Een veelkleurige proleet

De dahlia ligt sinds jaar en dag slecht op de plantenmarkt. Nieuwe varianten hebben deze kleurige plant echter weer onder de aandacht van tuinders gebracht. Een revival.

Nergens zo veel snobisme als in de tuinwereld. Sommige planten zijn het toppunt van chic, maar andere lijden onder een proletarisch imago. Zo'n plant is de dahlia. Zoals de Volvorijder neerkijkt op de Opel, en de golfspeler zich voor geen goud met korfbal zou bezighouden, zo zijn er ook tuinliefhebbers die nooit een dahlia binnen hun perken zouden dulden. Maar het tij keert.

Sinds een paar jaar worden tuintoeristen in Engeland in verwarring gebracht omdat daar in trendy tuinen de dahlia onbeschaamd wordt aangeplant en ook aan het thuisfront zijn er veranderingen te bespeuren. De dahlia wordt van oudsher in boerderijtuinen geteeld en deelt daardoor in de toenemende populariteit van producten als boerenappeltjeswijn en boerenbrandnetelkaas.

De revival begon met de variëteit `Bishop of Llandaff', een dahlia met chocoladekleurig blad en ongekunstelde, enkelvoudige, aardbeirode bloemen, een dahlia die zo van het gangbare model afweek, dat zij nauwelijks als dahlia te herkennen was en daardoor zelfs voor dahlia-haters acceptabel bleek. Er ontstond zo veel vraag naar deze plant dat kwekers de vraag nauwelijks aankonden.

In het kielzog van de Bishop werden andere donkerbladige dahlia's meegezogen en toen, een jaar of vijf geleden, tuiniers op pastelkleuren uitgekeken waren en felle kleuren weer in de mode raakten, waren de voorwaarden voor de herwaardering van de dahlia geschapen.

Dahlia's passen perfect in het fin-de-siècle, waarin we feestvierend op weg zijn naar een nieuwe eeuw. Dahlia's doen denken aan vrolijke calypsomuziek en aan levensvreugde en delen een welgemikte schop uit aan al die verantwoorde tuinen met hun burgerlijke beplantingsschema's die ons jarenlang ten voorbeeld zijn gesteld. Terwijl alle tuinen na de zomervakantie verlept en verflenst zijn, komt een tuin vol dahlia's nu pas goed op gang en duurt het carnaval voort totdat de hele zaak in oktober in één nacht feestend ten onder gaat. Dat is de nacht waarin de eerste nachtvorst van het jaar toeslaat en alle feestgangers als bij toverslag in zwarte skeletten veranderen.

Het kleurenspectrum van de dahlia grenst aan het ongelofelijke en loopt van koraalrood tot neonviolet en vaticaan-purper. De dahliakweker die een catalogus moet schrijven staat voor een schier onmogelijke taak en het is soms vermakelijk om te zien hoe er met de taal wordt geworsteld om toch enigszins in de buurt van de kleur te komen: ,,Siemen Doorenbos, licht magenta met tyrisch purperen gloed in het midden en de buisbloemen wit met magenta en zonnebloemgeel-oranje''. In mijn Van Dale is tyrisch niet te vinden, maar ik heb een oude druk.

Dahliataal heeft een heel eigen vocabulaire. Rood is nooit gewoon rood, maar purperrood, rozerood, turksrood, levendig oostersrood, meekrappurperrood, bloedrood, kardinaalrood, karmozijnrood, signaalrood, aardbeirood, ceriserood, adrianopelrood, fuchsiarood, neyron-roserood, licht karmijn-lakrood, hollands vermiljoen met kardinaalrode gloed, en nog tientallen andere schakeringen. Zoals een eskimo vijftig woorden voor sneeuw heeft, zo kent de dahliakweker vijftig nuances van rood. De dahlia is veel meer dan een bloem – dahlia's zijn een subcultuur, een aparte wereld waarin de liefhebber kan zich kan verliezen, als een duiker in een koraalrif vol exotische vissen en zeeanemonen. Het is geen toeval dat er naast een zeeanemoon ook daadwerkelijk een zeedahlia bestaat.

Naast sprookjesachtige kleuren- en vormenrijkdom en een uitzonderlijk lange bloeitijd, van wel vier maanden, kent de dahlia ook een paar kleine minpunten. Om te beginnen het blad. Dat is niet elegant. Dahlia's worden in mei geplant, na de IJsheiligen, en de eerste bloemen gaan op zijn vroegst eind-juli open. Dat betekent dat we twee maanden lang tegen een weinig inspirerende berg blad aan moeten kijken. Dat moet anders kunnen, want er bestaan wel degelijk dahlia's met decoratief blad, getuige `Bishop of Llandaff', die met zijn donkere, fijnverdeelde blad alleen al als bladplant de moeite waard is. Gelukkig lijken kwekers dit te beseffen en verschijnen er steeds meer variëteiten op de markt met sierlijk ingesneden blad. Daarnaast zijn vooral de dahlia's met buisvormige bloemblaadjes een aantrekkelijke schuilplaats voor oorwurmen en – zoals er propere huisvrouwen zijn die geen geraniums op de vensterbank willen vanwege de rommel van de afgevallen bloemblaadjes, zo hoor je soms klachten over een boeket dahlia's waarin tientallen oorwurmen huizen. Goed schudden voordat je ze naar binnen brengt lijkt mij afdoende, maar voor fobische types zijn er ook dahlia's met ongevulde platte bloemen waarin geen insect zich kan verschuilen. En ten slotte het grootste ongemak: je moet dahlia's ieder najaar oprooien en 's winters vorstvrij bewaren. Dat is werk en werk is in de tegenwoordige tuin niet populair. Maar de return op een kleine investering aan arbeid is fantastisch, want wie een tuin vol dahlia's heeft hoeft nooit meer met vakantie naar exotische oorden.