Rechtbanken

Het kabinet wil rechtbanken belonen naar prestatie (NRC Handelsblad, 16 augustus). Wat voor voorstelling moeten we ons maken bij een prestatie van een rechtbank? Voor zover een doorsnee burger daar een indruk van krijgt, betreft het in de meeste gevallen wat verdwaalde televisiebeelden, soms nog opgedoken uit het archief. Een geposeerd drietal achter een verhoog, van wie de middelste na de witte bef wat opzij geschoven te hebben van een stuk papier zijn of haar eigen tekst zit voor te lezen. Van het lange verhaal heeft de NOS meestal alleen het uitspreken van het vonnis overgelaten, zodat de vraag blijft hangen wat de diepere achtergronden van de rechtbank waren.

De veertien dagen die de rechters toebedeeld krijgen om na de eis een uitspraak te formuleren, zou het kabinet misschien wat kunnen inkorten. Of wordt die uiterste houdbaarheidsdatum al volgens verantwoorde deskundigen regelmatig getoetst? Een faxapparaat en e-mail moeten daar toch enige versnelling in aan kunnen brengen.

Voordat je het weet besteedt het ministerie de snelle jongens en meisjes weer uit aan een andere rechtbank. Want dat was volgens de berichten één van de opties. Ben je bezig om op flitsende manier een berg achterstand op je eigen rechtbank weg te werken, kom je onmiddellijk in aanmerking om driehonderd kilometer verderop gedetacheerd te worden. En dat allemaal omdat je collega een bezinnend type is dat lang op een oordeel zit te broeden.