Russisch moeras

Het artikel van Anders Aslund, `Russische economie klimt uit het moeras' (NRC Handelsblad, 2 augustus), brengt de lezer op een verkeerde gedachte. Op grond van de meest recente cijfers, bestaan er weliswaar enige aanwijzingen dat de Russische economie bezig is op te krabbelen uit het ravijn waarin deze vorig jaar augustus stortte, maar Aslund gaat voorbij aan een aantal factoren die een negatief beeld van die economie schetsen.

Een eerste negatief punt is dat Goskomstat, het Russische equivalent van ons Centraal Bureau voor de Statistiek, sinds september 1998 geen officiële maandelijkse schattingen van nominaal of reëel Bruto Binnenlands Product (BBP) heeft gegeven. Er zijn wel schattingen van het BBP van het Russische ministerie van Financiën, en er is een volume-index van producten in vijf sectoren (industrie, landbouw, de `bouw', transport en detailhandel). Maar ook deze geven bijvoorbeeld voor het eerste kwartaal van 1999 nog steeds een daling aan van zo'n 3,5 procent ten opzichte van het eerste kwartaal van 1998. De door Aslund genoemde groei van de industriële productie in mei van dit jaar is het enige cijfer dat een opleving laat zien.

Een tweede negatief punt is echter dat er van een opleving van de binnenlandse consumptievraag geen sprake is. Cijfers over de detailhandel laten voor de periode januari-april van dit jaar een daling zien van ruim 15 procent ten opzichte van dezelfde periode vorig jaar.

Ten derde: de positieve groei in sommige bedrijfstakken in de periode januari-april van dit jaar werd teniet gedaan door productiedalingen in andere, zodat de gemiddelde groei van de industrie in deze periode ten opzichte van die van vorig jaar nog steeds negatief was. Het lijkt erop dat de industriële groei in mei zich manifesteert in productie van andere productiegoederen en niet in consumptiegoederen.

Ten vierde: er is nog geen verbetering zichtbaar in de mogelijkheden tot schuldaflossing. De 4,8 miljard dollar die het IMF op 30 juli ter beschikking stelde, was niets anders dan verlenging van een bestaande lening. Het IMF lijkt om louter politieke redenen een positief beeld te schetsen van de Russische economie. De functie van het IMF is echter die van een organisatie wier economische analyses zo objectief mogelijk dienen te zijn, opdat privé-investeerders op basis van haar oordeel tot verantwoorde investeringsbeslissingen kunnen komen.

Het geheel overziende, is het nog veel te vroeg om te juichen. Van een gestaag herstel van de Russische economie is nog geen sprake. De 6,1 procent industriële productiestijging kan heel goed een slechts korte opleving zijn.