Een oppepper met een explosieve lading

Spanning is gezond. Te veel spanning kan stress veroorzaken. Een op de tien Nederlandse werknemers lijdt aan burnout. Maar ook vakantiegangers en examenkandidaten vertonen psychische of fysieke klachten als de lat te hoog ligt. Stress: oorzaken, gevolgen, remedies.

JONGE RATJES die door onderzoekers een etmaal bij hun moeder worden weggehaald, ondervinden daarvan de rest van hun leven nadelige gevolgen. Hun hersenen ontwikkelen zich niet optimaal en als ze later opnieuw aan stress worden blootgesteld, reageert hun stresssysteem heftiger, of juist gelaten. Het experiment laat zien dat stress blijvende invloed op het latere leven kan hebben.

Die 24 uur zonder moederzorg en voedsel is een diermodel voor kinderverwaarlozing, schreef de uitvoerder van het jonge-ratjesexperiment dr. Helga van Oers in het voorwoord van haar proefschrift Maternal deprivation: implications for the ontogeny of the neural stress circuitry waarop ze vorig jaar bij prof.dr. R. de Kloet in Leiden promoveerde.

Dat een enkele stressvolle gebeurtenis, dat zelfs een reeks milde stressoren (stressveroorzakers) zowel geestelijk als lichamelijk blijvende invloed kan hebben, was wel bekend. De kennis over de moleculen die in hersenen en de rest van het lichaam denken en handelen na stress beïnvloeden, is echter nieuw. Waar de hersen- en stressonderzoekers steeds meer details onderscheiden, wordt intussen het spraakgebruik over stress steeds onduidelijker. Met stress wordt tegenwoordig de stressveroorzaker (stressor), de daardoor opgewekte spanning en het proces dat spanning opwekt aangeduid. Het kan resulteren in de zin: ,,Ik kreeg zoveel stress door die erge stress op kantoor dat ik helemaal in de stress schoot.''

Stress heeft ook vooral een negatieve betekenis gekregen. Maar letterlijk is stress alleen maar spanning. Zonder spanning kan een violist geen mooi recital spelen en gaat een sollicitatiegesprek als een nachtkaars uit. Zolang de ervaren spanning in goede verhouding staat tot de uitdaging en zolang er controle is, heeft stress geen negatieve bijwerkingen. Er zijn aanwijzingen dat zulke stress goed is voor de geest en dus voor het lichaam. Het afweersysteem krijgt bijvoorbeeld een oppepper. Het is een kwestie van ermee omgaan, van coping.

Een stressor die lang blijft bestaan en blijvende spanning oproept, of kortdurende ernstige stress, leidt ongetwijfeld tot meer psychische en lichamelijke klachten dan tot nu toe werd vermoed. Bij een ratje dat 24 uur zijn moeder mist of bij een kind dat seksueel wordt misbruikt, ondergaat het stresssysteem een verandering die waarschijnlijk levenslang aanhoudt.

Dr. Frank Putnam van het National Institute of Mental Health in Bethesda onderzoekt de invloed van seksueel misbruik bij meisjes op jonge leeftijd. Hij volgt al tien jaar het lot van twee groepen meisjes. De ene groep van 84 meisjes is tussen het vijfde en elfde levensjaar seksueel misbruikt, de controlegroep is even groot en niet misbruikt. Ze komen qua leeftijd, ras, sociaal-economische leefomstandigheden, opleiding en gezinssamenstelling (alle meisjes woonden in een gezin met één niet-misbruikende ouder) overeen. Het verschil tussen beide groepen zit dus alleen in het seksueel misbruik. Putnam kijkt wat de ernstige stressor waar de meisjes aan werden blootgesteld, voor hun verdere leven betekent. Kortweg: ,,Als ze volwassen worden exploderen de maatschappelijke en psychiatrische problemen.''

Borderline, anorexia en boulimie, posttraumatische stressstoornis, drugsverslaving, depressie, zelfmoord en zelfmutilatie komt later allemaal vaker voor. De vrouwen die in hun jeugd zijn misbruikt, krijgen zelf kinderen op jongere leeftijd en ze krijgen er meer. Ze zijn tweemaal zo vaak slachtoffer van verkrachting en dikwijls slachtoffer van huiselijk geweld. De in hun jeugd seksueel misbruikten hebben ook veel meer lichamelijke klachten, zoals overgeven, huidproblemen, hoofdpijn en astma.

Putnams studie is niet alleen uniek door zijn jarenlange onderzoek naar de maatschappelijke gevolgen van seksueel misbruik. Hij meet ook stresshormonen. In hersenen die een stressor ervaren, scheidt de hypothalamus (een hersenstructuur midden onderaan de hersenen in een gebied waar emoties worden verwerkt) het corticotropine-releasing hormoon (CRH) af. Dat legt door een bloedvaatje de korte afstand af naar de hypofyse (een hormoonproducerende klier die op grond van hersensignalen zaken als vruchtbaarheid en stressreacties regelt). De hypofyse reageert op CRH met de aanmaak van adrenocorticotroop hormoon (ACTH) dat in de bloedbaan komt. Als het de bijnierschors passeert komt daar de productie van glucocorticosteroïden op gang. Het zijn hormonen die groei en ontstekingen remmen, slecht voor de hersenen zijn, pijn veroorzaken, de vruchtbaarheid verstoren, uiteindelijk de afweer verzwakken.

De misbruikte kinderen produceren allemaal minder ACTH bij een stimulans door het ACTH-stimulerende hormoon CRH. Bij stressverhogende tests hebben de kinderen vervolgens meer van het stresshormoon cortisol (één van de glucocorticosteroïden) in hun speeksel. De mishandelde kinderen reageren dus minder sterk op een stressor. In jonge ratjes bestaat hetzelfde systeem van hypothalamus via hypofyse naar bijnierschors. Het systeem is zo algemeen dat het de hypothalamus-hypofyse-bijnier-as (HHB-as) voor stressrespons heet. De HHB-as is een algemene route om ervaren stresssignalen van hersenen aan het lichaam door te geven. Er is een terugkoppeling: de steroïden uit de bijnier remmen de stressgeïnduceerde activiteit van de hersenen.

De HHB-as is relatief traag. Het duurt zeker een halve minuut voor deze reactie op gang komt. Er is ook nog een snelle stressreactor in het lichaam. Die loopt van hersenen via het ruggenmerg naar zenuwuiteinden van het sympatisch zenuwstelsel. In noodgevallen – bij hevige schrik, een plotselinge aanval, een geweldige uitdaging – komen de neurotransmitters adrenaline en noradrenaline uit de zenuwuiteinden vrij. Zij maken het lichaam klaar voor vechten of vluchten. De spijsvertering stopt (de energie die ervoor nodig is kan nu beter anders worden gebruikt). De hartslag versnelt, energie wordt vrijgemaakt, bloedvaten naar de spieren verwijden.

Van Oers en Putnam bestuderen de trage reactie. Van Oers ziet haar ratten een blijvend hogere ACTH-respons krijgen als ze drie tot vier dagen na de geboorte een etmaal niet bij hun moeder mogen zijn, terwijl de ACTH-respons blijvend lager is (in vergelijking met controledieren die bij hun moeder mogen blijven) als ze op de zevende tot twaalfde dag van hun leven worden gedepriveerd. Van Oers vond ook de minimumvoorwaarden voor een kunstmoeder. Voeding via een slangetje en, verspreid over het etmaal, driemaal 45 seconden met een vochtig kwastje over het achterste van het kleine ratje strijken (moederratten likken regelmatig die urogenitale zone) was voldoende voor een normale ontwikkeling van het stressreactiesysteem.

De parallel van deze moederzorg ontbreekt bij mensen. Putnam hield wel bij hoe misbruikte meisjes die psychotherapie kregen, daardoor veranderden. Maar dat is nauwelijks een vergelijk, want het kwaad is dan vaak al jaren geleden geschied. Welke psychotherapie de meisjes ook kregen, het effect was dat ze zichzelf meer keuzemogelijkheden en zelfvertrouwen toedichtten, maar hun persoonlijke situatie verbeterde er niet door.

Op het congres van de American Psychiatric Association, dit voorjaar in Washington, ontspon zich na Putnams lezing in een propvolle zaal een langdurige discussie over wat de gemeten niveaus van stresshormonen eigenlijk zeggen. Het cortisolgehalte in het speeksel is makkelijk te meten en wordt tegenwoordig als indicator voor doorgemaakte stress bij mensen gezien. Een verhoogd cortisol duidt op doorgemaakte stress. In de VS is onderzocht of vrouwen na een gemelde verkrachting een verhoogd cortisolgehalte in hun speeksel hadden. Er bleken vrouwen te zijn met een verhoogd, maar ook met een verlaagd gehalte. ,,Raad eens hoe die twee groepen te onderscheiden zijn'', vroeg Putnam zijn gehoor. ,,De laag-cortisolgroep had een geschiedenis van kindermishandeling.'' Waarmee hij maar wilde zeggen dat een cortisolproef nooit een leugendetector bij een verkrachtingsaangifte mag worden, of een andere betrouwbare detector van net doorgemaakte stress kan zijn, want bij mensen die in hun jeugd een ingrijpende ervaring hebben meegemaakt, kan het stresssysteem blijvend anders zijn ingesteld.