Bach-suite volgens Mahler en Chailly is een curiosum

Vóór een uitvoering van Mahlers Vierde symfonie speelde het Koninklijk Concertgebouworkest gisteravond voor het eerst de Suite die Mahler in 1909 samenstelde uit de suites nrs 2 en 3 van Johann Sebastian Bach. Het waren de aansprekendste stukjes: na de ouverture Rondeau, Badinerie, Air, Gavotte 1 en 2. Mahler deed dat voor een serie `historische concerten' in New York en bespeelde zelf de als `klavecimbel' geprepareerde Steinway. Zo hoorde men in de `Nieuwe Wereld' toch iets van de oude Bach. Mahlers bewerkingen, die hij ook van muziek van Schubert en Beethoven maakte, waren wel omstreden. Toscanini vond Mahlers ingrepen in Beethovens Zevende symfonie ,,onwaardig voor zo'n musicus''.

Mahler zette Bach voor groot orkest, inclusief orgel en door Bach nooit gehoorde klarinetten. Ook behandelde hij Bachs noten, onder andere met nieuwe contrapunten en voordrachtsaanwijzingen. De uitvoering die Riccardo Chailly gisteravond dirigeerde gaf was op zijn beurt weer een hedendaagse `bewerking' van deze Bach/Mahler-suite. Het orkest was gereduceerd tot dertig musici, klarinetten ontbraken en er was een echt klavecimbel.

Tussen de Matthäus Passion, die Chailly eerder dit jaar leidde, en Bachs Eerste suite, die later dit seizoen op het programma staat, werd deze Mahleriaanse Suite een beetje `Bach van alle tijden'. De uitvoeringsstijl was zo ongeveer de gematigd-moderne van de jaren '60, een ietsje langzaam met het Air licht-zwevend in de lucht. Vanaf het orgel zorgde Leo van Doeselaar voor een vleugje Matthäus-sfeer en de gavottes leken met hun prominente trompetten en pauken een ode aan Bachs tijdgenoot Händel. Het was voor de Mahlerstad Amsterdam zeker een opmerkelijk curiosum en het wordt ook nog op de cd gezet.

Concert: Koninklijk Concertgebouworkest o.l.v. Riccardo Chailly m.m.v. Ruth Ziesak, sopraan. J.S. Bach/Mahler: Suite; G. Mahler: Symfonie nr 4. Gehoord: 25/8 Concertgebouw Amsterdam.

    • Kasper Jansen