Werknemer eerder gestraft na fraude dan werkgever

Werknemers worden eerder gestraft voor fraude dan werkgevers. Reden is onder meer dat fraude door werkgevers moeilijker vast te stellen is, terwijl door koppeling van computerbestanden werknemersfraude steeds makkelijker is op te sporen en te bestraffen. Dat concludeert de toezichthouder in de sociale zekerheid (CTSV) in een vandaag verschenen rapport.

Het CTSV meent dat de bestrijding van fraude aan het verslappen is. De verklaring hiervoor ziet de toezichthouder in de `veranderingsprocessen' waar de uitvoerders in de sociale zekerheid momenteel mee te maken hebben. In 2001 zou de uitvoering van werknemersverzekeringen als de WW en de WAO moeten worden geprivatiseerd. ,,Het op orde krijgen van de organisatie en het tijdig verstrekken van de uitkeringen heeft momenteel meer prioriteit dan de aanpak van uitkerings- en premiefraude'', concludeert het CTSV.

Vooral de ontwikkelingen bij de opsporing en bestraffing van werkgeversfraude, zoals het onvoldoende afdragen van premies, baart het CTSV zorgen. Weliswaar is het aantal fraudeonderzoeken gestegen, maar het aantal fraudeconstateringen daalde. Het percentage fraudeonderzoeken dat leidt tot een fraudeconstatering was in 1998 30 procent, te laag naar de zin van het CTSV. Het aantal niet-bestrafte gevallen van werkgeversfraude is met 29 procent volgens het College te hoog. Vooral de uitvoeringsinstelling Cadans doet het wat dit betreft slecht: vorig jaar bleef tweederde van de werkgeversfraude onbestraft.

De zorg van het CTSV over de bestraffing van werkgeversfraude is ook ingegeven door de verwachte privatisering van de sociale zekerheid. Als uitvoeringsinstellingen commerciële organisaties zijn, met werkgevers als opdrachtgever, dan zouden de zogenoemde uvi's wel eens terughoudender kunnen worden bij het achterhalen van fraude door werkgevers. Ook is het CTSV bang dat bij geconstateerd fout gedrag van de opdrachtgever de uvi's niet snel geneigd zullen zijn tot het uitdelen van een sanctie.

Een indicatie daarvoor ziet het CTSV ook in de wijze waarop werkgevers en uitvoerders omgaan met de verplichting om voor iedere zieke werknemer een zogenoemd reïntegratieplan in te dienen, waarin staat hoe geprobeerd zal worden de werknemer terug naar de werkplek te leiden. Het CTSV heeft vastgesteld dat de bestraffing van het overtreden van deze verplichting tekortschiet.

Daar staat tegenover dat de bestrijding van fraude door werknemers zich gunstig ontwikkelt, zo stelt het CTSV. Steeds vaker wordt fraude onderzocht en geconstateerd. Ook leiden die constateringen in toenemende mate tot bestraffing.

Die bestraffing is volgens het CTSV niet altijd even consequent. Soms blijken uitvoerders bij een overtreding geen straf op te leggen, omdat zij de gevolgen te zwaar vinden. Ook worden overtredingen genegeerd omdat de werkdruk bij de uvi's te hoog is of omdat de overtreding te licht wordt gevonden. Veel uitvoerders vinden het sanctieregime dat ze door de wet is opgelegd onrechtvaardig. Veel uitkeringstrekkers weten weinig over hun verplichtingen, waardoor ze sneller overtredingen maken.