Groot alarm in plaats van het Wilhelmus

Voor de Nederlandse ploeg zijn de wereldkampioen- schappen atletiek al voorbij. De prestaties waren verontrustend zwak.

De medische staf van de Nederlandse ploeg leverde deze week bij de wereldkampioenschappen atletiek de grootste inspanning. Dat was typerend voor de malaise. De twaalf atleten van de oranje-equipe waren in Sevilla bijna allemaal ziek, zwak of misselijk. Drie atleten gaven op, slechts één bemachtigde een plaats bij de top acht. In plaats van het Wilhelmus klonken alarmerende sirenes.

In november bij de presentatie van de topselectie sprak Bert

Paauw, technisch directeur van de atletiekunie KNAU, over het jaar van de waarheid. Als Sevilla de maatstaf is, ziet het er nu dus somber uit. Vlak voor de WK zei Paauw nog dat de Nederlandse atletiek het dieptepunt had beleefd bij de Europese kampioenschappen van 1994. In haar nadagen liep Nelli Cooman toen in Helsinki naar een vijfde plaats en de 4x100meter-ploeg behaalde een zesde plaats. Maar de WK in Sevilla leverde deze week nog minder op.

Welgeteld twee finaleplaatsen was de oogst van de afgelopen vijf dagen. De dappere Kamiel Maase werd achtste op de 10.000 meter en hoogspringer Wilbert Pennings gedeeld tiende. De rest van de ploeg verdween in de anonimiteit of strompelde naar de ziekenboeg. Uiteraard zijn er verzachtende omstandigheden aan te voeren. Robin Korving heeft dit seizoen bewezen met de beste hordelopers in de wereld mee te kunnen. In Sevilla werd zijn opmars echter verstoord door blessures.

Korving moet proberen zijn oude vorm weer op te pakken. Wellicht kan hij dan de Nederlandse atletiek volgend jaar weer een beetje aanzien geven. Al zal de hordeloper ook beseffen dat de verhoudingen snel kunnen veranderen. Nieuwe toppers kunnen zich zo aandienen. Hoe kort is het immers geleden dat Marko Koers nog de Nederlandse kopman was? Hij leverde bij de vorige WK in '97 de beste prestatie met een zesde plaats op de 800 meter. Maar na een jaar vol blessures was Koers deze week in Sevilla al blij met een plaats in de halve finales.

Iedere Nederlandse atleet had in Sevilla wel een excuus voor zijn falen. De meeste verhalen klonken nog geloofwaardig ook. Toch is het tekenend dat alleen Pennings in de buurt kwam van het nationale record. Terwijl de WK de ambiance biedt voor topprestaties, leken de Nederlanders in Sevilla juist te blokkeren. Dat kan haast niet anders dan een mentale kwestie zijn. Misschien moet de KNAU op dat gebied eens op zoek naar een energieke aanjager.

Bij deze WK bleek ook weer dat Nederland het beste een mini-ploeg kan afvaardigen. Twaalf man (inclusief de op de valreep teruggetrokken Troy Douglas) was al te veel. Het heeft geen zin om atleten mee te nemen waarvan al eerder duidelijk werd dat ze niets te zoeken hebben op een groot titeltoernooi. Discuswerper Pieter van der Kruk zei na zijn uitschakeling dat hij meestal pas na drie worpen echt op gang komt. Maar bij de kwalificatie krijg je nu eenmaal niet meer dan drie pogingen.

Twee beloften, Gert-Jan Liefers en Chiel Warners, toonden in Sevilla gelukkig over een goede mentaliteit te beschikken. Beiden werden doodziek van de inspanning, maar gingen een dag later toch weer van start. Dat ze toen alsnog moesten opgeven, was spijtig. Warners zou in de tienkamp tot een topper kunnen uitgroeien. Voor Liefers ligt dat op de middenafstand moeilijker. Hij heeft te maken met een overmacht van Afrikaanse wonderlopers.

De KNAU kan het beschikbare geld het beste besteden aan een nog kleinere groep atleten. Met gezapige middenmoters timmer je toch niet aan de weg. Liefers en Warners zijn beiden voormalige Europese jeugdkampioenen. Nederland heeft altijd behoorlijke jeugd gehad. Ook dit jaar dienden zich op internationale kampioenschappen weer nieuwe talenten aan. Volgens technisch directeur Paauw kan er pas echt worden geoogst na de Olympische Spelen van 2000. Hopelijk krijgt hij gelijk. Eén grote medaille, de eerste na het olympisch goud van Van Langen ('92) en het WK-brons van Van Vlaanderen ('93), zou na de malaise van de afgelopen jaren al prachtig zijn.

    • Hans Klippus