Nixon en Hitler in Edinburgh

Op de theaterfestivals in Edinburgh zijn de meeste ensceneringen traditioneel. `India Song' van de Ivo van Hove zal hier vanzelf als zeer experimenteel ervaren worden.

Zou het documentaire theater een streepje voor hebben op het puur fictieve? Omdat de verbeelding, geruggesteund door de werkelijkheid, indringender wordt? Goed mogelijk: in elk geval wil `iedereen' in deze stad Nixon's Nixon en Adolf zien. De twee voorstellingen – toevallig gaan beide ook nog over staatslieden – zijn de paradepaardjes van de programmering van de Assembly Rooms aan George Street. Gezien de massa's voor de ingang, zou er best eens een zwarte handel in de kaartjes gaande kunnen zijn. Het rode opschrift `sold out' dat dagelijks op het zwarte bord naast de ingang prijkt, maakt duidelijk dat ze niet meer op gewone wijze te koop zijn.

Pikant is dat beide voorstellingen in het `Fringe'-festival te zien zijn en niet in het voorname, `officiële' International Festival, met zijn prestigieuze sponsors als The Bank of Scotland en Standard Life. Die houden nu eenmaal niet van risico's. Volgend jaar zal verzekeringsmaatschappij Scottish & Newcastle zich dan ook waarschijnlijk twee keer bedenken alvorens nog eens de programmering van een voorstelling als appetite, van de in Brussel werkzame, Amerikaanse choreografe Meg Stuart en haar groep Damaged Goods, mede mogelijk te maken. Met rijen tegelijk verliet het publiek de zaal.

Het theater van Stuart zou zonder het pionierswerk van de Duitse choreografe Pina Bausch niet kunnen bestaan. Het gaat bij haar om dezelfde onbestemde assemblage van scènes, zij het dat de inhoud daarvan veel minder herkenbaar is. In haar in nauwe samenwerking met beeldend kunstenaar Ann Hamilton tot stand gebrachte productie is de deformatie een belangrijk thema. Niet alleen is de schaarse dans opzettelijk lelijk, met abrupt onderbroken bewegingen en onverhoedse wankelingen, ook proppen de dansers voortdurend kleren, lappen en opblaasbare voorwerpen in hun kostuums, zodat ze als Michelin-mannetjes voortstrompelen. Er zitten heus aardige momenten in het anderhalf uur durende appetite, maar Stuart slaagt er bij lange na niet in het geheel onder spanning te brengen.

Stuarts productie is intussen wel de meest gewaagde van de hoofdprogrammering, waarin vooral het theateraandeel opvalt door traditionele ensceneringen. India Song van de Nederlandse regisseur Ivo van Hove – dat in Nederland enkele maanden geleden in première ging en hier vanaf 1 september te zien is – zal in deze context vanzelf als zeer experimenteel ervaren worden.

De `hits' van de Fringe zijn net zo traditioneel vormgegeven overigens, misschien op het uitzinnige The Importance of Being Earnest van Oscar Wilde door Kaos Theatre UK LTD na. Het is een met luipaardprint gestoffeerde, volkomen overspannen oefening in camp-gedrag, waarin verbazing gestalte krijgt in letterlijk van de grond opstijgende acteurs en waarin centimeterslange opplak-wimpers naturel ogen in vergelijking met de valsheid van de personages. Iedere stap is een dansje, ieder woord een aria van uitschietende klanken, ieder gebaar een woekering van krullen waarbij het rococo verbleekt. Lichtelijk vermoeiend soms, maar over het algemeen erg amusant en, dankzij regisseur Xavier Leret, overladen met vormvondsten en toch stijlvast.

Acteur Pip Utton hoeft de opbrengst van zijn solo Adolf niet met anderen te delen: niet onbelangrijk op een festival waar iedereen de kosten van het eigen optreden volledig zelf moet dragen. Met slechts een banier met hakenkruis op de achtergrond verwoordt hij op indrukwekkende wijze het gedachtengoed van de Führer – indrukwekkend, omdat zijn betoog, gebaseerd op Darwins survival of the fittest, werkelijk overtuigt en beangstigend logisch klinkt. Het is jammer dat Utton de verleiding niet heeft weten te weerstaan om in een coup de théâtre aan het slot te wijzen op menselijke waarden en parallellen te trekken met Kosovo en racisme. Hij vertrouwt er ten onrechte niet op het publiek met zijn vervaarlijke tirades al voldoende geprikkeld te hebben om een en ander zelf te bedenken.

Regisseur Charles Towers laat Nixon's Nixon van schrijver Russel Lees – veel minder beladen weliswaar – gelukkig wel voor zichzelf spreken. De werkelijk op Nixon en diens adviseur Kissinger gelijkende acteurs Tim Donoghue en Keith Jochim spelen hun personages zwaar overacted: de productie is dan ook Amerikaans. Het is de vooravond van Nixons vrijwillig-gedwongen aftreden, en er worden binnenskamers pijnlijke balansen opgemaakt, met een even cynisch als hilarisch plan om met een buitenlandse crisis – ,,Iets nucleairs, ergens!'' – de aandacht af te leiden, tot besluit. Evenals Adolf is Nixon's Nixon spannend, ontregelend en onderhoudend theater, maar vooral het tweede stuk zou ik graag eens in een Nederlandse enscenering zien. Minder vet, bedoel ik, en daardoor krachtiger.