Vierdaagse werkweek verder dan vaak gedacht

De vierdaagse werkweek staat weer eens op de agenda. Dat was in 1990 en 1995 ook al het geval, maar leidde nooit tot formeel resultaat. Maar in de alledaagse praktijk en op decentraal niveau blijkt de `vierdaagse' verder gevorderd dan vaak gedacht.

De discussie over de vierdaagse werkweek is terug van weggeweest. Voor de zoveelste keer. Al in 1990 wilden verscheidene FNV-bonden de `vierdaagse' tijdens het CAO-overleg hoog op de agenda zetten. Door de snel versomberende conjunctuur kwam het er toen niet van. In 1995 laaide de discussie opnieuw op maar eveneens zonder al te veel resultaat.

Deze keer komt de vierdaagse-discussie niet uit de koker van de vakbond. Het was werkgeversvoorman Bernard Wientjes die er afgelopen juni tijdens zijn aantreden over begon. FNV-voorzitter Lodewijk de Waal haakte er vorige week op in. Het voornaamste dispuut over de vierdaagse betreft nu de status van de zaterdag. De werkgevers willen dat deze dag een gewone werkdag wordt. Alleen dan kan de vierdaagse volgens hen leiden tot optimale werktijdspreiding en minder files. Maar de bonden houden dat af.

De discussie over de vierdaagse werkweek is deels al achterhaald. Want de vierdaagse is in feite allang onder ons, zij het in een wat diffuse en vaak lastig kwantificeerbare vorm. De primeur gaat waarschijnlijk naar slijpschijvenfabrikant Flexovit die er al in 1984 mee begon. In 1989 schatte arbeidsmarktexpert W. de Lange het aantal bedrijven met een vierdaagse werkweek al op 50.

Een decennium later blijkt het verschijnsel geleidelijk verder uitgedijd. De helft van alle mensen die onder een CAO vallen, werkt nu 36 uur waardoor een vierdaagse praktisch (4 maal 9) vrij eenvoudig te regelen is. En in 19 procent van alle CAO's staat dat werknemers minder kunnen werken mits dat niet strijdt met het bedrijfsbelang.

Toch zijn harde en afgeronde cijfers moeilijk te geven. Waarom? Organisaties weten op centraal niveau vaak niet in hoeverre de vierdaagse bij hen heeft toegeslagen omdat dit veelal in onderling overleg op afdelingsniveau met de directe chef wordt afgesproken. Bovendien kan de omvang van de vierdaagse door de tijd variëren. ,,De banken-CAO voorziet in een 36-urige werkweek en dat kan in overleg per afdeling 4 maal 9 worden'', aldus een zesgsman van de Werkgeversvereniging voor het Bankbedrijf. ,,Dat is nu wel gemeengoed. Maar de vierdaagse blijft afhankelijk van van het aanbod van werk en personeel en kan per jaar wisselen.''

Shell heeft in een vorige maand beklonken CAO toegezegd dat in de vestigingen Pernis en Moerdijk in de dagdienst zal worden geëxperimenteerd met een werkweek van vier maal negen. ,,Dat project begint nu'', meldt een woordvoerder van het concern.

Op ministeries en bij gemeenten staat wel vast dat de vierdaagse redelijk wortel heeft geschoten. Wie vrijdags de relatieve rust op het traject Gouda-Den Haag ziet, kan zich daar wat bij voorstellen. Ook bij de overheid wordt de optie per afdeling direct geregeld tussen werknemer en directe chef. ,,We hebben geen idee van aantallen'', zegt een woordvoerster van Sociale Zaken en Werkgelegenheid.

Ook bij bedrijven die niet op het FNV-lijstje figureren, blijkt de vierdaagse geen onbekende grootheid. ,,Wij hebben in ons bedrijf te maken met drie CAO's en een gemiddeld 38-urige werkweek'', legt een zegsman van Unilever in Rotterdam uit. ,,Ons uitgangspunt zijn de resultaten en daar wordt iemand op afgerekend. Tegelijk zijn er flexibele en deeltijd- en à la carte-arrangementen mogelijk. Al wordt daar wel stevig over onderhandeld. Een vierdaagse week als zodanig hebben wij niet. Je kunt wel vier dagen gaan werken maar dan tegen 20 procent minder salaris. Van zulke opties wordt steeds meer gebruik gemaakt en je ziet ze in alle lagen van het concern.''

Bij Philips bestaat geen centraal geregelde mogelijkheid voor een vierdaagse. ,,Wel bestaan daardoor mogelijkheden in het kader van deeltijdwerk en de vele variaties op onze 38-urige werkweek'', meldt de persdienst van het concern. ,,Dat gebeurt meestal in direct overleg op de afdeling. Wij hebben in Nederland 37 bedrijven en honderden afdelingen. Zulke individuele afspraken tussen werknemer en direct chef worden niet centraal geregistreerd.''

Blijft de vraag waarom de invoering van een vierdaagse nu al een decennium hapert, terwijl de vijfdaagse werkweek begin jaren zestig vrij plotseling tot stand kwam. Volgens de Tilburgse onderzoeker Stephan Raaijmakers had dat `sneeuwbaleffect' deels te maken met de speciale na-oorlogse situatie. Zo maakte in de jaren vijftig de spanning tussen de sterke groei en de geringe stijging van de inkomens (door koppeling aan de kosten van levensonderhoud) de vraag almaar dringender wat te doen met de welvaartsstijgingen.

Moest die worden vertaald in loonsverhoging of in meer vrije tijd? Raaijmakers: ,,Omdat de reguliere arbeidstijd zich tot en met de zaterdag uitstrekte, lag het voor de hand dat de discussie over meer vrije tijd zich zou richten op de overgang naar een vijfdaagse werkweek.'' Verder speelde begin jaren zestig de extreem krappe arbeidsmarkt de vijfdaagse in de kaart. Raaijmakers: ,,Geen werkgever die het zich kon veroorloven achter te blijven.''

Dat de discussie over de vierdaagse begin jaren negentig doodbloedde, kon voor een deel op het conto van de toenmalige arbeidsoverschotten en oplopende werkloosheid worden geschreven. Ook het feit dat Nederland internationaal gezien al kort werkte en rekening moest houden met de internationale concurrentie speelde een rol.

Bovendien boden de in Nederland hoogontwikkelde opties tot deeltijd-, uitzend- dan wel flex-werken uitlaatkleppen. Nu de schaarste op de arbeidsmarkt weer hoog oploopt, is de tijd rijp voor een nieuw dispuut over het oude punt van de vierdaagse.