Wekelijks in Schilderswijk

Tweede-Kamerleden gebruiken het reces om de banden met de achterban aan te halen. In het zesde en laatste deel van een serie: Stef Blok (VVD).

De natuurlijke achterban van het TweedeKamerlid Stef Blok (34, VVD) – dat zijn z'n vrienden bij ABN Amro, bij grote bedrijven, bij advocatenkantoren. Een natuurlijke regionale achterban, zoals CDA-collega Camiel (`us Camielke') Eurlings koestert, heeft Blok niet. Stef Blok heeft een geadopteerde achterban. De wederzijdse liefde is er niet minder om.

Lichtgrijs zomerkostuum, lichtblauw Arrow-shirt, neutrale das, geblokte sokken. Tot zover niets dat opvalt. Herenfiets met kinderzitje en windscherm aan het stuur, grote, roodwitte paraplu in de hand. Een yup op weg naar de crèche, zo lijkt het. Maar waarom fietst deze jonge, werkende vader nu al de hele middag door de Haagse Schilderswijk? Hij is op werkbezoek.

Noem een goed doel of deelbelang in Nederland en het is ondergebracht in een stichting. Zo bestaat er een stichting die Kamerleden in contact brengt met achterstandswijken. Het jargon is knus: Kamerleden treden op als adoptie-ouder voor zo'n wijk. Stef Blok heeft bij zijn aantreden in de Tweede Kamer, nu een jaar geleden, de Schilderswijk geadopteerd. Gemiddeld eenmaal per week trekt hij de wijk in: naar de politie, naar vergaderingen van bewonersorganisaties, middenstanders, `pleinwerkers', medewerkers van woningbouwverenigingen, enzovoorts.

Binnen een jaar heeft Blok in de wijk een uitgebreid netwerk opgebouwd. Het mes snijdt aan twee kanten. Blok, die zich in de Kamer onder meer bezighoudt met de economische ontwikkeling van binnensteden, ziet in de praktijk wat de noden en kansen van multiculturele wijken zijn. Wijkbewoners mogen zien dat politici niet ver weg, aan het Binnenhof, opgesloten zitten in hun papieren werkelijkheid. ,,In mijn bijdragen in de Kamer gebruik ik heel veel praktijkvoorbeelden uit de Schilderswijk'', zegt Blok. ,,Daar kan geen nota tegenop.''

De Schilderswijk maakt zich deze vrijdagmiddag op voor de Haschiba, het jaarlijkse zomerfeest. Her en der in de wijk worden podia opgebouwd. ,,We zien je zondag toch wel, hè Stef'', krijgt Blok her en der te horen. In het buurtcentrum aan de Hoefkade zit het vrijwel voltallige bestuur van de bewonersorganisatie Spoorgracht met een schaal vol koeken op Blok te wachten.

In het gesprek aan de Hoefkade zijn geluiden op te tekenen die de hele middag zullen terugkeren. Eén: wat bijzonder dat een VVD'er zich interesseert voor de Schilderswijk! Twee: de wijk is smerig, de gemeente moet veel vaker het vuilnis laten ophalen. Drie: gebrekkige kennis van de Nederlandse taal ligt aan de wortel van veel problemen in achterstandswijken – werkloosheid, verkruimeling van het buurtleven, criminaliteit, enzovoort.

Bij het eerste punt kan Blok glimlachend zwijgen. ,,Ik dacht eerst: wat moeten wij nou met een VVD'er'', zegt bestuurslid Greet van Vliet van de vereniging Spoorgracht. ,,Maar hij valt me honderd procent mee. Je ziet 'm overal. Vroeger hadden we Jeltje van Nieuwenhoven van de PvdA als adoptie-ouder. Die zag je eigenlijk nooit.''

Het tweede punt, over het zwerfvuil in de wijk, brengt Blok tot lichte wanhoop. ,,Als Kamerlid ga ik daar niet over'', roept hij. Hij zal het doorgeven aan zijn partijgenoot James de Booij, raadslid in Den Haag, `adoptie-raadslid' voor de Schilderswijk, die deze middag een deel van het programma meeloopt maar helaas net ontbreekt als `de stem des volks' klinkt.

Het derde punt, de taalkwestie, is koren op de molen van Blok. ,,Daar kan ik in de Kamer wat mee'', zegt hij. ,,Het leert mij dat die programma's voor inburgering veel te vrijblijvend zijn. Het taalprobleem moet de overheid niet laten lopen. Mensen die niet of nauwelijks Nederlands spreken, vinden moeilijk werk, ze hebben nauwelijks contact met buurtgenoten van andere herkomst – en noem de problemen maar op die je vervolgens krijgt in een multiculturele wijk als de Schilderswijk.''

Stef Blok heeft voorbeelden te over van inzichten die hij ontleent aan zijn contacten in de Schilderswijk. Zijn gesprekspartners zijn in meerderheid autochtone Hagenaars die met hart en ziel in de Schilderswijk wonen en/of werken. Zij storen zich aan de negatieve beeldvorming over de wijk. Ze gelóven in hun wijk. Ze zien de problemen, maar ze zien ook dat het her en der beter gaat.

Dat geldt voor Henk van Loon die, naast zijn volle baan als informatiseerder bij de Haagse politie, vrijwel al zijn vrije tijd in het vrijwilligerswerk steekt, onder meer als voorzitter van allerlei `overlegplatforms'. Dat geldt voor Marie Anne Hartman Kok, het hoofd van de bibliotheek in de wijk, die in haar vestiging met Europese subsidie een blinkend computercentrum heeft ingericht.

Ook 'savonds trekt ze de wijk in voor vergaderingen. ,,Als je alleen van negen tot vijf wilt werken, moet je hier niet zijn'', zegt ze. ,,Een bibliotheek is een kenniscentrum en door kennis kunnen mensen vooruitkomen. Ik knok ervoor zoveel mogelijk mensen hier binnen te krijgen. Ze komen niet vanzelf, dus trek ik als een soort ambassadeur de wijk in.''

In een huiskamer vol boeken, huisdieren en snuisterijen aan de Terwestenstraat zitten Ellie Houweling en Janny Lispet klaar om te vertellen over hun Nachtpreventieteam.

Sinds vijf jaar geven ze leiding aan een groep van circa dertig Schilderswijkers die met enige regelmaat 's nachts op surveillance gaan ter assistentie van de wijkagent. Het werkt, vertellen ze: de wijk is de afgelopen jaren beslist rustiger en veiliger geworden – minder overlast door drugspanden, minder autokraken, enzovoort.

Kijk, dat is wat het liberale Kamerlid graag hoort. Burgers wachten niet totdat de overheid hun problemen oplost, ze stropen zelf de mouwen op. ,,Geweldige mensen, hè'', zegt Stef Blok buiten op de stoep. ,,Ongelofelijk, wat een energie!''