Elf zoekt rationele toenadering tot TotalFina

De overnamestrijd tussen de Franse oliemaatschappijen Elf en TotalFina woedt verder. Er komt één Franse oliereus, maar wie hem leidt en of de chemie erin zit, blijven open vragen. Voor het eerst zoekt Elf-topman Jaffré toenadering.

Tot nu toe had hij vooral als de vechtende verliezer te boek gestaan. Gisteren koos Philippe Jaffré voor de rede. Na een gespannen start voor de fotografen ontvouwde Elf Aquitaine's topman met klem van argumenten zijn plan voor een grote Franse oliemaatchappij én een Franse chemiereus. Hij zoekt niet meer de aanval, maar een rationele toenadering tot uitdager TotalFina.

De presentatie van de halfjaarcijfers was voor de president-directeur van wat eens het vlaggenschip was van de Franse olie-industrie geen makkelijke opgave. De cijfers waren 16 procent slechter dan in de vergelijkbare periode vorig jaar. Jaffré rekende snel af met de gedachte dat daar iets pijnlijks in school: slechts drie grote oliemaatschappijen in de wereld deden het beter, de rest ging verder onderuit in een periode van overcapaciteit en lage prijzen.

Nee, het hoofdonderwerp van Jaffré's optreden op de bovenste verdieping van het Institut du Monde Arabe aan de Seine was het vijandige bod van upstart TotalFina, ,,eigenlijk twee bedrijven, want hun fusie is nog allerminst verwerkt''. Ook overigens was de toon van Jaffré zakelijk, ruzievermijdend, maar allerminst onderdanig. Hij typeerde zijn tegenvoeter bij TotalFina, Thierry Desmarest, die gezegd heeft dat er straks maar één kapitein op het schip kan staan, minzaam als ,,een uitstekende olieman''. Op het gebied van de chemie ,,heeft hij nog veel te leren. Hij is welkom, wij hebben uitstekende mensen''.

De sneer was kennelijk met zijn mediatrainers voorbereid, want de knappe kop Jaffré herhaalde de improvisatie nog twee keer letterlijk. Het verschil in behandeling van de chemie is een pijler in zijn betoog. Bijna 60 procent van het personeel in de gecombineerde groep (130.000 mensen) zit in de chemie, maar een chemie die slechts voor 20 procent petrochemie is.

Bij Exxon, Shell of BP is de chemie voor 80 procent petrochemie. Anderzijds telt de chemie maar voor 10 procent bij de concurrentie, terwijl bij Elf/TotalFina 20 procent van de omzet uit de chemie komt. Jaffré vergeleek die activiteit dan ook meer met chemiereuzen als Dow en BASF.

Vandaar Jaffré's plan samen de vierde oliereus in de wereld te vormen, en het vijfde chemie-concern, waarin na verzelfstandiging geleidelijk het belang zou worden teruggebracht.

Alle TotalFina-verwijten dat Elf daarmee synergieën weggooit wees Jaffré radicaal en met voorbeelden van de hand. Nu al zijn allerlei installaties in de wereld gemeenschappelijk eigendom, met BASF, met Total, met andere concurrenten, en ook dat levert synergie-voordelen op, aldus Jaffré. TotalFina heeft geen plan voor de chemie, stelt de Elf-topman, al noemde hij de recente bereidheid van Thierry Desmarest om de chemie apart te organiseren ,,een begin van openheid''.

De tweede pijler onder Jaffré's toenaderings-aanval was de haastigheid van het TotalFina overnamebod. ,,Men heeft kennelijk gehoopt in de zomer even snel zaken te kunnen doen zonder dat iemand oplette. Daar is deze zaak voor de bedrijven, de werknemers en de aandeelhouders te belangrijk voor.''

Zo verdedigde Jaffré in één moeite door zijn verrassende beslissing de op handen zijnde vergadering van aandeelhouders uit te stellen tot oktober. Op die vergadering moet hij toestemming krijgen nieuwe aandelen uit te geven, nodig om TotalFina te kunnen kopen. Het uitstel werd door TotalFina uitgelegd als een teken van zwakte.

Nee, zei Jaffré, de aandeelhouders hebben nog nauwelijks tijd gehad de merites van beide voorstellen te bestuderen. ,,Als TotalFina nu ook eens met gedetailleerde cijfers van haar overnameplan komt, kan men in redelijkheid tot een beslissing komen. Niet haastig, maar wel snel.''