Levendig en tikje snobby

Is het de voortuin van Bach of de achtertuin van Rembrandt? Tussen het Concertgebouw, Rijksmuseum, Van Goghmuseum en Stedelijk Museum ligt het vernieuwde Museumplein. Met opnieuw on-Amsterdamse vergezichten, een vijver met vriesfunctie, een halfpipe, een `mossel', een `ezelsoor' en een sushi-bar.

Een hernieuwd bezoek aan het Museumplein is vooral wennen. De afgelopen tijd was het plein een bouwput en de jaren daarvoor was het niet bepaald een publiekstrekker à la Vondelpark. Je kwam er vooral als Ajax iets had gewonnen, het circus in de stad was of er een demonstratie gepland stond.

En dan al die ruimte. Amsterdammers zijn nu eenmaal gewend aan kleine ruimtes, van parkeren op de millimeter tot complete woningen die niet-Amsterdammers niet groot genoeg achten voor de babykamer. Agorafoben konden de laatste jaren ook altijd vrij makkelijk de stad in want de pleinen die de stad kent zijn nauwelijks pleinen te noemen. Althans niet in de stijl van grootse indrukwekkende pleinen zoals Brussel bijvoorbeeld de Grote Markt heeft.

En nu is daar dus die weidse ruimte achter het Rijksmuseum. Doorgaans zijn zulke imposante pleinen te danken aan dictators of monarchen met dictatoriale trekjes en dat zie je er dan ook wel aan af. Maar daar is de inrichting van landschapsarchitect Sven-Ingvar Andersson veel te lief voor. Er wordt al weer gefrisbeed en gepicknickt op het grote grasveld, de schans (`ezelsoor') blijkt uitstekend voor het betere stedelijke zonnebaden en wandel- en fietspaden worden in Amsterdamse traditie volkomen genegeerd. Museumbezoekers uit den verre kopen hun ansichtkaarten in de museumwinkel op het plein en schrijven deze op het terras van café-restaurant Cobra, tevens sushibar. Geen koele bedoening maar een levendig en tikje snobby plein.

De meeste bezoekers zijn te vinden bij de vijver net achter het Rijksmuseum. Aangezien het niet aan te raden is om in één der grachten of de Vondelparkwateren te zwemmen is de dertig centimeter diepe vijver nu al het medicijn voor zere voeten na het winkelen of om naar verkoeling jengelende kinderen te kalmeren. Nog veel leuker wordt het in de winter als er geschaatst kan worden. Misschien geen Thialf maar wat in New York bij het Rockefeller Center kan, kan dus ook weer in Amsterdam: op een zonovergoten winterdag lekker in de buitenlucht schaatsen in het centrum van de stad. Met dank aan de vriesinstalatie die ook tijdens warme winters voor voldoende ijskristallen zorgt.

De bewegende mens kan echter ook nu al terecht op het plein. Terug van weggeweest: de stalen halfpipe. Hoewel skatende kenners al hebben laten weten dat de halfpipe niet voldoet aan de laatste eisen, blijkt het U-vormig speeltuig toch een vaste clièntele te trekken. Het ernaast gelegen basketbalveld voldoet wel. Zelfs de netjes hangen (nog) aan de ringen.

Wie minder eisen aan het lichaam stelt, kan op een van de vele bankjes gaan zitten. Favoriet gespreksonderwerp op de bankjes: de inrichting van het plein in het algemeen en de bankjes zelf in het bijzonder. De reacties die ongevraagd op je afkomen tijdens een bezoek aan het plein zijn talloos en divers. Er is weliswaar een bepaalde concensus te bespeuren dat het toch wel een erg mooi plein is geworden maar het blijft wel een Amsterdam: er zal dus hoe dan ook geklaagd worden. De één had liever gras in plaats van grind naast de vijver gezien en de ander voorspelt een Arena-scenario voor het grasveld. De middenlijn ligt er in ieder geval al, een fraaie 350 meter lange lichtbak door het gras. De prominent aanwezige uitbreiding van het Van Goghmuseum – `de mossel' in de volksmond – kent zijn voor- en tegenstanders. Hetzelfde geldt voor het zitcomfort van de bankjes. Alleen over de lila of hardroze kleur van veel bankjes lijkt iedereen het eens te zijn: au!

Heb het lief of niet, de stad Amsterdam is een attractie rijker. Al is het maar omdat het in geen enkel opzicht lijkt op de andere pleinen in de stad. Op het Rembrandtplein eet je falafel, op het Museumplein sushi. Op het Leidseplein en de Nieuwmarkt ga je uit, tussen de musea in rust je uit. Op de Dam is überhaupt niets te doen, hier kan je skaten, schaatsen en basketballen.