Hasj voor de aanspraak

Nederlandse Popfestivals roepen associaties op met ontblote boezems en hasj. Tv-fragmenten van het Omroepmuseum in Hilversum geven een beeld van deze vrijzinnige sfeer.

Liftende hippies op de Utrechtse brug in Amsterdam. Met dit nostalgische beeld opent de videopresentatie 30 jaar Nederlandse Popfestivals in het Hilversumse Omroepmuseum. Deze hippies, vertelt de commentaarstem van Philip Bloemendal, zijn op weg naar een nachtelijk popfestival in Tiel, in 1970. Daar, zo zien we later, brengen ze de verregende nacht goeddeels door onder plastic terwijl onder andere Black Sabbath en Golden Earring (een prille Barry Hay met afro) wilde optredens geven. Het was `muzikaal een geslaagd festival', vat Bloemendal samen.

Het Omroepmuseum heeft zeven authentieke tv-fragmenten achter elkaar gezet, van dit festival in Tiel en de eerste editie van New Pop (gratis popfestival in Rotterdam, 1978) tot en met de meest recente aflevering van Pinkpop. De fragmenten zijn kort, maar de beelden veelzeggend. De eerste jaren waren de cameramensen vooral geïnteresseerd in het publiek; hele nummers gaan voorbij zonder dat er een band te zien is. In plaats daarvan zijn er meisjes in bikini, families compleet met baby's, we zien mensen met kartonnen dozen op het hoofd – in de strijd tegen de regen –, joints van hand tot hand gaan en sfeerbeelden van gezellige vuurtjes tussen de bierblikjes. In 1970 kostte een sandwich 50 cent, blijkt uit een bordje tussen het publiek.

Gelukkig lieten de programmamakers niet na wat van de aanwezigen te interviewen. Waarom een van hen hasj verkoopt, bijvoorbeeld. Vroeger had hij andere redenen, antwoordt de bezoeker van Pinkpop 1976, maar tegenwoordig `vooral voor de gezelligheid. Om een beetje aanspraak te hebben'. Het lijkt allemaal heel gemoedelijk, net als de drie agenten in burger die `het randgebeuren' in de gaten houden, maar weinig te doen zeggen te hebben. Drugs en drank hebben de popfestivals vanaf het begin in hun greep gehad. Pinkpop had een eigen `drugsteam' om de consumptie in de gaten te houden - al kon dat niet voorkomen dat er af en toe een ambulance door het beeld rijdt, om een geflipte drugsgebruiker af te voeren.

Nederlandse popfestivals zijn bij buitenlandse muzikanten (en bezoekers) geliefd om hun vrijzinnige sfeer. In Amerika is alcohol verboden, laat staan dat er hasj of wiet gedoogd zou worden. Grote popfestivals als Lowlands (dat dit weekend voor de zevende keer gehouden wordt) en Pinkpop trekken hier tot 60.000 man publiek, maar meer problemen dan een gewonde stage-diver zijn er niet. In Amerika is dat, ondanks de strengere regels, wel anders. Tijdens de dertigjarige viering van Woodstock afgelopen juli, vielen er drie doden, werden verkrachtingen gemeld, en eindigde het optreden van The Red Hot Chili Peppers in brandstichting. Verschil met de Nederlandse festivals is wel dat er op Woodstock zo'n 200.000 bezoekers waren.

Van alle groepen die de afgelopen dertig jaar op de Nederlandse popfestivals te zien waren, zijn hier niet de interessantste opgenomen. Slade komt uitgebreid in beeld (van het Dauwtrappersfestival in Lochem, 1981), The Boomtown Rats, Gruppo Sportivo en Herman Brood. In 1976 was in Veghel het Popfestival van het Nederlandse lied georganiseerd. Hier speelden Nederlandse bands als Bots en Fungus hun versies van oud-Hollandse liedjes. Zo brengt Fungus bloedserieus een beschaafde rockvariant van `Jan, Piet, Joris en Corneel'. Philip Bloemendal mocht het commentaar weer spreken: deze groepen zouden de `levensvatbaarheid van Nederlandstalige teksten in de Nederlandse pop- en rockmuziek' aantonen. En dat is een observatie die de daarop volgende decennia om de paar jaar opnieuw werd gedaan.

Videopresentatie 30 Jaar Nederlandse Popfestivals, 31 min. T/m 18 sept in het Omroepmuseum. Oude Amersfoortseweg 121-131, Hilversum. Open: di t/m vr10-17u za/zo 12-17u

    • Hester Carvalho