Opgesloten in lange zinnen

Het voelt altijd een beetje onnozel om iets te ontdekken wat al lang bestond. Van ontdekken kun je dan eigenlijk ook niet meer spreken. `Er eindelijk eens achter komen' is correcter. Er eindelijk eens achter komen dat er al sinds 1962 een tijdschrift bestaat dat Ariel heet `The Israel Review of Arts and Letters' en dat dat een heel aardig tijdschrift is, waarin nog niet of nog maar nauwelijks vertaalde Israelische schrijvers aan de niet-Hebreeuws sprekende wereld worden gepresenteerd. Ariel verschijnt vier keer per jaar in een Franse, Duitse, Russische, Spaanse en Engelse editie en twee keer per jaar in het Arabisch. Eigenaardig eigenlijk dat de Arabische wereld, waar Israel toch middenin ligt, zuiniger wordt bediend dan het Westen.

In het laatste nummer presenteert de redactie vier schrijvers die ze `de voorhoede' van de huidige Israelische schrijvers noemen: Haim Be'er, Naomi Gal, Dan Tsalka en Zeruya Shalev. Van de laatste is een werkelijk uitstekend verhaal opgenomen, dat ook in het Nederlands vertaald schijnt te zijn. Liefdesleven heet het en het heeft een meeslepende stijl. Elke zin zet zich voort over tenminste vijf regels en als Shalev een beetje op gang is vult ze zo elf regels. Natuurlijk staat er veel `en' in zulke zinnen en er worden ook moeiteloos kleine gesprekjes en binnengedachten in opgenomen die op deze manier gepresenteerd duidelijk maken dat alle gedachten, gezegdes en gedragingen maar over elkaar heen buitelen, zonder dat degene die dit alles denkt, hoort en ziet daar veel greep op heeft.

De jonge vrouw die de hoofdpersoon is van dit lichtelijk wanordelijke liefdesleven wordt meegezogen door de wereld, of door de zinnen van Shalev, die maken dat de hoofdpersoon op een eigen stroom lijkt te drijven van waaruit ze haar omgeving kan zien maar niet kan raken. En zichzelf ziet ze ook voornamelijk bezig zonder dat ze haar gedragingen in de hand lijkt te hebben. Ze zegt tegen haar baas op de universiteit dat iemand eens tegen haar gezegd heeft dat iedereen die een fout gaat maken van te voren weet dat hij dat gaat doen maar zichzelf alleen maar niet kan tegenhouden. De verrassing zit hem vooral in de omvang van de fout en niet in het feit dat de fout gemaakt wordt. De baas lacht daarom, die vindt het onzin, maar het is wel duidelijk dat het voor de vrouw die in de lange zinnen van Zeruya Shalev opgesloten zit, helemaal geen onzin is.

Een geweldig verhaal, het beste, al is dat van Dan Tsalka ook lang niet slecht. Dat is geschreven vanuit het perspectief van een kind, of nee, ingewikkelder, vanuit het perspectief van een volwassenen die teruggaat tot aan zijn geboortedag (,,Hoewel er, tot mijn spijt, niets ongebruikelijks plaatsvond op de dag van mijn geboorte'') en vandaaruit vertelt hoe zijn jeugd er zo'n beetje uit zag. Geboren in Warschau, naar Siberië meegenomen, daarna naar Sovjet-Azië waar het mooie verhaal van de wijsgerige oom zich afspeelt, die, naar eigen zeggen, een geit achter zich aankreeg toen hij terugkeerde van de markt. Hij nam de geit dan maar bij zijn touw, en zie daar komen een paar kameraden die hem duidelijk maken dat hem een gevangenisstraf te wachten staat van tien jaar als dit een collectieve geit zal blijken te zijn en van een jaar als het een privé geit betreft. Oom Pinhas boft. Ook in dit verhaal, hoewel de stijl heel anders is dan die van Shalev, lijkt de hoofdpersoon meer degene die zijn leven en zijn gevoelens ondergaat dan iemand die zich verbeeldt dat hij het allemaal in de hand heeft. Er zijn eigenlijk in dit hele nummer opvallend veel passieve, zelfs hulpeloze of weerloze personages.

Behalve literatuur presenteert Ariel ook nog naïeve schilderkunst, een interview met Isaiah Berlin en wat poëzie (aanmerkelijk minder van kwaliteit dan het proza). Een blad om vaker te lezen.

Ariel 110, uitg. Hamakor Printing House, Jeruzalem. Email: ariel-mail www.israel-mfa.gov.il