Klant is onderdaan

Rondom de grote feestdag van Maria Hemelvaart (15 augustus) stagneert het leven in de dan half verlaten Griekse hoofdstad. Veel winkels en restaurants zijn gesloten, artsen, notarissen en loodgieters zijn nauwelijks te vinden, en ook de openbare diensten proberen op halve kracht of nog minder te functioneren. Dit laatste leidde deze zomer tot ongewone tv-beelden, die veel stof deden opwaaien. Wie in de eerste helft van augustus de dienst Rijbewijzen, ressorterend onder het provinciaal bestuur, wilde betreden, stuitte op een met de hand geschreven tekst: `Tot 23 augustus alleen buitengewone gevallen. De provincieprefect.' (Een handtekening ontbrak.)

Ook in de hoogzomer zijn er burgers die op een `gewoon' rijbewijs wachten, en één gedupeerde nam het niet. Hij schakelde de betreffende prefect in, maar ook de particuliere tv-zender Mega. Toevallig (?) arriveerden beiden gelijktijdig op de plek des onheils, waar een geslonken groepje, meest vrouwelijke, ambtenaren bijeen was. De prefect was een heetgebakerde dame en toen ze de tekst zag, die buiten haar om tot stand was gekomen, ontstak ze in grote woede. Honderdduizenden Grieken zagen die avond een scène die aan de schooljaren deed denken.

,,Wie heeft dit geschreven'', riep ze, zwaaiend met het van de deur afgerukte papier. En toen er slechts beteuterde gezichten te zien waren, klonk het, tot in de huiskamers: ,,Dan bent u allemaal op non-actief gesteld!'' In de pers werd het incident verschillend gewaardeerd. Sommigen hadden `plaatsvervangende schaamte' gevoeld en er werd ook, niet ten onrechte, aan herinnerd dat prefecten sinds enige jaren op (her)verkiezing zijn aangewezen. Maar het was in ieder geval een kleine aanval op het droevige fenomeen dat in Griekenland de klant, of de burger, nog steeds het tegendeel van koning is, een verschijnsel dat nauwelijks lijkt af te nemen bij de nadering van Griekenlands volledige incorporatie in het Europese systeem.

Steeds weer overheerst in dit land de indruk dat de dienstensector er is voor het personeel en niet voor degenen aan wie de diensten zouden moeten worden verleend. Neem de post. Geregeld zie ik op het postkantoor dat veel loketten worden gesloten na twee uur 's middags, als het juist goed vol wordt. De rijen verdriedubbelen zich dan in korte tijd. In de zomer functioneert er vaak maar één loket, waar dan veertig wachtenden voor staan, voor de helft toeristen die postzegels nodig hebben – die zijn niet meer als vroeger in de kiosken te krijgen – en dus ook moeten wachten op alle `moeilijke gevallen'. Want men is niet op het idee gekomen een postzegelloket te openen. Een half uur staan voor wat postzegels is hier heel gewoon.

Mijn eigen postbode is nu al acht dagen niet langs geweest en brieven uit Nederland doen er in de zomer niet meer tien, maar veertien dagen over (náár Nederland twee à drie). Toen ik zijn voorganger eens op een woensdag vroeg waarom hij zes dagen niet was verschenen, antwoordde hij: ,,Maar je weet toch dat er zondag verkiezingen waren?'' Hij doelde op het feit dat op zo'n dag de meesten naar het dorp reizen waar ze vandaan zijn om daar te stemmen. Op zichzelf een leuke instelling. Maar ze reizen dan zeker niet meteen terug.

Olympic Airways is een gigantisch voorbeeld van wat ik bedoel met `het bedrijf is er voor het personeel'. Maar ook de stokoude trolleys uit de voormalige Sovjet-Unie, gele gevaarten die nog altijd door de stad rijden, vormen goed materiaal. Hun dienstregeling is ondoorgrondelijk – volgens mij is er geen dienst en geen regeling. Er zijn drie lijnen die door mijn buurt naar het centrale Plein van de Grondwet rijden. (Binnen hangt wel eens een routebeschrijving, maar die slaat dan op een andere lijn.) Als je twintig minuten hebt gewacht, komen er steevast twee of drie bussen achter elkaar, ook op stille zondagen, het ligt niet aan obstakels langs de route. Het lijkt wel of ze in konvooi rijden om berovingen tegen te gaan. Of ze doen het om elkaar te helpen als er weer eens een beugel van de elektrische leiding is afgegaan? Dat gebeurt zowat eens per uur. De bestuurders krijgen er een toelage voor.

Op koopavonden is het uiterst druk op straat, maar de trolleys houden zich aan de stille avonddienst, dus elke trolley is tjokvol. Het publiek is al blij als ze rijden, want er wordt veel gestaakt, bijna zoveel als bij Olympic Airways. Het blijft trouwens niet bij stakingen. Zo'n twee keer per jaar wordt al het trolleyverkeer stopgezet tussen elf uur 's morgens en vijf uur 's middags (in de praktijk tussen tien en zes uur). Het is geen staking, het gaat om een `algemene ledenvergadering' van de vakbond. ,,Zoiets gebeurt alleen in Griekenland'', moppert een opvallend lijdzame passagier die samen met de anderen tot uitstappen wordt gemaand. En ik denk dat hij gelijk heeft.