Dichter des Vaderlands

Engeland kent de `Poet Laureate', zo'n ambassadeur van de poëzie, wiens werk tot verhitte discussies aanleiding geeft. Een nationale dichter moet er ook in Nederland komen. En dan niet benoemd door de Kroon of het parlement, maar democratisch verkozen.

De Engelsman Ted Hughes (1930-1998) gold als een van de beste dichters van zijn generatie. Zijn oeuvre was rijk, zijn poëzie even rauw als roerend, en zelfs in het jaar van zijn dood sleepte hij nog twee van de belangrijkste Britse literatuurprijzen in de wacht. Toch kreeg hij regelmatig vernietigende kritieken. Bijvoorbeeld in 1986, toen hij in de Engelse kranten een gedicht had gepubliceerd ter gelegenheid van het huwelijk van Prins Andrew en Sarah Ferguson. `Ik ben 66 en heb een gietijzeren maag,' schreef een lezer naar de brievenrubriek van The Daily Telegraph; `ik heb de ergste stormen op zee manhaftig doorstaan, maar toen ik vanmorgen bij het ontbijt de `koninklijke bruidsode' van de hofdichter las, voelde ik me behoorlijk misselijk.'

Ted Hughes, die sinds 1984 de hofdichter, de `Poet Laureate', van Groot-Brittannië was, kon het niet helemaal helpen. Als boegbeeld van de Engelse poëzie, door de Kroon benoemd en betaald (met jaarlijks 165 pond en een vat met witte port), was hij verplicht om bij grote gebeurtenissen het koninklijk huis te verrassen met een ode. Zo wilde de eeuwenoude traditie het nu eenmaal; al zou de eerste Poet Laureate, John Dryden (1631-1700), vreemd hebben opgekeken bij sommige van de koninklijke odes van Hughes, die er niet voor terugschrok om de corgi's van Elizabeth te vergelijken met de Leeuw van Engeland, en de koningin-moeder met een oude eik.

Omdat hovelingenpoëzie niet altijd de beste poëzie is, gingen er na de dood van Hughes in Engeland stemmen op om het kroondichterschap maar helemaal op te heffen. Te meer omdat veel goede Engelse dichters onmiddellijk lieten weten dat ze geen zin hadden in het erebaantje. `Op je bolle ogen,' reageerde James Fenton, poëzieprofessor in Oxford; `Oh God, no,' piepte Craig Raine, een van de andere kandidaten.

Maar het gevoel voor traditie bleek sterker – in meer dan één opzicht. Drie maanden geleden kwam er een nieuwe Poet Laureate, en inderdaad, het was zoals altijd in de afgelopen 350 jaar een man. De regering Blair, die na raadpleging van diverse poëziecommissies een bindende voordracht deed, passeerde de toegankelijk-Schotse Carol Ann Duffy en koos voor de 47-jarige Andrew Motion: een gevestigd poëet die ook als criticus en biograaf een naam te verliezen had. De benoeming was voor het eerst niet voor het leven, maar voor een periode van tien jaar; daar stond tegenover dat de hofdichter nu wel een echt salaris (achtduizend pond) kreeg.

Soms is het ingebouwde Engelse conservatisme een deugd. Want zelfs al raakt Andrew Motion ook niet geïnspireerd door de tekkels van Charles of het zoveelste kroonjaar van de `Queen-Mum', het was eeuwig zonde geweest als de Poet Laureate het volgende millennium niet gehaald had. Zo'n vereerd symbool van de dichterlijke traditie, een ambassadeur van de poëzie wiens werk tot verhitte discussies aanleiding geeft, is een sieraad voor ieder land. Maar vreemd genoeg kennen alleen de Verenigde Staten een vergelijkbaar instituut. Daar is de Gelauwerde Dichter – op dit moment Robert Pinsky – de poëzie-adviseur van de Library of Congress in Washington; één of twee jaar lang organiseert hij of zij lezingen van beroemde collega's en speciale projecten, zoals het op video vastleggen van voordrachten van `Favorite Poems'. Met odes aan hoogwaardigheidsbekleders hoeft de Amerikaanse Poet Laureate zich niet bezig te houden, sinds de pionier van het ambt (Robert Penn Warren) bij zijn aanstelling in 1986 zwoer dat hij nooit zou dichten over `Mr. Reagan's Horse Cured of Colic'.

Een nationale dichter, zo iemand moest er in Nederland ook komen. Dat vonden de organisatoren van de Landelijke Gedichtendag, die op 27 januari 2000 gehouden wordt. Om de vijf jaar zou één dichter moeten worden aangewezen die niet alleen een ambassadeur voor de poëzie is, maar die ook van tijd tot tijd een nationale gebeurtenis in verzen om kan zetten. De vijftiende Elfstedentocht, een heroïsche bijna-watersnoodramp, de tweede editie van de Landelijke Gedichtendag, een kroonprinselijk samenwoningscontract, de inwijding van een nieuw waterwerk, een tweede plaats van het Nederlands voetbalelftal – gelegenheden genoeg voor de Dichter des Vaderlands om pen of pc in beweging te zetten. In alle vrijheid en tegen een Nederlands honorarium: een kunstwerk, eens per maand een ruimhartig boeket, plaatsing van de vaderlandse gedichten in het Cultureel Supplement, en wellicht meer.

Maar door wie moest de Dichter des Vaderlands gekozen worden? Door de Kroon, zoals in Engeland? Liever niet. Nog afgezien van het gevaar dat de gekozen dichter zich verplicht zou voelen tot het vleien van het Koninklijk Huis (`composing toad's odes' noemen de Engelsen dat), is er het risico van uitsluiting van sommige dichters. In Engeland fluistert men dat Philip Larkin ooit als Poet Laureate geweigerd werd omdat hij te veel schuttingwoorden in zijn gedichten gebruikte, terwijl de Noord-Ierse republikein en Nobelprijswinnaar Seamus Heaney zichzelf begin dit jaar buitenspel zette door te herhalen dat hij nooit de Engelse koningin zou kunnen dienen. Moet de Dichter des Vaderlands dan aangesteld worden door het parlement? Ook niet, want dan zou het ambt een speelbal kunnen worden van politiek gekrakeel. Oudere poëzielezers zullen zich misschien nog herinneren hoe de Amerikaanse dichter William Carlos Williams in de McCarthy-periode uit een dichterlijk ambt werd geweerd wegens communistische sympathieën.

Nee, de Dichter des Vaderlands kan het best democratisch gekozen worden. Door zoveel mogelijk Nederlanders:

- lezers van NRC Handelsblad en de VPRO-gids

- televisiekijkers van de NPS en alle andere zenders die aandacht aan de verkiezing besteden;

- bezoekers van de Internetsites (met name de websites van Poetry International, NRC Handelsblad en de NPS, waar ook gestemd kan worden);

- bezoekers van alle openbare bibliotheken en boekhandels waar de speciale verkiezingsbijlage met stemformulier wordt verspreid.

Meeste stemmen gelden; de naam van de uitverkoren dichter, die tot januari 2005 Dichter des Vaderlands zal zijn, wordt bekend gemaakt tijdens een NPS-televisieprogramma aan de vooravond van de Landelijke Gedichtendag: woensdag 26 januari 2000, 20.30-22u, Nederland 3.

Om de kiezers op ideeën te brengen heeft de literatuurredactie van NRC Handelsblad alvast een beperkte maar zo breed mogelijke voorselectie van mogelijke kandidaten voor de functie van Dichter des Vaderlands gemaakt (zie illustratie): oud naast jong, cryptografen naast liedjesschrijvers, PC Hooftprijs-winnaars naast lichte-verzenmakers, Vijftigers naast Negentigers. Maar het staat iedereen vanzelfsprekend vrij om zijn of haar eigen favoriete dichter in te vullen. De stippellijn is het vrije vers van de democratie.