Verslingerd aan het zwaard

Op gezette tijden trekken de jongens hun pak aan, wetten hun zwaard, poetsen hun harnas, stoffen hun sjako af, er gaat nog een spuitje olie in de musket, en ze vertrekken naar de ruïne van Brederode, naar Loevestein of Waterloo om slag te leveren. Het is veiliger dan het supporterschap van een voetbalclub in de eredivisie, en te oordelen naar de gezichten van de strijders wordt een mens er niet minder gelukkig door.

Hans Polak (VARA) maakte de documentaire Eén twee drie, boem!, waarin hij laat zien en horen wat mannen doen als ze aan een historische krijgsmacht verslingerd zijn geraakt. Het begint met twee middeleeuwers die met schild en zwaard een rekening aan het vereffenen zijn. Op het eerste gezicht deed het wat denken aan Rutger Hauer in de beroemde serie Floris waarmee de kinderen zijn opgevoed die nu een jaar of veertig zijn. Maar het is anders. Floris werd verdienstelijk neergezet door een beroepsacteur. Deze mannen zijn geen beroeps. Ze zijn zichzelf zoals ze zich het liefst voorstellen. Ze spelen hun spel en dat doen ze met de diepste ernst en overgave. Zijn ze dan weer kinderen die hun versie van cowboy en indiaan spelen? Geen sprake van, zo moet je het niet zien. Ze zijn middeleeuwers. Als u het voor het kiezen had, vraagt Polak aan een van de krijgers, zou u dan liever in de Middeleeuwen leven? De ondervraagde denkt na. Misschien wel. Fulltime middeleeuwer. Dat leek hem wel wat. Ja, zijn vrouw is er om er af en toe de rem op te zetten.

We verplaatsen ons naar het begin van de vorige eeuw. Een patrouille Nederlandse soldaten is ergens in de Brabantse wildernis op zoek naar de Fransen. De achterste soldaat maakt halt voor een kort vraaggesprekje, lacht dan verontschuldigend en verklaart dat hij nu verder moet want anders verliest hij contact. Vanzelfsprekend. Hij loopt daar niet voor de televisie. `Er kunnen overal Fransen zitten', en hij is er om de Fransoos het land uit te jagen. Spanjool had ook gekund, maar dat is een paar eeuwen vroeger. Een van de geharnaste middeleeuwers keert later terug in de film. ,,Als je het destijd goed deed'', verklaart hij, ,,moest je verslagen tegenstander als het ware uitgeblikt worden. Die was dus niet meer te redden.''

Het herscheppen van de militaire geschiedenis is een internationale bezigheid – of roeping moeten we misschien eerder zeggen. Een jaar of twee geleden zag ik op CNN een reportage van de Slag bij Waterloo. Fransen, Duitsers, Hollanders, Engelsen, alles stortte zich in de mêlee. Door de dichte kruitdamp doemden de troepen van Blücher op, natuurgetrouw tot de laatste kokarde. Daarna troffen ze elkaar in de tenten, met de marketensters, bij bier, wijn en gebraad. Historische veldslagen werken verbroederend. Maar ze moeten echt zijn. Een knoop van een dragonder van Wellington op een pak van een infanterist van maarschalk Ney, en de slag is verloren.

De laatste historische periode die op het ogenblik wordt nagevochten is die van 1944-1945, na de Invasie in Frankrijk. Er staan nog bunkers waar je een handgranaat in kunt gooien, en dan, één twee drie boem! Hebt u Saving Private Ryan gezien, vraagt Polak een deelnemer. De kenner glimlacht. Ja, dat had hier en daar beter gekund. Er zat aan zo'n uniform weleens iets dat er niet hoorde. Weet Spielberg dat?

Eén, twee, drie boem! Ned 3. 22.55-23.45u.

    • H.J.A. Hofland