Dutch Television

Hilversum bestaat! Ik ben er eigenbenig binnengefietst. Er hangt een bordje Hilversum, er is een station Hilversum, en als je aan de mensen vraagt: ,,Hoe heet het hier?'', dan zeggen ze zonder trots of schaamte: `Hilversum'.

Ik heb mijn hele leven gedacht dat Hilversum een handige afkorting was voor ,,De Nederlandse electronische amusementsindustrie'', zoals men in Engeland spreekt over Tante Bieb als men de televisie en in Amerika over Tinseltown als men de filmindustrie bedoelt, en zoals men de stadsnaam Rome gebruikt om het godsdienstige centrum Vaticaan met zijn paus, en Washington om het militaire centrum Witte Huis met zijn president, aan te duiden.

Maar nee: Hilversum is een stad die zich van alle andere Nederlandse steden slechts onderscheidt in het feit dat het zich in geen enkel opzicht onderscheidt van alle andere Nederlandse steden. Elke stad in ons land bezit immers wel een bijzonder lelijk gebouw dat men Het Stadhuis noemt, of een bijzonder lelijke uitspraak der Hollandse woorden, die men Ons Dialect noemt, of er is eeuwen geleden een staatsman vermoord of een heel leger in de pan gehakt en dan vind je daar een standbeeld of monument voor.

In Hilversum niets van dit alles. De knop op de radio en op de afstandsbediening blijkt een kalme stad zonder grote studio's, zonder verlengde limousines waar glamoureuze diva's uitglijden, zonder opwindende achtervolgingen met paparazzi, paarden of paratroepers. Ik vond zelfs geen voetafdrukken in de stoep van Willem O. Duys, of van Johnny en Rijk.

Ik vroeg een dame waar het televisiecentrum was. ,,Ik ben hier voor het eerst van mijn leven. Ik woon in Blaricum, maar ik kom hier wasknijpers kopen'', zei Mies Bouwman. Bij toeval kwam ik langs een kantoor waar op de gevel de drie letters NTS in marmer waren uitgehakt. Alleen door de verflauwde afdrukken zag je dat er ook eens de drie letters NOS hadden gehangen. Bij de deur was een bordje gespijkerd met de drie letters NPS.

Ik belde aan en Piet deed open. Hij legde me uit dat NTS, zoals de Nederlandse amusementsindustrie aanvankelijk heette, stond voor `Nee, Teun slaapt'. Toen Teun niet meer wakker werd, werd Onno de baas, en noemde men de zaak NOS, `Nee, Onno slaapt'. En nu hij er werkte, noemde men zijn werkplek NPS, `Nee, Piet slaapt'. Ja, men is in Hilversum heel geestig.

Ik vroeg: ,,Piet, waar zijn de studio's, de zenders, de cafés waar we onze helden in het echt kunnen zien?'' Piet antwoordde: ,,de studio's zijn in Amsterdam, bij Artis. De zender staat in Lopik. Het café is in Loosdrecht, maar daar zit nooit een beroemdheid, alleen maar mensen die beroemd willen worden. Ik kom hier slechts om de banden in het apparaat te doen en op de knop te drukken. De meeste uitzendingen komen uit het buitenland en als straks de televisiegolven beter worden, kan het buitenland die zelf naar uw toestel krijgen en zit ik zonder werk''.

Teleurgesteld fietste ik Hilversum uit. Nooit meer zal ik de knop voor Hilversum 1, Hilversum 2 of Hilversum 3 kunnen indrukken, zonder aan Piet te denken, die de video's in zijn apparaat schuift. De enige vreugde van de NPS blijft als de nieuwslezer zich verslikt of vergist.