Faalangst: fopshow van de natuur

Een op de vijf scholieren heeft last van examenstress. Ook volwassenen hebben prestatieangst.

EINDELIJK HEB JE je droomhuis gevonden. De koop is rond, de hypotheek geregeld. Alleen nog even de papieren tekenen bij de notaris. Maar wat kijkt die man streng! ,,Het is wel de bedoeling dat er mensen van niveau in dat huis komen te wonen'', snauwt hij. ,,Hier, je hebt drie kwartier de tijd. Als je het niet haalt gaat de koop niet door.'' Je kijkt en ziet... je eindexamenopgaven Latijn uit 1983! Zwetend word je wakker.

Er zijn mensen die elke nacht hun eindexamen opnieuw moeten doen; anderen dromen er alleen van op belangrijke momenten in hun leven. Maar op het moment zelf heeft vrijwel iedereen er last van: examenstress. Trillende handen, bibberende benen, het gevoel niets meer te weten, soms volledige black-outs. Eén op de vijf eindexamenkandidaten heeft het gevoel door zijn extreme nervositeit minder goed te presteren dan anders, zo blijkt uit onderzoek van Ard Nieuwenbroek, onderwijsadviseur bij de KPC Groep in Den Bosch en auteur van het onlangs verschenen boek Omgaan met prestatieangst. ,,Ik heb een meisje meegemaakt dat zes jaar lang Engels had gehad van dezelfde leraar. Toen ze mondeling examen bij hem moest doen kon ze zich niet eens meer herinneren welk vak die man gaf.''

Examenstress blijft niet beperkt tot het eindexamen van de middelbare school. Ook volwassenen hebben er last van, al durven ze het dan vaak niet meer zo gemakkelijk toe te geven. In elke situatie waarin iemand een bepaalde prestatie moet leveren die door anderen wordt beoordeeld, kunnen plotseling opkomende zenuwen roet in het eten gooien. Bij een sollicitatiegesprek, bij een toespraak op een huwelijksfeest of een begrafenis, bij een presentatie op het werk, bij het rijexamen. Er zijn professionele acteurs en musici die hun hele leven last houden van podiumangst; er zijn schrijvers die bij elk nieuw boek denken dat ze nu echt hun schrijftalent kwijt zijn; er zijn topsporters die hun carrièrekansen drastisch verkleind zien door hun nervositeit.

Voor wie een prestatie moet leveren die hij of zij belangrijk vindt, kan een beetje stress meestal geen kwaad – het houdt een mens alert. Van echte faalangst of prestatieangst is pas sprake als iemand puur door `de zenuwen' onder zijn niveau presteert. ,,Prestatieangst is één grote fopshow van de natuur'', zegt Nieuwenbroek. ,,Angst is oorspronkelijk een reactie op dreigend fysiek gevaar. Bij de meest extreme beleving van angst wordt ook het denken uitgeschakeld; het gaat dan alleen nog maar om de keuze tussen eropaf gaan en ervandoor gaan. Dat was functioneel in de oertijd, toen we nog met een knuppel over onze schouder liepen, en het is het nu als er bijvoorbeeld een auto op je af komt.'' Maar bij prestatieangst is er helemaal geen sprake van fysiek gevaar waarvoor gevlucht of waartegen gevochten moet worden, en is zo'n black-out juist een ramp.

De oorzaak van prestatieangst moet volgens Nieuwenbroek worden gezocht in ervaringen in het verleden. Hij denkt dat de houding van ouders een sterke rol speelt. Kinderen van ouders met faalangst zouden een grote kans hebben zelf ook prestatieangst te ontwikkelen, doordat ze niet leren hoe ze zich anders dan onzeker moeten gedragen in bedreigende situaties. En ouders die keer op keer laten blijken hoge verwachtingen te hebben van hun kinderen, zouden hun ook een groot risico op faalangst bezorgen, doordat die kinderen zich dan altijd beoordeeld voelen. Beslissend is in elk geval de manier waarop mensen nadenken over hun angst als ze een keer een black-out hebben meegemaakt of zich door een toespraak heenstotteren, aldus Nieuwenbroek. Hebben ze het idee dat ze die angst een volgende keer wél onder controle kunnen houden, dan is er niets aan de hand. ,,Maar denken ze voortaan, o jee, het gaat me weer gebeuren, dan is het mis.''

Faalangst is een zelfbevestigend systeem, zegt Nieuwenbroek. Iemand wordt bang, hij blokkeert – de examenkandidaat of spreker geestelijk, de sporter of musicus lichamelijk – en daardoor wordt hij nog banger. Hoe overwin je een angst die je steeds banger maakt? De beste remedie, aldus Nieuwenbroek, is jezelf trainen om op een goede manier over de bedreigende situatie na te denken. Dus niet: `zo'n belangrijke speech moet perfect zijn, anders ga ik af', maar bijvoorbeeld: `het is natuurlijk onmogelijk om onder deze omstandigheden een perfecte speech te houden, maar gelukkig mogen er best een paar foutjes tussen zitten, en wat goed trouwens dat ik dit durf'. Ook fantaseren over enge situaties waarin je iets belangrijks heel goed doet, blijkt te helpen. Dergelijke technieken zijn gebaseerd op de Rationeel Emotieve Therapie (RET) van de Amerikaan Albert Ellis. Rituelen – je geluksketting om, je sportschoenen altijd in een vaste volgorde aantrekken, een knuffelbeertje bij je dragen – kunnen ook helpen om je meer zelfvertrouwen te geven, aldus Nieuwenbroek, mits je ze niet te dwangmatig toepast. Dan word je daar immers weer afhankelijk van, en dat is ook niet goed voor het zelfvertrouwen.

Daarnaast is het belangrijk dat je datgene wat je moet doen ook daadwerkelijk beheerst. Bijvoorbeeld bij het rijexamen. ,,Het ergste wat een leerling met examenstress kan doen, is te vroeg het examen aanvragen'', zegt Frank Verdonk, een rijinstructuur te Purmerend die veel mensen met examenvrees begeleidt. ,,Ik heb een aantal klanten gekregen van andere scholen die na drie keer gewoon niet meer durfden.''

Doorslaggevend, zegt Verdonk, is of die mensen weer plezier in het autorijden kunnen krijgen. ,,Ze mogen bij mij hun eigen muziek meenemen in de auto. En ik laat ze altijd vertrouwde routes rijden, bijvoorbeeld naar plekken waar ze hun boodschappen doen. Het moet allemaal zo gewoon en vertrouwd mogelijk worden.'' Dat is belangrijk, bevestigt onderwijsadviseur Nieuwenbroek, want als er in de situatie waarin gepresteerd moet worden iets onverwachts gebeurt, is de kans op faalangst het grootst.

Daarnaast heeft Verdonk het gevoel dat veel rijscholen helpen een bepaalde mythe in stand te houden rond het rijexamen: de examinatoren zouden boemannen en -vrouwen zijn die je met opzet laten zakken als ze een slechte bui hebben, of ze zouden aan een bepaald percentage gezakten moeten komen. ,,Dat is absoluut onzin, maar die mythe is inderdaad iets wat je achtervolgt. Wij bewijzen dagelijks het tegendeel'', zegt Jeroen Hurkens van het CBR, dat hij ,,een modern, klantvriendelijk bedrijf'' noemt. Wie vier keer gezakt is, moet bijvoorbeeld een speciaal examen doen, waarbij de examinator meer tijd en aandacht heeft voor de kandidaat.

Verdonk probeert zijn cliënten gerust te stellen door regelmatig met hen naar de CBR-afrijlocaties te rijden en daar koffie te drinken met de examinatoren. Ook laat hij bijna al zijn cliënten een proefexamen doen bij de rijschool en een Tussen Tijdse Toets (TTT) bij het CBR, zodat ze alvast aan de examensituatie kunnen wennen. Zo'n TTT heeft nog meer voordelen. Als de `bijzondere verrichtingen' – straatje keren, hellingproef – goed gaan bij de TTT, hoeft een kandidaat ze op het (eerstvolgende) echte examen niet meer te doen. En, ook niet onbelangrijk: na een TTT is het slagingspercentage 60, in plaats van 40.

Ondanks alle voorbereiding en oefening kunnen toch de zenuwen toeslaan vlak voor het uiteindelijke examen, de speech, het sollicitatiegesprek, of het optreden. Dan maar een rustgevend pilletje? Niet doen, zegt Nieuwenbroek. ,,Tranquilizers en bètablokkers zijn geen structurele oplossing en ze halen je creativiteit voor een deel weg. Bij muzikanten verminderen die medicijnen zelfs het gevoel voor melodie en ritme. Het is erger dan dweilen met de kraan open.'' Ontspanningsoefeningen zijn een goed alternatief, en een plantaardig middeltje van de drogist mag ook. ,,Ik zeg vaak, neem zo'n tabletje mee en neem het in als je het nodig hebt. En het leuke is, als ze zo'n pilletje bij zich hebben, blijken ze het vaak niet eens te gebruiken.''