Joeri Kovaljov is in Dagestan als papkok veilig

De strijd in Dagestan lijkt voorlopig geluwd; de moslimrebellen hebben zich uit een handvol bezette dorpen teruggetrokken. Maar het Russische Comité van Soldatenmoeders is niettemin bang voor een herhaling van de ellende van Tsjetsjenië.

,,Hierbij verzoek ik, soldaat Joeri Kovaljov, gelegerd in regiment 3671 van de binnenlandse ordetroepen in Nizjni Novgorod, niet naar de conflictzone in Dagestan gestuurd te worden. Ik kan slecht zien en heb een alleenstaande, zieke moeder. Als er iets met mij zou gebeuren, dan overleeft zij dat niet.''

Joeri's moeder heeft de op ruitjespapier gestelde verklaring haperend voorgelezen. Op 16 augustus had ze vernomen dat haar 19-jarige zoon naar de oorlogszone werd verplaatst. ,,Hoe kan hij nou winnen van die fanatieke islamieten? Joeri is onervaren, en zijn zicht is zo slecht, hij kan niet eens raak schieten.'' Ze was die dag meteen naar de kazerne gesneld, maar daar lieten ze haar niet binnen. ,,Ik ben over een hek geklommen en heb tegen de commandant gezegd: Joeri is alles wat ik heb, op zijn broertje na. Hij heeft een bril nodig, en bovendien: hij is een dienstplichtige. De premier heeft op de televisie beloofd dat er alleen vrijwilligers worden gestuurd. Weet u wat de commandant zei? Moedertje, waar maakt u zich druk om? U heeft toch nog een zoon.'' Om drie uur `s nachts had ze Joeri van het station van Nizjni Novgorod zien vertrekken, en nu, zo zei ze tussen twee snikken door, was hij misschien wel dood.

,,Niet huilen'', zegt Maria Fedoelina streng. ,,Daar schiet niemand wat mee op.'' Sinds er in de Tsjetsjeense oorlog (1994-1996) 13.000 Russische militairen zijn gesneuveld werkt de kordate, kettingrokende Fedoelina op het Moskouse kantoor van het Comité van Soldatenmoeders, een landelijke pressie- annex rechtsbijstandgroep. De Tsjetsjenië-dossiers zijn nog niet gesloten (er zijn 600 vermisten en 270 ongeïdentificeerde lichamen), maar nu al melden zich de eerste `Dagestan-moeders'. De gang zit vol wachtenden. In Kamer 4 worden de sterfgevallen afgehandeld; Kamer 5 is voor moeders van levende soldaten.

Fedoelina bestudeert de papieren van soldaat Kovaljov, waaronder zijn recept voor een bril. Linkeroog: -2,00. Rechteroog: -2,50. ,,Hier kan ik niks mee. Pas bij min vier raken de legerartsen onder de indruk.'' Joeri's moeder, een werkloze vrouw op gymschoenen, smoort haar gesnik in een zakdoek.

Onverstoorbaar draait Fedoelina het nummer van de legerstaf. Ze zet een zoetgevooisde stem op: ,,Generaal Bikovski, nee maar! Hoe is het met uw allerwaardevolste gezondheid?'' Zonder te luisteren zuigt ze aan haar sigaret, waarna ze een salvo vragen afvuurt: ,,Zegt u eens: wie stuurt u de oorlog in? Iedereen? Dienstplichtig of niet, getraind of niet? Wat zegt u? Mijn beste generaal, dat gaat mij wel degelijk iets aan. Ik heb hier namelijk een wachtkamer vol huilende moeders. Dit is een herhaling van Tsjetsjenië. Wij krijgen exact dezelfde ellende over ons heen. Hebben jullie dan niets geleerd?''

De generaal aan de andere kant van de lijn sputtert tegen, Fedoelina hoort hem met een vermoeide blik aan. Hij wil concrete gegevens en krijgt het voorbeeld van soldaat Kovaljov voorgelegd, wiens moeder naar het puntje van haar stoel schuift. ,,En?'' vraagt ze hoopvol. ,,We kunnen niets voor uw zoon doen'', zegt Fedoelina als ze heeft opgehangen. ,,Zolang Dagestan niet is uitgeroepen tot oorlogszone kunnen alle binnenlandse ordetroepen er zonder pardon op af worden gestuurd. Die belofte van de premier, dat er alleen vrijwilligers worden ingezet geldt alleen voor het reguliere leger. En daar dient uw zoon niet.''

Joeri's moeder houdt het niet meer. ,,Wat is dat voor een moederland dat hij verdedigt? Ze zeggen dat het geen oorlog is, maar ondertussen worden onze kinderen wel vermoord.'' Routineus reikt Fedoelina haar een nieuwe tissue aan, ze weet uit eigen ervaring wat het is om een zoon in het Russische leger te hebben. Die van haar was vermist in Tsjetsjenië, in 1995. Samen met andere moeders was ze naar de hoofdstad Grozny gegaan, die toen nog in Russische handen was. ,,We ontdekten dat veldcommandant Sjamil Basajev, dezelfde die nu achter de opstand in Dagestan zit, een grote groep krijgsgevangenen had gemaakt.'' Namens de groep had Fedoelina met hem onderhandeld, en ze had haar zoon ongedeerd teruggekregen. ,,Vervolgens ben ik voor het Comité van Soldatenmoeders gaan werken.''

Ze is nog niet uitgepraat, of generaal Bikovski belt terug. ,,Ik heb de commandant van soldaat Kovaljov gesproken'', meldt hij trots. ,,En ik kan u verzekeren dat hij geen gevaar loopt. Soldaat Kovaljov is op mijn bevel aangesteld als papkok in de veldkeuken. Kan ik verder nog iets voor u doen?'' Joeri's moeder veert op: ,,Kan hij dat op schrift verklaren?'' Maar Fedoelina duwt haar terug in haar stoel. ,,Vergeet het, moedertje! U kent de Russische officieren niet. Nooit, maar dan ook nooit van uw leven zult u zo'n belofte zwart op wit krijgen.''