VNU investeert fors in Internet

Uitgever VNU gaat de helft van zijn budget voor nieuwe activiteiten besteden aan Internet-diensten. Daarmee neemt de onzekerheid over het succes van die investeringen toe. ,,We zullen wel eens mis schieten.''

`Hoe meer verlies, hoe hoger de beurswaarde'

VNU heeft last van het omgekeerde Calimero-effect nu het zich vol verve op de snelle wereld van het Internet heeft gestort. In die nieuwe wereld hebben de grote, traditionele en stabiel winstgevende uitgeverijen het niet makkelijk tegen de kleine, jonge en soms nog fors verlieslijdende start-ups: Ik ben groot en zij zijn klein, en dat is niet eerlijk.

,,Wij worden door beleggers afgerekend op de groei van de winst per aandeel'', klaagde financieel bestuurder Frans Cremers van VNU gisteren bij een toelichting op de halfjaarcijfers. ,,Maar we concurreren met start-ups die nog helemaal geen winst maken. Dat is een dilemma.''

VNU, in Nederland onder meer de uitgever van Libelle, Intermediair en de Gouden Gids, behaalde vorig jaar een omzet van 5,3 miljard gulden. Op het gebied van Internet-sites voor vakinformatie is het Amerikaanse Vertical.Net, dat begin dit jaar naar de beurs is gegaan, een van de belangrijkste concurrenten. ,,Een omzet van 3 miljoen dollar, een verlies van 10 miljoen dollar en een beurswaarde van 1,5 miljard gulden'', somde Cremers op. Hij werd meteen gecorrigeerd door een van zijn medewerkers. Ook de beurswaarde was in dollars, niet in guldens. ,,Wat maakt het ook uit'', verzuchtte Cremers. ,,Hoe meer verlies, hoe hoger de beurswaarde.''

Beleggers in VNU, maar ook in de andere Nederlandse uitgevers als Elsevier en Wolters Kluwer, waren gewend aan een constante groei van de winst. Maar de Internet-investeringen van al snel enige tientallen miljoen guldens per jaar, kunnen de resultaten drukken. Bovendien is het helemaal niet duidelijk wie op Internet de strijd gaat winnen. De grote uitgevers hebben met hun papieren uitgaven de `inhoud' (de verhalen en de informatie) die nodig is om Internet-sites aantrekkelijk te maken. Maar de kleintjes kunnen bijvoorbeeld door de torenhoge waardering op de beurs overnames betalen in aandelen en daardoor relatief veel sneller groeien. En beide beschikken met Internet over hetzelfde goedkope en toegankelijke distributiekanaal.

,,We geloven in Internet'', zei Cremers. Daarom gaf hij gisteren zoveel mogelijk informatie over de kosten van de projecten. Vorig jaar besteedde VNU ongeveer 20 procent van zijn investeringen in nieuwe activiteiten aan Internet-projecten. Dit jaar wordt dat 50 procent van het totaal van 135 miljoen. ,,De onzekerheid neemt toe'', gaf Cremers toe. ,,Bij nieuwe tijdschriften wisten we door onze ervaring wel ongeveer wanneer zo'n project winstgevend zou zijn. Bij Internet zullen we ook wel eens mis schieten.''

De meeste Internet-projecten van VNU zijn gekoppeld aan bestaande gedrukte media, bijvoorbeeld de sites van Libelle of van de Gouden Gids. Het zijn arbeidsintensieve projecten waarvan de inkomsten uit reclame (zogenoemde banners) meestal nog achterblijven bij de uitgaven. Alleen in de Verenigde Staten heeft VNU een winstgevende site. Dat is Billboard.com, verreweg de belangrijkste informatiebron voor de Amerikaanse muziekindustrie. Die site was in zijn eentje goed voor 19 miljoen van de 107 miljoen page-views die de VNU-sites behaalden in het tweede kwartaal van dit jaar.

,,Het is een snel exploderende markt waarin het gevecht nu vooral gaat om het veroveren van marktaandeel'', zei Cremers. ,,Alles wordt gedreven door de cost of customer acquisition.'' Daarmee bedoeldt hij de kosten om een klant naar je site te krijgen en hem daar te houden. Cremers: ,,Maar het is onmogelijk te zeggen wanneer onze Internet-activiteiten winstgevend worden.''