Een normale reactie op een abnormale situatie

Als een schokkende ervaring niet goed verwerkt wordt, kan een posttraumatische stressstoornis (PTSS) optreden.

`IK WAS OP de verkeerde plaats, op het verkeerde moment.'' Met deze woorden typeert NS-medewerker Ted Boeree (49) zijn aandeel in de gebeurtenissen van maandag 7 september 1987. Aanvankelijk leek de late rit Amsterdam-Alkmaar er een in het dozijn: veel avondwerkers, geen oponthoud. Wie had kunnen vermoeden dat het jonge stel dat bij station Sloterdijk achterin de trein stapte ,,een klap in zijn levenslijn zou slaan''? Boeree, twaalf jaar later: ,,Ik vroeg om hun plaatsbewijzen, maar die hadden ze niet. Toen ik mijn tas opende om de prijslijst te pakken, duwde het meisje een mes tegen mijn keel.'' Boeree maande tot kalmte en vervolgde zijn tocht in de veronderstelling dat hij het klusje later wel zou klaren. Het liep anders. In het gangpad werd hij, en vervolgens een passagierende machinist, belaagd door de jongen. Boeree: ,,In een reflex pakte ik mijn kniptang en sloeg hem op zijnhoofd.'' Er volgde een achtervolging.

Nog steeds voelt hij ,,een bal in zijn buik'' als hij over het voorval verhaalt. Maar de flashbacks die de eerste jaren zijn nachtrust verstoorden, lijken voorbij. Als in een film zag hij zichzelf door de trein rennen. De deur van de achterste cabine afsluiten, bang voor het gebonk en de dreigementen (,,ik maak je af'') aan de andere kant van de deur. Eenmaal aangekomen op de plaats van bestemming bleef assistentie uit. ,,De jongen bekogelde mij vanaf het perron met perrontegels – dwars door het cabineraam. Ik rende de gang in, op zoek naar een teken van leven.'' In zijn vlucht struikelde de conducteur over een passagier en kwam oog in oog met zijn belager te staan. Toen Boeree bijkwam vertelde een politieagente dat hij zijn leven te danken had aan een NS-opzichter, die durfde ingrijpen.

Ted Boeree was een van de duizenden Nederlanders die lijden aan een posttraumatische stressstoornis (PTSS), een ziektebeeld dat optreedt wanneer een schokkende gebeurtenis of levensbedreigende ervaring niet goed wordt verwerkt. De ziekte wordt in de psychiatrie herkend aan drie symptomen: herbeleving (Boeree: ,,Keer op keer voelde ik zijn gezicht, lijf en die handen''), alertheid (,,voor het slapen gaan controleerde ik drie keer alle sloten'') en vermijding (,,ik keek nauwelijks tv, uit angst voor gewelddadige scènes''). Boeree zat tweeëneenhalf jaar thuis. Hij schreef een boekje over zijn ervaringen, en kwam na veel omzwervingen bij het Instituut voor Psychotrauma terecht.

Drie jaar na het incident bracht Boeree een bezoek aan zijn voormalige belager, want ,,ik moest zijn gezicht zien, was altijd en overal op zoek naar hem''. Die confrontatie was essentieel voor zijn herstel, want ,,ik nam het heft weer in eigen hand''. Begin jaren negentig ontwikkelde Boeree een antiagressietraining voor collega's. Kaartjes knipt hij niet meer; de NS detacheert hem sinds drie jaar als trainer/voorlichter bij onder meer scholen en politiekorpsen.

De vakterm PTSS raakte begin jaren tachtig in de Verenigde Staten in zwang. Aanleiding waren de miljoenen Vietnam-veteranen die jaren na de oorlog met psychische problemen kampten. In diezelfde tijd werd duidelijk dat veel holocaust-overlevenden leden aan geheugenverlies, concentratiestoornissen en nachtmerries. Gaandeweg bleek dat dezelfde symptomen kunnen optreden na rampen, verkeersongelukken, geweldsmisdrijven, seksueel misbruik en het plotselinge overlijden van een partner. Kúnnen optreden, want de ervaring leert dat `slechts' één op de twintig mensen die een traumatische ervaring meemaken, PTSS ontwikkelt. Welke factoren zijn bepalend? Op die vraag kan W. Martens, hoofd van de afdeling Individuele Hulpverlening van de Koninklijke Landmacht, geen eenduidig antwoord geven. ,,Levenservaring speelt waarschijnlijk een rol, evenals het vermogen een traumatische ervaring met anderen te delen. Een van de hoofdkenmerken van PTSS is sociaal isolement.''

In 1992 begon de Koninklijke Landmacht een programma om PTSS bij uitgezonden militairen te voorkomen. Aanleiding: het grote aantal aanmeldingen voor psychische hulp na de vredesmissie in Libanon; ruim driehonderd van de 2.000 uitgezonden VN-militairen klopten na thuiskomst bij Defensie aan. Sinds de VN-uitzending naar Bosnië worden soldaten voor hun vertrek uitvoerig geïnformeerd over het verschijnsel gevechtsstress (,,een normale reactie op een abnormale situatie''), hoe ze het kunnen herkennen en voorkomen. Het militaire kader leert tijdens een training hoe het soldaten na een schokkende gebeurtenis moet opvangen. Ondanks deze voorzorgsmaatregelen heeft eenvijfde van de uitgezondenen na terugkeer behoefte aan professionele hulp. Bij 5 procent wordt de diagnose PTSS gesteld.

Martens geeft het voorbeeld van een Dutchbatter die na zijn uitzending angst- en woedeaanvallen krijgt. Hij slaat erop los als iemand hem per ongeluk aanstoot, drinkt veel, heeft nachtmerries en twijfelt aan zijn relatie. Enkele maanden geleden klopte de man bij de afdeling Individuele Hulpverlening aan. Het was het begin van een intensieve therapie. Martens: ,,Stukje bij beetje kwam het verhaal eruit: hoge verwachtingen voor zijn vertrek naar Bosnië, frustratie en woede eenmaal daar.'' De beschieting in een Bosnische enclave werd uitvoerig geanalyseerd. Ook de hongerlijdende bevolking bleef niet onbesproken. De militair nam kaarten en foto's mee en tekende gevechtssituaties uit op een schoolbord. Martens: ,,Zeven jaar lang had hij zijn emmer met emoties goed afgedekt. Dat houdt uiteindelijk niemand vol.''

Ook B. Gersons, die wekelijks vijf politiemensen krijgt doorverwezen via bedrijfsartsen uit heel het land, vindt dat de hulpverlening na een schokkende gebeurtenis of levensbedreigende ervaring snel op gang moet komen. ,,Maar niet te snel'', zegt de hoogleraar psychiatrie van het Academisch Medisch Centrum beslist. Ruim een half jaar na de Bijlmerramp interviewde een onderzoeksteam van het AMC honderd politiemensen die vlak na de ramp reddingswerkzaamheden verrichtten. De ene helft van de geïnterviewden onderging daags na de ramp een debriefing, de andere helft niet. Het resultaat van het onderzoek liegt er niet om: de gedebriefde agenten hadden meer last van agorafobie (straat- en pleinvrees), depressieve gevoelens, woede en achterdocht dan de rest van hun collega's. De debriefing, concludeerde het onderzoeksteam, kán schadelijke gevolgen hebben. Wanneer wel en wanneer niet? Dat is volgens Gersons niet geheel duidelijk. ,,Het kan zinvol zijn om met andere getraumatiseerden stoom af te blazen. Maar een debriefing kan emotioneel ook erg belastend zijn – daar wordt vaak weinig rekening mee gehouden.'' Gersons is niet voor afschaffing, maar voor aanpassing van het concept.

Een aantal wetenschappers vindt dat de term posttraumatische stressstoornis niet altijd zorgvuldig wordt gebruikt. In de bundel Trauma door oorlogsgeweld merkt R. Kleber, hoofd onderzoek van het Instituut voor Psychotrauma, op dat de diagnose PTSS tekortschiet waar het gevallen van langdurig geweld en terreur betreft. Bovendien is PTSS niet de enige posttraumatische stoornis; wat te denken van depressie en alcoholisme? Maar het grootste gevaar van een willekeurig gebruik van de term PTSS is volgens Kleber dat het leidt tot ,,een veronachtzaming van de veerkracht van mensen''. En dat is jammer, aldus Kleber, want het helingsvermogen is sterker dan wordt verondersteld.

Ook Ted Boeree heeft zijn mishandeling uiteindelijk kunnen verwerken. ,,Het klinkt misschien gek'', zegt de trainer/voorlichter, ,,maar mijn leven is er sindsdien op vooruitgegaan. Ik weet wat ik wil, leef bewuster.'' Lachend: ,,Ted Boeree laat het leven niet meer wegglippen.''