Ons geloof overwint de wereld

Het kostte een kwartje en was te koop na de mis op zondag 30 mei 1954: Het Bisschoppelijk Mandement - De katholiek in het openbare leven van deze tijd. Het derde deel waarin de staf werd gebroken over `onchristelijke stromingen' zette het land in vuur en vlam.

Onchristelijke stromingen

43. In heel Ons schrijven, dierbare gelovigen, hebben Wij de taak van de katholieken in het openbare leven gezien als consequentie van ons christelijke geloof. In het licht van datzelfde geloof zullen wij ook de stromingen, die buiten het Christendom staan, dienen te beoordelen en de gevaren ervan moeten aanwijzen. Het is een genade en een zegen, als allen, herders en volk, de waarde of het gevaar van zulke stromingen tijdig weten te onderkennen. Evenals in het verleden willen Wij ook thans de nodige richtlijnen geven, opdat ons katholieke volk zijn houding zal kunnen bepalen.

Liberalisme

44. [...]Het Liberalisme, zoals het zich voordeed in de XIXe eeuw, is verbleekt en grotendeels verdwenen uit het sociale en politieke leven. Enerzijds heeft het geesteskinderen voortgebracht als het Marxisme, Communisme en Nationaal-Socialisme, alle voortgekomen uit de liberale maatschappij-opvatting of althans uit haar feitelijke gevolgen. Deze stelsels hebben onze maatschappij aan de rand van de afgrond gebracht en ze zouden ons reddeloos in de afgrond hebben gestort, als gezonde krachten onder Gods bescherming de fatale ontwikkeling niet hadden voorkomen. Anderzijds leeft de grondgedachte van het Liberalisme in nieuwe, eigentijdse vormen voort. Hoewel deze in het algemeen een gunstige wending te zien geven ten aanzien van het christendom en het sociale leven, wordt het christelijk beginsel niet aanvaard als bepalende factor en als norm voor het maatschappelijk en staatkundig leven. Katholicisme en Liberalisme in zijn huidige vorm blijven daarom onverenigbaar.

Humanisme

45. Het Humanisme, zoals het wordt voorgestaan door het Humanistisch Verbond, gaat nog een stap verder. Het houdt principieel geen rekening met het bestaan van en persoonlijke God, het ziet van dat bestaan af, hetgeen practisch neerkomt op de ontkenning van God. Voorzover het uitgaat van het gezond verstand en onbewust steunt op christelijke tradities, kan het misschien tijdelijk enig houvast bieden aan mensen die niet méér hebben: tenslotte, en wellicht vrij spoedig zal het echter een ijdel pogen blijken. Het relativeert immers goed en kwaad, houdt geen of onvoldoende rekening met de erfzonde en 's mensen zwakheid, en vooral, het construeert een zedelijkheid zonder God: een pogen, even ijdel als een wereld willen maken of in stand houden zonder haar eerste en diepste oorzaak, God.

46.[...]Wij waarschuwen tegen elke onzekere houding ten aanzien van bedoeld Humanisme zonder God. Wel hebben Wij begrip voor mensen zonder geloof, die in goede trouw enig licht zoeken in de duisternis van het ongeloof; Wij kunnen waardering hebben voor een eerlijke pogen om ongelovige mensen begrip voor natuurlijke normen en waarden bij te brengen. Wij maken er echter bezwaar tegen dat een Humanistisch Verbond, dat God verwerpt en zonder God een maatschappij wil opbouwen, voor zich zelf een bevoorrechte positie zou trachten te verwerven voor de verzorging van buiten- en onkerkelijken, voor wie allereerst de Kerk haar roeping en zending te vervullen heeft. Wij moeten bezwaar maken tegen iedere gelijkstelling, in rechte en in feite, van de godsdienstige verzorging door de Kerk en de verzorging door het Humanistisch Verbond. En tot elke prijs moet vermeden worden, dat de Staat de schijn op zich zou laden een feitelijke godloze verzorging te stimuleren.

Bond voor Sexuele Hervorming

47. Ook wanneer men aanneemt, dat het Humanistisch Verbond eerlijk zoekt naar natuurlijke geestelijke waarden en de godsdienstloze mens tracht te winnen voor traditionele zedelijke normen, waarop onze westerse beschaving berust, men kan toch niet de ogen sluiten voor bewegingen en activiteiten, die direct of indirect, gewild of onbewust, met dit humanistisch stelsel samenhangen. Zo werkt te onzent de Bond voor Sexuele Hervorming, die in beginsel en in feite tracht de christelijke moraal op fundamentele en wezenlijke punten te doorbreken en die bepaaldelijk onze zedenleer over het geslachtsleven en het huwelijk aantast. [...]

48. Wij vleien Ons nog wel met de hoop, dat geen katholiek bewust aan een zodanig streven steun verleent, maar Wij vrezen toch met grond, dat sommigen ook hier al, wellicht ten gevolge van de bestaande sexuele nood, in de strikken van naturalisme en materialisme verward zijn geraakt. Het moet vanzelfsprekend als ongeoorloofd worden beschouwd bij dergelijke instanties raad en steun te gaan zoeken.

N.V.V en socialistische

verenigingen

49. Toenemende onkerkelijkheid, godsdienstloosheid en als gevolg daarvan verzwakking en verval van zedelijke normen vrezen Wij ook van de socialistische vakverenigingen en de socialistische pers en radio. Want al tracht het Socialisme in Nederland zich ook los te maken van het loutere materialisme, de meeste socialisten komen in hun levensbeschouwing niet verder dan het Humanisme of het religieus Socialisme. Hoe het zij, men kan gerust zeggen, dat het Socialisme in ons land nog ver af staat van het christendom. Men moet met alle grond vrezen, dat het gros van de aangeslotenen bij socialistische verenigingen zonder positieve christelijke godsdienst leven. Tegenstanders van de christelijke invloed op ons volk en promotoren van het Humanistisch Verbond en van de Bond voor Sexuele Hervorming worden juist veelal aangetroffen in de socialistische rijen. [...]

De ervaring van het verleden met een schrikbarende ontkerstening in socialistische milieu's, doet Ons dan ook ernstig vrezen voor het behoud van het christelijk geloof en van de christelijke zeden bij hen, die zich bij de socialistische gelederen aansluiten; het verleden spreekt hier onmiskenbare taal. Ook lopen zulke bij het socialisme aangesloten leden het risico van medeverantwoordelijkheid voor besluiten, welke zij krachtens hun geweten kúnnen noch mógen aanvaarden. Overigens zijn er allerminst voldoende redenen om zich aan deze gevaren bloot te stellen en de verantwoordelijkheid voor medewerking te rechtvaardigen. Overal en op alle terreinen zijn er immers katholieke organisaties, waar de belangen veilig zijn en waar de plaats is van de katholieken voor de opbouw van het maatschappelijk leven in christelijke zin.

50.[...] Wij blijven daarom van oordeel, dat het voor een katholiek ongeoorloofd is lid te zijn van socialistische verenigingen, zoals het NVV en de daarbij aangesloten verenigingen, of regelmatig socialistische vergaderingen te bezoeken, regelmatig de socialistische pers te lezen of regelmatig de V.A.R.A te beluisteren. Wij handhaven de bepaling, dat de heilige Sacramenten moeten geweigerd worden — en, als hij zonder bekering sterft, ook de kerkelijke begrafenis — aan de katholiek, van wie bekend is, dat hij lid is van een socialistische vereniging, of dat hij, zonder lid te zijn, toch geregeld socialistische geschriften of bladen leest of socialistische vergaderingen bijwoont.

Communisme en

Eenheidsvakbeweging

51. Ten aanzien van het Communisme en de Eenheidsvakbeweging handhaven Wij Onze verklaringen van vroeger. Wij hebben trouwens de duidelijke en strenge uitspraken van Zijne Heiligheid de Paus, dat het voor de katholiek ongeoorloofd is lid te worden van een communistische partij of deze te begunstigen, en dat het ongeoorloofd is communistische geschriften of bladen te lezen of te verspreiden. In beide gevallen moeten de heilige Sacramenten worden geweigerd. De heilige Vader noemt het Communisme materialistisch en anti-christelijk. De communistische leiders, ook al beweren zij met de mond niet tegen de godsdienst te zijn, tonen zich door hun leer en hun daden verbitterde tegenstanders van God, van het ware geloof en van de Kerk van Christus. Wie de materialistische en anti-christelijke beginselen der communisten zou belijden en vooral wie deze zou verdedigen of verspreiden, moet volgens de heilige Vader als afvallige worden beschouwd van het katholiek geloof en getroffen door de kerkelijke ban.

Partij van de Arbeid

52. Na al hetgeen Wij u hebben gezegd, op even openhartige als uitvoerige wijze, over de houding van de katholieken in het openbare leven, veronderstellen Wij, dat gij als consequentie en completering ook een woord verwacht over het lidmaatschap van de Partij van de Arbeid te meer omdat Wij ook duidelijk hebben gesproken over onze eenheid op politiek gebied.[...]

Allereerst constateren Wij, dat door sommigen verkeerde conclusies zijn getrokken uit het feit, dat Wij het lidmaatschap nooit ongeoorloofd hebben verklaard. In het licht van Onze algemene houding en van het belang dat Wij hechten aan de eenheid der katholieken, moet het voor eenieder duidelijk zijn, dat de kerkelijke overheid ook op dit punt geenszins zonder bezorgdheid leeft.

Ook moeten Wij tot Onze spijt vaststellen, dat in dit opzicht door sommigen blijk is gegeven van onvoldoende begrip voor het gevaar, dat op deze wijze onze christelijke invloed op staatkundig gebied zeer belangrijk zou worden verzwakt, en dat daarmee ook onze positie in het sociale leven op de duur geheel zou worden ondermijnd. Zij, wie dit aangaat, moeten zich de grote verantwoordelijkheid van zulk een ernstig gevolg terdege bewust maken, want als het zover niet gekomen is, is dat niet dóór, maar ondanks hun houding.

In de derde plaats verontrust Ons dit lidmaatschap van katholieken ook nog op zich zelf. [...] Voor een katholiek ontbreekt hier de basis. Volwaardige christelijke politiek kan niet bestaan zonder christelijk beginsel en tenslotte ook niet zonder eendracht in dat beginsel. In feite is het echter zo, dat deze Partij niet vanuit dat christelijk beginsel werkt en dat ook niet kán doen; integendeel, feitelijk overheerst in de Partij een levenshouding, die niet wil weten van de beginselen en idealen, welke voor de christen heilig zijn. [...]

53. Wij stellen dus vast:

Ten eerste, dat een doorbraak naar de Partij van de Arbeid een even grote afbraak is van de eigen katholieke partij.

Ten tweede, dat de gevolgen van zulk een doorbraak niet te overzien is, ook en niet het minst ten aanzien van de verwezenlijking van een katholiek sociaal programma, waarvan toch zo ontzaglijk veel afhangt. Dit geldt te meer, daar die doorbraak niet beperkt zal blijven tot de politieke partij, maar ongetwijfeld zal doorwerken naar de socialistische vakbeweging, de pers en andere terreinen van het openbare leven.

Ten derde, dat deze Partij generlei basis of garantie biedt voor echt christelijke politiek.

Ten vierde, dat het lidmaatschap van katholieken in deze Partij ernstige verantwoordelijkheid met zich brengt, ook wegens de steun, welke deze Partij direct of indirect geeft aan onchristelijke stromingen.

Slot

54. [...]Dat de tijden donker zijn, moet u niet te zeer verontrusten. Met de heilige Augustinus zeggen Wij u: ,,Het zijn slechte tijden, het zijn moeizame tijden, zo zeggen de mensen.

Laat ons goed leven en de tijden zijn goed; wij zijn de tijden, zoals wij zijn, zó zijn de tijden'. Dierbare gelovigen, ,,dit is de overwinning, die de wereld overwint, ons geloof!'. Uw Bisschoppen, die God stelde om de Kerk te besturen, zegenen u, opdat gij sterk moogt zijn in dat geloof.

Gegeven te Utrecht 1 Mei van het Maria-jaar 1954.

JOHANNES KARDINAAL DE JONG,

Aartsbisschop van Utrecht

Dr B.J. ALFRINK,

Aartsbisschop-Coadjutor van Utrecht

Dr J.H.G. LEMMENS,

Bisschop van Roermond

J.P. HUIBERS,

Bisschop van Haarlem,

W.P.A.M. MUTSAERTS,

Bisschop van `s Hertogenbosch

J.W.M. BAETEN,

Bisschop van Breda

Dr J.M.J.A. HANSSEN

Bisschop-Coadjutor

van Roermond

Dit is de achtste aflevering van een serie waarin uit alle decennia van deze eeuw een voor dat decennium kenmerkend artikel wordt gepubliceerd.