Fransen zijn mislukte Italianen

`Individualiteit is altijd een oorzaak van ellende,' zegt schrijver Michel Houellebecq. Zijn werk wekte in Frankrijk grote weerstand.

Hij werd verafschuwd vanwege zijn reactionaire ideeën, gehoond om zijn vermeende racisme, beschimpt vanwege zijn veronderstelde homo- en vrouwenhaat. Bejubeld werd hij ook, Michel Houellebecq, als dé romancier van dit fin-de-siècle, de hedendaagse Céline en de woordvoerder van een nieuwe literaire generatie.

Vorig jaar ontketende Michel Houellebecq (41) met zijn roman Les particules élémentaires de heftigste polemiek die er sinds jaren binnen de Franse letteren is gevoerd; nog steeds verschijnen er artikelen en zelfs boeken ter repliek. De auteur raakte in juridische processen verwikkeld en werd uit de redactie van een tijdschrift gegooid waarvan hij mede-oprichter was. Geen Fransman kon meer om zijn boek heen. Houellebecq is dan ook een schrijver die met geen enkele andere hedendaagse Franse auteur te vergelijken valt. Zijn bestseller Elementaire deeltjes, zoals de Nederlandse titel luidt, is analytisch, vernieuwend, zakelijk, schokkend, wars van valse sentimenten en fascinerend van de eerste tot de laatste letter. In het boek beschrijft een verteller uit de eenentwintigste eeuw op klinische, sociologische wijze het leven van twee halfbroers, de veertigers Bruno en Michel. Beiden zijn op jonge leeftijd door hun ouders – aanhangers van de vrijheid-blijheid filosofie uit de jaren zestig – in de steek gelaten. Bruno is een seksueel gefrustreerde docent literatuur, een gemankeerd schrijver (`hij schreef bladzijden vol en masturbeerde veel') en psychisch volledig in de war. Michel, een briljant bioloog en baanbrekend onderzoeker op het gebied van genetische manipulatie, leidt al jaren een puur intellectueel bestaan. Hoogtepunten in zijn leven zijn de uitverkoopfolders van de Monoprix en het op de mat vallen van de postordercatalogus. Verteller en personages houden er duidelijke standpunten op na op het gebied van genetische manipulatie en de kwantummechanica, abortus en contraceptie, negers, het nazisme, het communisme, materialisme en moraal, homoseksualiteit en feminisme, het moederschap en de jaren zestig, religie, new age, het verouderingsproces, de media, de dood en de seksuele perversie van vandaag – een staalkaart aan maatschappelijk gevoelige onderwerpen.

Ierland

Zelf werd Houellebecq, van oorsprong bioloog en agronoom, niet warm of koud van alle commotie die zijn boek veroorzaakte. ,,Het kon me geen lor schelen,'' zegt hij, ,,al die opschudding ging me alleen vreselijk de keel uithangen''. Houellebecq, die sinds kort in Ierland woont, stapt uit de taxi die hem regelrecht van het vliegveld brengt, installeert zich in een hoekje van het café en verschanst zich achter twee enorme reistassen. ,,Mijn fotoapparatuur zit erin. Ik fotografeer graag landschappen of plekken waar mijn romans zich afspelen. Nooit mensen.'' Houellebecq heeft de gezichtsuitdrukking van iemand die zojuist van een begrafenis terugkeert. Hij komt moeilijk uit zijn woorden, spreekt onverstaanbaar zacht en rookt onophoudelijk. Af en toe stuurt hij zijn vrouw, met wie hij pas onlangs is getrouwd, om een pakje sigaretten of een telefoonkaart (,,dat zijn toch de voordelen van het huwelijk''). Iedere zin begint hij met een reeks van Franse tussenwerpsels – bon, bof, vous savez, eh bien, ouais, c'est vrai que, okay, faut dire que – waarna het weer secondenlang stil is.

,,Ik voel me allesbehalve een chef de file van een nieuwe generatie'', zegt hij. ,,Gedraag ik me als een nieuwe woordvoerder? Zou zo iemand naar het buitenland vluchten zodra hij op straat herkend werd? Ik heb geen leidersmentaliteit, geen duidelijke theorie. Ik heb wel een standpunt over wat een roman is, maar dat is niet genoeg.'' In Interventions, zijn vorig jaar verschenen bundel artikelen, interviews, poëzie en essays, verdedigt Houellebecq zijn stelling dat de roman, net als de mens, allesomvattend moet zijn. Alle elementen uit het menselijk bestaan zouden geïntegreerd moeten worden in de roman, of het nu gaat om filosofie, wetenschap of kunst. ,,Er is geen enkele reden waarom dat niet zou kunnen. De mensen denken na en handelen tegelijkertijd. Als ze nadenken houden ze niet op dingen te doen, al bedenken ze vaak meer dan ze in werkelijkheid uitvoeren. Men onderschat het denkniveau van de gewone mens. Er zijn maar heel weinig mensen die zich nooit met filosofische vragen bezighouden. Rijke mensen denken weinig na. Zij hebben het veel te druk met het beheren van hun kapitaal en met het vermeerderen daarvan. Arme mensen zijn ook vaak met geldzaken bezig. Het zijn vooral de mensen uit de tussenliggende laag die zich op filosofische vraagstukken bezinnen. Ze hebben geen hoop op betere tijden en niet al te veel angst voor verslechtering van hun situatie. Zij hebben genoeg vrije tijd om na te denken. Ik ben nooit iemand geweest die het druk had. Dat heb ik altijd weten te voorkomen.''

Van Bruno noch Michel kan gezegd worden dat zij er een dynamisch privé-leven op na houden. Bruno is voor Houellebecq de verpersoonlijking van de seksuele misère van het eind van deze eeuw. Hij brengt zijn vrije tijd door in seksclubs en naturistenkampen aan de Côte d'Azur, die in de geest van de jaren zestig het principe van de vrije seks huldigen. Gefrustreerde types trachten er onder het voorwendsel van new age-cursussen en lessen spirituele verheffing aan hun gerief te komen. Michel neemt een jaar verlof van zijn wetenschappelijke carrière en brengt de eerste weken apathisch in bed door. Tot enige vorm van liefde is geen van beiden in staat. ,,Mijn personages worden door niets gedreven'', zegt Houellebecq, ,,Ze willen niets in het bijzonder. Een leven zonder inzet, zonder drama's. Hun bestaan is een dwaling, hun contact met de wereld onbevredigend. Het is onduidelijk hoe de hoofdpersoon van mijn eerste roman, Extension du domaine de la lutte (1994), aan zijn einde komt. Michel, uit mijn tweede roman, verdwijnt in de oceaan. Dat heeft te maken met mijn voorkeur voor ontbinding, wazigheid, mist en vervagende omtrekken van mensen en dingen.''

Begeerte

Houellebecq's eerste roman Extension du domaine de la lutte werd in Frankrijk een cultboek. Het illustreert op briljante wijze Houellebecq's overtuiging dat seksuele begeerte, aangewakkerd door alle erotisch-publicitaire media in onze maatschappij, een bron is van haat, ongeluk en ellende. In zijn debuut zet een depressieve, lusteloze computerprogrammeur een wanhopige, door de vrouwen versmade collega aan tot moord. ,,Ach, hij is een beetje onnadenkend'', zegt Houellebecq, ,,Hij wil zijn collega alleen maar duidelijk maken dat hem niets anders overblijft. Binnen het kader van het boek heeft hij daar helemaal gelijk in. Onlangs zag ik op de televisie een reportage over een nieuw instituut waar men lessen geeft in verleiding. Het loopt er storm en de resultaten zijn fantastisch. Onze maatschappij heeft zulke versierlessen hard nodig. De hoofdpersonen uit mijn eerste roman hadden er baat bij kunnen hebben.''

In de proloog van Elementaire deeltjes is het de verteller, een kloon van een nieuw in het laboratorium gefabriceerd wezen, die terugblikt op de vroegere twintigste-eeuwse maatschappij en op de mensen van toen. Het land was er economisch slecht aan toe. De inwoners waren arm, eenzaam en verbitterd. Gevoelens van menselijke verbondenheid waren er nauwelijks meer. ,,Ons fin-de-siècle kenmerkt zich in zijn algemeenheid door een gebrek aan liefde en aan genegenheid'', aldus Houellebecq, die zelf door zijn grootmoeder werd opgevoed en zijn ouders maar een paar keer in zijn leven heeft gezien. ,,Op de één of andere manier zijn de Fransen depressiever dan andere volken. Dat komt waarschijnlijk omdat het spel van verleiding en losbandigheid traditioneel gezien hun favoriete vorm van vermaak was. Nu dat spel vaak op een mislukking uitloopt, gaan de mensen zich vervelen, raken triest en gedeprimeerd. De Fransman is een mislukte Italiaan. De seksuele misère is onvoorstelbaar groot. Voor de seksueel ongelukkige Fransman is de situatie uitzichtloos. Naar de hoeren gaan doet hij alleen in het geniep. De gemiddelde Fransman is immers ontzettend ijdel en vreest voortdurend zichzelf belachelijk te maken.''

Houellebecq spreekt klinisch-afstandelijk, net als de verteller van zijn boek. ,,In Elementaire deeltjes leg ik uit dat vorige generaties een uitzonderlijk romantische en monogame voorstelling van de liefde hadden. Dat zal de mensheid waarschijnlijk nooit meer meemaken. In het algemeen vind ik de geschiedenis van zeden en gewoonten uit vroeger eeuwen oninteressant. Het enige dat historisch gezien van directe invloed is op een mensenleven, is wat er één generatie eerder is gebeurd. Het leven van mijn grootouders komt mij vaak al mythisch voor. Nog verder terug en je waant je in de tijd van de Maya's. In de jaren zestig is de heersende moraal vervangen door een absoluut onleefbaar model. In het algemeen ben ik er pertinent op tegen een systeem dat goed werkt te vervangen door iets nieuws.''

Houellebecq verwijst daarmee naar zijn afschuw van de seksuele revolutie van de jaren zestig die, zo meent hij, leidde tot het uiteenvallen van het gezin en, in groter verband, tot desintegratie van de maatschappij. Het geloof en de moraal verdwenen en daarmee het besef van goed en kwaad. Provocerend stelt de schrijver dat de serial killers uit de jaren negentig de bastaarden zijn van de hippies uit de jaren zestig. Lichamelijk geweld zou een gevolg zijn van losgeslagen begeerte. De idealen van mei '68 zijn op niets uitgelopen, zo stelt Houellebecq in een pijnlijk cynische beschrijving van het verworden naturistenkamp in Cap d'Agde. Tegenwoordig zijn dezelfde utopieën er te koop in een kapitalistisch, commercieel of new age-jasje. ,,Een grote mislukking'', aldus Houellebecq, die er duidelijk genoeg van heeft zijn mening over de jaren zestig te ventileren. ,,Enfin, bon, het verleden is definitief verleden tijd.''

Klonen

In zijn boek gaat Houellebecq uit van de vooronderstelling dat genetische manipulatie de mens in staat heeft gesteld zichzelf te reproduceren zonder tussenkomst van de seksualiteit – een hypothese die voor de schrijver allesbehalve fictie blijkt te zijn. ,,Ik denk dat het geprobeerd zal worden. Daar ben ik niet tegen en het boezemt me ook geen angst in. Honderden klonen van jezelf, dat heeft toch ook een leuke kant. De publieke opinie ontwikkelt zich op dat punt overigens razendsnel. Vorig jaar werd ik nog voor nazi uitgescholden omdat ik zei dat ik niet bang was voor klonen. Nu staan de kranten vol met meningen van voor- en tegenstanders.''

Volgens Houellebecq is er veel te veel de nadruk gelegd op dit aspekt van zijn boek. ,,Het wetenschappelijk onderzoek van Michel spitst zich toe op de degradatie van chromosomen bij het ouder worden. Hij probeert uit te vinden hoe een niet-verzwakte voortplanting tot stand kan komen. Zijn doel is niet de mens te klonen, maar de dood te overwinnen. In Frankrijk wordt er op een onverdraaglijke manier omgegaan met veroudering en dood. Eén van de opmerkingen uit dit boek die veel kwaad bloed heeft gezet, is de banale constatering dat het lichaam minder aantrekkelijk wordt naarmate het ouder wordt – toch geen opzienbarende uitspraak, zou ik zeggen. De media verkondigen maar slogans als `het leven begint op je vijftigste'. Dat is gewoon onzin. Ik heb geen zin om daar een geruststellend verhaal over op te hangen.''

Met de titel van zijn boek verwijst Houellebecq naar een sociaal universum à la Bret Easton Ellis (de Amerikaanse schrijver van American Psycho en Glamorama) waarin mensen zich zien als individuele, elementaire deeltjes in de biologische zin van het woord. ,,Men heeft aan het eind van deze eeuw sterk de neiging de waarde van individualiteit te overschatten. Individualiteit is nooit een bron van geluk, altijd een oorzaak van ellende. Als je ambitieus bent en je jezelf van anderen wilt onderscheiden, ga je een lijdensweg tegemoet. De vreugde die je aan jezelf als individu beleeft, valt altijd in het niet bij de pijn die het veroorzaakt. Voor mij is geluk synoniem met het vergeten van jezelf als individu.''

Houellebecq erkent dat zijn boek ,,mateloos ambitieus'' is. ,,Paradoxaal genoeg wordt de waarde van mijn boeken juist gegarandeerd door het feit dat mijn eigen persoon iedere vorm van originaliteit ontbeert. Ik ben in geen enkel opzicht uitzonderlijk, niet in mijn gedrag, niet in mijn smaak, niet in mijn overtuigingen. Ik heb hoogstens een scherpe blik. Dat maakt mij bij uitstek geschikt om uit ieders naam te spreken.''

Een op zijn minst twijfelachtige uitspraak voor iemand die hardop vraagtekens zet bij het nut van de man (`niet in staat liefde te voelen'), die wel iets ziet in een matriarchaat en er een volledig politiek atheïsme op nahoudt. Om nog maar te zwijgen van zijn uitspraken over de Franse Revolutie (,,Heeft die nu echt wat veranderd?'') of de Tweede Wereldoorlog (,,In wezen is er in Frankrijk niet veel gebeurd tussen 1940 en 1945. Ze hebben gewoon zitten wachten tot het voorbij was.'') Ook joeg Houellebecq de populaire ecologische beweging in Frankrijk tegen zich in het harnas. ,,Het fanatisme van natuurbeschermers is grotesk. Ik vind helemaal niet dat je de natuur moet respecteren. De mens heeft het volste recht haar naar zijn behoeften te veranderen. Wandelen is best leuk, maar dan op goed onderhouden paden. Ik vind het belachelijk om beren uit te zetten in de Pyreneeën. Het laat me koud of ze overleven. Ik houd niet van die beesten. Voor natuurbeschermers is natuurlijk evenwicht heilig. Als dat woord is gevallen, is niemand meer voor rede vatbaar. Maar waarom zou je de soorten waar we last van hebben niet gewoon laten uitsterven? De ecologie maakt handig gebruik van het feit dat iedere technische uitvinding mensen in eerste instantie angst aanjaagt. In het Westen geven we veel te snel de technologie en de wetenschap de schuld van alles. Maar wat prettig is in het leven hebben we toch daaraan te danken. Niemand wil toch zeker werkelijk terug naar de natuur?

,,Ik ben het maar op één punt met de groenen eens. De bevolkingsdichtheid moet niet te hoog worden. Daarom vind ik Nederland een onleefbaar land. Driehonderd inwoners per vierkante kilometer is echt onverdraaglijk. Ik begrijp die bizarre tolerantie van de Nederlanders niet. Ze houden zich niet bezig met morele vraagstukken, liggen niet wakker van de teloorgang van de beschaving en kennen geen dramatische gevoelens. Ze lijden niet onder al de grote problemen van deze tijd. Nederlanders zijn vreemd probleemloos. Waarom zijn jullie zo cool?''

Michel Houellebecq: `Elementaire deeltjes' (Les particules élémentaires). De vertaling van Martin de Haan verschijnt op 3 sept. Uitg. de Arbeiderspers, 343 blz., prijs ƒ45,-. Op 23 september brengt Michel Houellebecq een bezoek aan het Maison Descartes in Amsterdam.