DOOD EN VERGANKELIJKHEID

De achttien doden`Een cel is maar twee meter breed' JAN CAMPERT

Dodenrit`Ja, Omsk is een mooie stad, maar net iets te ver weg' DRS.P

De gestorvene`Zeven maal om de aarde te gaan' IDA M.GERHARDT

Kinderlijk`Constantyntje zalig kyntje' JOOST VAN DEN VONDEL

Men moet`... moet zijn zomers nog tellen' GERRIT KOUWENAAR

O dood`... hoe bitter is u ghedincken!' ANNA BIJNS

Op de dood van Sterre`Ik waak, en `t is hoog dag, en zie mijn Sterre niet' CONSTANTIJN HUYGENS

Op de doot van mijn dochtertje`Jacoba trad met tegenzin/ Ter snode wereld in' H.C.POOT

Op Poot`Hier ligt Poot:/ hij is dood' DE SCHOOLMEESTER

Sterfbed`Mijn vader sterft; als ik zijn hand vasthoud' JEAN PIERRE RAWIE

De tijd`Ik droomde, dat ik langzaam leefde...' M.VASALIS

De tuinman en de dood`Die 'k 's avonds halen moest in Ispahaan' P.N.VAN EYCK

Voor een dag van morgen`Wanneer ik morgen doodga' HANS ANDREUS

In memoriam voor een vriend`Rust nu maar uit - je hebt je strijd gestreden' NEL BENSCHOP