KIP MET CITROEN EN OREGANO

Allemaal gegevens die de lezing van bijgaand gedicht Kaalvoet klonkie grondig moeten kleuren, dunkt me. Je hebt eigenlijk geen idee hoe je dat gedicht zou lezen als je niets van de dichter wist. In zijn schildering van het blootsvoetse, gerafelde bruine jochie – klonkie lijkt een charmant Maleis woord, maar het is een verkleinvorm van klong, wat weer een samentrekking is van kleinjong – treffen we iets van het geluk aan dat I.D. du Plessis ook wel eens ten deel moet zijn gevallen. Er schuilt mededogen, liefde in dit tafereel van het klonkie met zijn ruwe tenen en lamme o-been, dat op straat zijn lekkere tomaten en uien uitvent, met zijn mandje op zijn bolle buik –