. Maar in `The Depressed Person' vergeet Wallace tijdig in te binden en hierdoor overstemt hij het dramatische gegeven met de echo van de giechel die hem moet zijn ontsnapt toen hij het idee voor dit verhaal kreeg, een pedanterietje dat we kennen uit Infinite Jest. Hetzelfde manco teistert het experimentele `Datum Centurio' waarin uit een woordenboek uit het jaar 2096 alle connotaties bij het woord `date' in kaart worden gebracht. De doorzetter zal af en toe glimlachen, maar dit verhaal is toch vooral leuk voor de schrijver zelf en riekt naar hobbyisme.

Het is dan ook geen wonder dat enkele impressionistische verhalen volkomen mislukken en andere ronduit formidabel zijn. Tien bladzijden over een jong ventje dat een duikplank beklimt, grijpen je naar de strot. Maar een sprookjesachtig prozavers dat lonkt naar legendarische verzen van Edgar Allan Poe is één lange demonstratie van de blunder die Poe zo briljant wist te omzeilen: drenzen.

Wallace's stijlvormen zullen nooit allemaal even sterk worden. Zijn zichtbare worsteling met het fenomeen `ironie' heeft hij nog niet definitief in zijn voordeel beslecht. Inhoudelijk gaat hij echter steeds boeiender schrijven. Wat hij met Infinite Jest al nastreefde, blijkt uit Brief Interviews with Hideous Men opnieuw: Wallace's aandacht richt zich nu vooral op de tragische kanten van het bestaan. Hij doet dat in zijn beste verhalen met veel psychologisch inzicht, met de juiste dosering mededogen en met humor. Behoedzamer in zijn ironie, is David Foster Wallace vooral een aangrijpender auteur geworden. Dat zijn ambachtelijke eigenaardigheden nu ook enkele van zijn korte verhalen tot superieure lectuur verheffen is goed nieuws voor de kritische liefhebber, die echter onmogelijk deze hele bundel briljant kan noemen. David Foster Wallace blijft een auteur die geniale momenten met flauwekul lijkt af te willen wisselen.

David Foster Wallace: Brief Interviews with Hideous Men (Stories). Little, Brown and Company, 273 blz. ca. ƒ52,50