Madonna, Lady Di en andere afgoden

Eerder dit jaar bracht het Vaticaan de cd Abbà Pater op de markt, een compilatie van pauselijke gebeden en new-age muziek, begeleid door een heuse videoclip waarin een naakt paar als de hedendaagse Adam en Eva optrad. Het had iets weg van een laatste wanhoopspoging om de ongelovige MTV-jeugd te bekeren tot het katholicisme in een medium dat hen het meeste aanspreekt: de popvideo.

Heiligen, zo moet ook het Vaticaan inmiddels gemerkt hebben, zijn in populariteit allang voorbijgestreefd door menselijke idolen. Popsterren, filmacteurs, fotomodellen en sporthelden worden tegenwoordig collectief verafgood op een manier die vroeger alleen was weggelegd voor `echte' goden. Foto's worden aanbeden, relikwieën verzameld en hysterische mensenmassa's komen als gelovigen samen in concertzalen en voetbalarena's. Trouwe fans maken pelgrimstochten naar de laatste rustplaats van hun idolen; ze branden kaarsen op het graf van Jim Morrison in Parijs en laten bloemen en liefkozende graffiti achter op Elvis' rustplaats in Graceland.

De verschuiving in religieuze ervaringen vormt het thema van Heaven, an exhibition that will break your heart in de Kunsthalle Düsseldorf. Het is een tentoonstelling over de wijze waarop `het verhevene' of `het sublieme' in de kunst en de populaire cultuur van nu tot uitdrukking wordt gebracht. De 35 internationale kunstenaars boren met hun kunstwerken onderwerpen aan die variëren van de verering van hedendaagse iconen tot de verheerlijking van het menselijk lichaam en van de verwoestende uitwerking van religie tot de overweldigende schoonheid van de natuur.

De recentste heilige is ongetwijfeld Lady Di. Haar gezicht kom je op verschillende plaatsen op de tentoonstelling tegen. De Amerikaanse kunstenares Karen Kilimnik vereeuwigde de jonggestorven vrouw in een kinderlijk ogend olieverfschilderij dat direct uit de roddelbladen moet zijn nageschilderd. Van een heel andere aard is het portret dat Art Studio Demetz van de Britse prinses maakte. Deze Italiaanse houtsnijderswerkplaats vervaardigt al sinds 1872 heiligenbeelden voor kerken over de hele wereld en maakte voor deze gelegenheid een levensgrote sculptuur van Diana. Als een moderne Madonna is ze geportretteerd in een rood gewaad met blauwe omslagdoek, haar handen kuis voor haar borst gevouwen en haar ogen devoot naar de hemel gericht.

Het aardige aan deze tentoonstelling is dat de organisatoren niet alleen hebben gekozen voor klinkende namen – tot de deelnemers behoren gevierde artiesten als Gilbert & George, Inez van Lamsweerde, Jeff Koons en Tony Oursler – maar dat ook vrijwel onbekende kunstenaars, onder wie de Nederlandse Anneke in 't Veld, een kans krijgen zich in een internationaal gezelschap te presenteren. Bovendien spelen de curatoren zelf ook voor kunstenaar door op Duchamp-achtige wijze voorwerpen het museum binnen te halen die oorspronkelijk niet als kunstwerk bedoeld zijn. Behalve het houtsnijwerk van Diana zijn bijvoorbeeld een bustier van Madonna, gedragen in de film Desperately Seeking Susan, en het glitterhandschoentje van Michael Jackson te bewonderen. Beide collector's items zijn afkomstig uit de collectie van Hardrock Cafe International.

Jeff Koons, die ooit zichzelf tot seksgod bombardeerde met zijn pornografische fotoserie Made in Heaven, is vertegenwoordigd met het keramische beeld Michael Jackson and Bubbles (1988). De popster, gekleed in een glimmend goudkleurig pak, zit met zijn aap op schoot temidden van rondgestrooide bloemblaadjes. Hij is afgebeeld als een kinderlijke, androgyne figuur, noch man noch vrouw, noch blank noch zwart. Wat betreft kitscherigheid is het werk vergelijkbaar met de zoete beeldjes van Maria of Jezus die je in ieder huisaltaar aantreft, maar het is duidelijk dat Koons de draak steekt met de verering van popsterren als Jackson.

Een ander onderwerp dat op Heaven wordt aangekaart, is het gegeven dat de mens zich steeds vaker de rol van de schepper aanmeet. In een poging het ideale lichaam te verkrijgen worden diëten gevolgd en gezichten operatief strakgetrokken. Tot welke excessieve vormen dit kan leiden, toont de fotoserie van Anneke in 't Veld, waarin bodybuilders vol trots hun opgepompte spieren tonen en transseksuelen pronken met hun zojuist aangeschafte borsten. De Franse kunstenares Orlan gaat nog een stap verder en lijkt voor god te spelen door zich door middel van tientallen operaties een compleet ander uiterlijk aan te meten. De video's waarin haar `performances' zijn vastgelegd, zijn te bloederig om lang naar te kijken. En de grafzerken waarop in kleine potjes weggesneden stukjes huid en weggezogen vet als relieken gepresenteerd worden, getuigen al helemaal van een slechte smaak.

Het grote nadeel van Heaven is dat de tentoonstelling te veel tegelijkertijd wil vertellen. Het is niet altijd even duidelijk vanuit welke gedachte de verschillende kunstwerken zijn gekozen. Welke relatie heeft bijvoorbeeld de reusachtige wassen baby van Ron Mueck met het thema, en hoe passen de bloeddorstige etsen van Jake en Dinos Chapman, waarin Teletubbies uiteen worden gereten en mensen vergroeid zijn tot afschuwelijke gedrochten, binnen de religieuze context?

De tijd dat kunst geheel in dienst stond van de kerk, ligt ver achter ons. Het is nu de kunst zelf die religieuze ervaringen wil oproepen, zo menen de organisatoren van Heaven. De musea zijn de nieuwe tempels, waar in gepaste stilte een rondgang langs de schilderijen en beelden gemaakt kan worden. Maar om vervolgens de conclusie te trekken dat kunstenaars de priesters van de toekomst zijn, zoals in de catalogus geschreven staat, lijkt mij een erg gewaagd.

Tentoonstelling: Heaven, an exhibition that will break your heart. T/m 17 oktober in de Kunsthalle Düsseldorf, Grabbeplatz 4, Düsseldorf. Di t/m zo 11-18u, vr 11-21u. Catalogus DM 48,-. Van 11 december 1999 t/m 27 februari 2000 in de Tate Gallery in Liverpool.