Burgemeester niet kiezen

Burgemeestersbenoemingen veroorzaken geregeld politiek tumult. Frans Lisman vindt dat de feitelijke beslissing over een nieuwe burgemeester bij de gemeenteraad moet liggen en de formele benoeming bij de Kroon. Pas daarna kan het ambt worden ingevuld.

De sollicitatieprocedure voor burgemeesters rammelt al vele jaren. De wervende arbeidsorganisatie, de gemeente, mag als het ware onder curatele kandidaten selecteren en krijgt dan vaak toch een ander dan zij wenst: in de eerste drie jaar van Dijkstals ministerschap gebeurde dit maar liefst 25 van de 117 keer. De sollicitanten weten dat er een grote kans is dat hun sollicitatie niet vertrouwelijk blijft, wat velen ervan weerhoudt te solliciteren. Aan beide partijen in de sollicitatieprocedure zou recht worden gedaan als de verwarrende dicussie over `de gekozen burgemeester' effectief wordt afgerond. De oplossing daartoe is dat de gemeenteraad de feitelijke beslissing neemt en dat de Kroon de formele benoeming blijft verzorgen. De procedure zou dan als volgt moeten verlopen.

De vacature wordt, net als nu, gepubliceerd in de Staatscourant. Daarnaast kunnen raadsleden actief personen binnen of buiten de gemeente benaderen en hun verzoeken te solliciteren. Vervolgens kunnen geïnteresseerden bij de gemeente een informatiepakket met profielschets opvragen. Die profielschets wordt door de gemeenteraad opgesteld. Niemand weet immers beter dan de raadsleden aan welke eisen hun burgemeester behoort te voldoen. Inspraak van de bevolking bij het opstellen van een profielschets is immers een wassen neus.

De ontvangst en selectie van de brieven dient te geschieden door een door de raad ingestelde vertrouwenscommissie. Voor de hele selectieprocedure en met name voor de selectiegesprekken kan deze commissie externe deskundigen inschakelen, waarbij ook aan de provincie en aan de Vereniging van Nederlandse Gemeenten kan worden gedacht. Ook in deze fase leidt eventuele raadpleging van burgers niet tot meerwaarde, zodat de namen van de kandidaten vertrouwelijk kunnen blijven. Dat zou een grote verbetering zijn ten opzichte van de huidige procedure, waarbij geregeld, vooral door het nader overleg in Den Haag, de namen van het lijstje van de vertrouwenscommisie in de publiciteit komen. J. Terlouw bepleit in NRC Handelsblad van 15 juli een schijnvertoning: de vacature wordt opengesteld nadat kandidaten door de raad zijn benaderd en nadat in een openbaar debat de uiteindelijke keuze is gemaakt.

Wil een gemeente bereiken dat een aantal geschikte kandidaten solliciteert, dan moet de privacy zoveel mogelijk gewaarborgd blijven. ,,Op een zeepkist campagne voeren'' en ,,in het openbaar met concurrenten debatteren'' zijn activiteiten die in zuidelijke landen gebruikelijk zijn, maar in Nederland zullen zij veel personen ervan weerhouden te solliciteren. Hoe kleiner de kring is die van hun sollicitatie afweet, des te meer en des te betere kandidaten zullen zich aanbieden. Diverse gemeenteraden lieten al weten het zogenoemde raadplegend referendum voor burgemeestersvacatures als ongewenste poppenkast te beschouwen. Zodra de vertrouwenscommissie de selectieprocedure heeft afgerond en een voordracht heeft gemaakt, kan de gemeenteraad een besluit nemen. Het zou wenselijk zijn dat voordracht en raadsdiscussie vertrouwelijk blijven en dat alleen de naam van de te benoemen kandidaat in de openbaarheid komt.

Na de feitelijke beslissing van de gemeenteraad, wordt de betrokkene met diens medeweten ter benoeming voorgedragen bij Binnenlandse Zaken. Hier vindt de toetsing op landsbelang (crimineel verleden e.d.) plaats, waarna de benoeming formeel wordt afgerond.

Om vele redenen is het verstandig dat de benoeming centraal, door de Kroon, blijft plaatsvinden: er is geen grondwetswijziging nodig, het landsbelang blijft centraal getoetst worden, de rechtspositie blijft centraal geregeld, enzovoort. Verder is het belangrijk dat zo de centrale overheid kan blijven ingrijpen als er tijdelijk een waarnemend burgemeester moet komen.

Het gevolg van deze procedure zal zijn dat, net als in België, in een procent van de gevallen afgeweken wordt van de voordracht van de gemeenteraad. Dat lijkt te stroken met het Europees Handvest voor Lokaal Zelfbestuur waardoor de procedure aanvaardbaar is voor de Raad van Europa.

En de commissaris van de koningin? Diens invloed was al beperkt doordat hij niet meer mag aanbevelen maar alleen nog maar adviseren. Dit heeft echter geen enkele functie meer. In het aanstellingstraject kan de actieve rol van de commissaris dan ook worden geschrapt. Praktijken zoals recentelijk in Utrecht, waarbij D66-commisaris Staal adviseerde D66-kandidaat Kohnstamm te benoemen terwijl PvdA-kandidate Brouwer op de eerste plaats van de voordracht stond, zijn daarmee verleden tijd. Sollicitatiebrieven stuurt men dus in het vervolg rechtstreeks naar de gemeente, die zelf contact opneemt met opgegeven referenten. Uiteraard gaat de burgemeester na zijn benoeming deel uitmaken van het overlegcircuit van de commissaris in zijn provincie. Bij periodieke beoordelingen door de gemeenteraad en als verlengstuk van de Kroon bij een ontslagprocedure kan deze een nuttige functie vervullen.

Tot slot nog een opmerking over het vervolgtraject. Is men eenmaal benoemd, dan is dat voor zes jaar. Mijn pleidooi in NRC Handelsblad van 17 september 1996 is inmiddels door de politiek overgenomen en dat betekent dat een burgemeester in dezelfde gemeente nog maar eenmaal voor zes jaar herbenoemd mag worden, namelijk als de raad en hijzelf dat beide wensen. Hij stapt dus in een baan voor zes, hooguit twaalf jaar. Als hij daarna niets anders heeft gevonden en nog geen 65 is, dient er voor een beperkte periode wachtgeld te zijn. Zijn baanzekerheid is daarmee dan nog steeds een stuk groter dan die van de meeste Nederlanders. Een carrièrebeleid voor burgemeesters is in de nieuwe situatie echter niet te verwezenlijken. Dat is geen ramp, want het past ook niet bij de functie. Er valt straks immers niets te sturen, de gemeenten zijn autonoom in hun aanstellingsbeleid.

Wanneer aldus de centrale bemoeienis verdwijnt, wordt de kans op een optimale respons bij vacatures groter. De frustraties nemen af en de procedure verloopt sneller. Er is dan een klimaat geschapen waarin de politiek een stuk van het verloren vertrouwen van de burger zal kunnen terugwinnen. Dat dit klimaat ook kandidaten zal trekken die geen lid zijn van een landelijke politieke partij, waardoor zij zich als voorzitter van de gemeenteraad en van B en W gemakkelijker en onafhankelijker boven de partijen kunnen stellen, is een aantrekkelijk nevenaspect.

Mr. F.J.Lisman was onder andere raadslid voor Leefbaar Oegstgeest en is thans P&O-consultant in Velp.

    • Frans Lisman