Iedereen voelt het

Eigenlijk zou iedere minister een deel van de zomervakantie moeten besteden aan het schrijven van een vertrouwelijk essay. Het stempel VERTROUWELIJK garandeert een ruime verspreiding, en de vorm maakt het de bewindsman mogelijk zich als mens te tonen. De functionaris heeft het harnas van de Haagse plichtmatigheid uitgetrokken en verschijnt met zijn persoonlijke gedachten in een beperkte openbaarheid. Minister Peper heeft deze week weer van zich doen spreken door te verzekeren dat aan het einde van zijn bewindsperiode Nederland 3.715 agenten meer zal hebben dan aan het begin. Bram Peper heeft een essay geschreven, Op zoek naar samenhang en richting, over `de veranderende verhoudingen tussen overheid en samenleving'.

Het motief van de schrijver ligt in de titel besloten. Het probleem wordt veroorzaakt door de politiek die geen raad weet met de veranderingen. `Iedereen weet het, iedereen voelt het', Met Paars II is `iets aan de hand', maar wat? Peper doet een grote greep, hij is een generalist die zijn best doet, niet te blijven steken in afzonderlijke vraagstukken. Hij slaagt erin, de grote lijn te bewaren. Dat is de eerste verdienste. De tweede is dat hij een nog betrekkelijk nieuwe minister is, die dus met verse blik de mechanismen van het landsbestuur van binnen ervaart. Het nadeel is zijn proza, dat hier en daar de behandelig van een ghostwriter had kunnen gebruiken.

In zijn analyse hoort hij tot een school van politieke denkers, waarin Ralf Dahrendorf een van de markantsten is. Intussen kan niemand die over de vraagstukken van de westerse democratie schrijft, een betoog opbouwen zonder vast te stellen dat de politieke organisaties de belangstelling van de kiezer verliezen, dat de maatschappij zichzelf verder fragmentariseert in deelbelangen, de traditionele hiërarchieën snel verdwijnen, de verhoudingen tussen bureaucratie en het politiek verantwoordelijk bestuur ondoorzichtig zijn geworden, en daardoor de vraag naar de laatste verantwoordelijkheid eerder verwarring dan een antwoord oplevert. Dan hebben we de macht van Brussel, de mondialisering, de onbekende invloed van Internet en nog een stuk of wat postmoderne problemen. Peper ziet, zonder het uitdrukkelijk te zeggen, tussen de regels, wel iets het referendum en de one issue bewegingen. Maar hij kent ook de macht van de media, de risico's van een evenementen-democratie die uitdraait op de privatisering van de politiek (zoals in de Verenigde Staten bij iedere volgende presidentsverkiezing duidelijker wordt vertoond).

Slotsom: het bestuur wordt nog wel, zoals het hoort, democratisch gekozen, maar in de westerse politieke beschaving ontglipt de maatschappij aan het bestuur. Dat is niet alleen een vraagstuk van Paars II. Dahrendorf (in deze krant van 24 juli) vat het als volgt samen: ,,De kernvraag waarmee alle landen op dit ogenblik worden geconfronteerd is: hoe kunnen we zorgen voor duurzame verbeteringen in mondiale markten, zonder de fundamentele samenhang van onze samenlevingen of de instituties van de vrijheidsgedachte op te offeren?'' Hij ziet een ver verwijderde mogelijkheid – het is geen voorspelling – dat de welvaartsdemocratieën van Europa zich in de richting van een ultra-gedisciplineerd model, Singapore, zullen bewegen.

Peper staat een andere kans op onheil voor ogen: ,,De noodzaak om met visie en leiderschap – in de geest als hiervoor aangeduid – te veranderen, wordt nu misschien teveel aan ons oog onttrokken omdat onze samenleving al vele jaren op tal van materiële fronten de wind mee heeft en niet serieus `bedreigd' wordt. De politiek wordt dus – behoudens in het geval van incidenten – niet daadwerkelijk op `systeem-bestendigheid' getest.'' Zo ver gaat de schrijver niet, maar ik denk dat het de moeite waard zou zijn eens een `virtueel model', desnoods een rampenfilm te maken waarin te zien is hoe het een maatschappij van grote welvaart, geringe structuur en een politiek in afbraak vergaat, als die door een plotselinge crisis met daarop volgend een lange depressie op `systeembestendigheid' wordt getest. Het is de westerse maatschappijen in de jaren dertig overkomen. Misschien is zo'n virtuele verkenning iets voor het volgende essay van de minister.

Zijn Op zoek naar samenhang en richting heeft een motto, een citaat van Jacob Cats: ,,'t Neemt toe, men weet niet hoe.'' Ja, iedereen voelt het. Op een andere manier, concreter, is het opgeschreven door Frits Bloemendaal in HP/De Tijd van 2 juli. In deze krant heeft Mark Kranenburg het gedaan. Er is geen politicoloog in het Westen die zich niet op een of andere manier heeft uitgelaten over deze vraagstukken. De essayist Bram Peper geeft in de ministerraad stem aan de tijdgeest. Omdat hij minister is, krijgt het de aandacht waarop het anders ook aanspraak had mogen hebben, maar dan was het bij de aanspraak gebleven. The medium is the message.

De stem van de tijdgeest, of die nu Dahrendorf of Peper of nog anders heet, is sterk in analyses, diagnoses maar zwak in meeslepende oplossingen – en andere dan meeslepende zijn er niet, want het gaat over de politiek, over de miljoenen. Intussen gaan de gesignaleerde ontwikkelingen verder. Zo worden diagnoses zonder oplossing deel van het probleem. Ze krijgen iets van de `zichzelf vervullende voorspelling'. Misschien heeft de minister-president daarom wel geweigerd, de tekst naar de Eerste Kamer te sturen. Daarmee is dan bewezen dat de essayist gelijk heeft, nu al, in zijn passages over de macht van de media. Zoals deze krant gisteren meldde: kijk op de site van NRC/Handelsblad, www.nrc.nl/Doc.