De steen

Het was een mooie steen die Max en Vera hadden gevonden. Hij was grijs en glad en er liepen hele dunne blauwe adertjes doorheen. Hij was zo groot als het ei van een kip.

Ze hadden een geweldig plan. Ze gingen de steen begraven in het zand naast het schuurtje. Als ze het goed diep deden, zou de steen daarna verder de grond in zakken, dwars door de hele wereld heen, en in China weer boven komen. Dat kwam omdat de aarde rond was. De Chinezen woonden aan de andere kant.

Ze hadden de steen ingepakt in een rood vouwblaadje waar ze hun naam en adres op hadden geschreven. Als er Chinese kinderen waren die hem vonden, wisten ze wie hem aan de andere kant van de wereld in de grond hadden gestopt.

Max en Vera, Nederland.

Max had met een schep een kuil gegraven. Vera lag nu op haar buik in de kuil. Ze groef met haar hand. Haar arm stak diep de grond in, al bijna tot haar oksel. Het zand was koud en nat, haar arm in de grond kreeg kippenvel.

,,Ben je er bijna?'' vroeg Max die naast haar zat met de steen in zijn hand. Max had altijd haast.

,,Ja,'' zei Vera - ze lag met haar wang op de grond. Er kriebelden steentjes aan haar neus. Ze kwam overeind en sloeg het zand van haar jurk.

Het was een goed diep gat dat ze had gemaakt. Als je er in keek kon je bijna de bodem niet zien. Het zou nog een hele reis zijn voor de steen, naar China, maar het begin was er.

Max kwam nu dichterbij. Hij had de steen. Ze hadden afgesproken dat ze hem allebei nog even vast mochten houden voor hij naar China ging. Max gaf de steen aan Vera. Het papier dat eromheen zat was warm van Max' handen. Vera hield de steen tegen haar buik.

,,Oké,'' zei Max, ,,nou gaat hij op reis.'' Vera gaf hem de steen.

Ze gingen allebei dicht bij het gat staan. Max hield de steen er recht boven en liet hem los.

,,Goeie reis steen,'' riepen Max en Vera allebei tegelijk.

De steen viel naar beneden en kwam met een plof op de bodem. Ze gooiden snel zand in de tunnel, want dat moest. Dan kon de steen niet denken dat hij lekker stil lag. Hij moest dan wel doorgaan met vallen.

Toen de kuil dicht was, waren Max en Vera klaar. Dat gaf een raar idee. Wat nu?

Max dacht aan China. Hij wist dat er heel veel Chinezen woonden en dat Chinezen rijst aten en heel veel fietsten, want dat was gezond. Vera dacht aan de steen die in de donkere aarde op reis was. In het midden was de wereld heel heet, wist ze, en ze hoopte maar dat hun brief niet zou verbranden.

,,Zullen we gaan schommelen?'' vroeg Max.

,,Wanneer komt de steen terug?'' vroeg Vera terug.

Max dacht na. Als twee Chinese kinderen de steen vonden en dan hun naam en adres op het papier schreven en hem weer in de grond stopten, zou hij door zijn eigen tunnel terugrollen naar het zand naast hun schuurtje.

,,Ik denk morgen,'' zei hij.

Vera dacht na. ,,Ik wil niet schommelen,'' zei ze toen, ,,ik wil wachten.''

Zo gingen Max en Vera zitten wachten op een steen uit China.

    • Martin Bril