Vilten poedels en Anton Pieck

Cirkelrokken en petticoats, felgekleurde Hawaiibloezen, vlinder zonnebrillen, of afbeeldingen van in model geknipte poedels op tassen of kleding en extravagante tassen. De modebewuste vrouw in de Verenigde Staten van de jaren vijftig kon niet zonder deze items. Dat zij zich daarmee richtte op de mode in Parijs toont een van de tassen die te zien is op de expositie Gekke tassen sinds de `Crazy Fifties' in Tassenmuseum Hendrikje. Het is een mandtas met daarop een afbeelding in vilt van twee poedels, versierd met groene slakkenschelpjes die de krullen van het dier moeten voorstellen, en op de achtergrond een kleine, zwarte Eiffeltoren.

In een piepkleine ruimte achter in het museum zijn twee vitrines ingericht met ongewone tassen, voornamelijk daterend uit de jaren vijftig. Na de sobere oorlogstijd kwam er weer wat ruimte voor frivoliteit. Naast de gangbare leren handtassen werden tassen ontworpen met een vrolijk uiterlijk, en gemaakt van andere materialen zoals kunststof en stro en met uitbundige decoraties. Zo waren tassen en manden volgeplakt met schelpen erg populair. Of er werd `grappig' gedaan: een nagebootste witte champagnekoeler met het opschrift `Champagne Reims' als tas waar een nepflesje tussen nep-ijsklontjes uit het deksel steekt.

Een absolute hit in de Verenigde Staten waren de kunststof tassen. Zoals je nu overal opblaasbare rugzakken van doorzichtig plastic ziet, bepaalden toen kleine plastic handtasjes het modebeeld in Amerika. Volgens conservator Sigrid Ivo werden kunststoffen al sinds de jaren twintig gebruikt voor het maken van tassen. Door ontwikkeling van nieuwe kunststoffen als PVC, perspex en nylon werden deze materialen na de Tweede Wereldoorlog steeds vaker toegepast, dus ook bij tassen. Behalve zacht plastic handtassen, zoals de kleine doorzichtige beugeltas die in het museum te zien is, zorgde het gebruik van de nieuwe kunststoffen voor een rage van hard plastic tassen. Deze mode werd eind jaren veertig in gang gezet door toneelactrices en filmsterren, duurde ruim tien jaar en heeft zich beperkt tot de Verenigde Staten, in Europa waren deze tassen niet te zien. De kleine, maar zware tassen zijn volstrekt onpraktisch en lijken, als je de hengsels ervan afhaald, op bonbondoosjes. Ze zijn vaak ovaal van vorm en versierd met roze plastic bloemen of hebben een rand van kleine glassteentjes. Eén van de tassen in het Tassenmuseum is geslepen als een kristallen schaal en een ander heeft een trosje druiven als versiering op het deksel. Deze zogenoemde `early plastic' tassen zijn het toppunt van kitscherige kunst en een collectors item.

Niet alleen `gekke tassen' uit jaren vijftig zijn vertegenwoordigd op de tentoonstelling. Er is ook een zwartlakken tas van begin jaren tachtig met een klok erin – Ivo: ,,Drie weken geleden heb ik 'm opgewonden en hij loopt nog steeds, tot op de minuut gelijk'' – en een vierhoekige tas gemaakt van pastelkleurige ansichtkaarten van de Nederlandse ontwerpster Georgette Koning uit 1983. Verder heeft het museum twee stoffen Collins of Texas handtassen, die in de jaren zestig in waren, in zijn collectie. Enid Collins ontwierp haar eerste tas, een leren zadeltas met koperen versierselen in de jaren veertig in Texas. Na het succes van deze tas, begon zij met het ontwerpen van stoffen tassen en houten kisttassen, met geschilderde afbeeldingen van onder meer bloemen, vogels, `geldbomen', vlinders, auto's en trams, versierd met gekleurde glazen stenen. Het hoogtepunt van de populariteit van deze dure Collins of Texas tassen was eind jaren zestig, zowel in de VS als in Zuid-Amerika, Europa en Canada. Het was in die tijd zeer gebruikelijk dat moeder en dochter een Collins-tas hadden met hetzelfde design, de moeder droeg het stoffen exemplaar, terwijl dochter met de houten naar school ging. Ook deze tassen hebben een hoog kitschgehalte.

Het meest curieuze object van de tentoonstelling is een achthoekig doosje met hengels dat is gedecoreerd met Anton Pieck taferelen in reliëf en met de naam van de kunstenaar. Ivo weet niets van de herkomst van deze tas en ook niet uit welk jaar hij dateert.

Gekke tassen sinds de `Crazy Fifties' t/m 6 jan.

Niet gek, wel mooi én praktisch zijn de tassen van Mariët Spruit, t/m 14 okt te zien onder de titel Leren tassen van Mariët Spruit.

Tassenmuseum Hendrikje, Zonnestein 1, Amstelveen. Open zo 13-17u, ma 10-16u, di t/m do op afspraak. Tel 020-6478681.