Een luchtreis

Het voornemen was om, op mijn fietstocht rond het IJsselmeer, de nachten door te brengen in luxueuze hotels, waar ik dan een verrukkelijke tuinkamer zou betrekken met openslaande deuren naar een park met vruchtbomen, prieeltjes en vergezichten. Maar als ik om drie uur ophield met fietsen was zo een hotel in de wijde omgeving niet te vinden. Ik leerde de echte vooroorloogse hollandse bondshotels kennen met hun bordkartonnen gangen, varkensgeuren en voortdurend gorgelend sanitair. Ik prefereerde al gauw de hooiberg of het gastenkamertje van vrienden.

Eenmaal, het was in Eibergen, had ik een knus, karig kamertje in het bakhuisje bij een boerderij, dat in twee hotelkamers was herschapen. De andere kamer werd gehuurd door een Rus die de hele nacht schroef- en trekgeluiden maakte. Hij was de volgende ochtend heel vroeg vertrokken met medenemen van alles wat in zijn kamer afschroefbaar en aftrekbaar was. ,,Wij verhuren nooit meer aan een Rus!'' ,,Dat zijn maar vooroordelen. Er zijn ook keurige Russen.'' Ergens in Rusland moet een hotelkamer zijn die net zo is ingericht als de mijne was, vol gebarsten spiegels, lekkende wastafels en krakkemikkige stoelen.

Een paar avonden later stond ik voor de IJssel, waar het veer opgeheven bleek te zijn. Regen en storm namen toe. Een vriendelijke kampeerder bood me zijn bagagetentje aan, want dat was `toch helemaal leeggestolen'. Ik ben tegen kamperen, maar noodweer breekt afkeer.

Naast mijn fiets legde ik mij neder en overdacht het nut van een tent. Een huis moet je beschermen tegen dieven – doet een tent niet. Een huis moet je beschermen tegen kou en hitte – doet een tent niet. Een huis moet je beschermen tegen zonlicht en tegen lawaai – doet een tent niet, zoals ik merkte toen een jaarclub Groningse studenten naast me kwam staan schreeuwen en schelden dat ze hun tentharingen vergeten waren.

In de vroege morgen nam de storm in kracht toe. Ik denk dat het een orkaan was geworden. De grond waar ik op lag was hard en ribbelig geweest. Ineens werd die grond zacht. Mijn tent, ontdaan van zijn haringen, had het luchtruim gekozen. Door een kiertje zag ik dat we over de IJssel zeilden, prachtig panorama. Misschien had ik toch een luchtballon moeten nemen.

Aan de andere kant van de rivier nam de orkaan in kracht af en landden fiets en ik zachtjes in een park vol vruchtbomen, prieeltjes en vergezichten. Het was inderdaad de tuin van een luxueus hotel. Ik liep door openslaande deuren een verrukkelijke tuinkamer binnen, die ik voor de helft van de prijs mocht huren, `omdat u zo'n avontuurlijke aankomst heeft gehad' en `omdat een gast gisteren alles wat los en vast zit uit de kamer heeft meegenomen'.

,,Was het een Rus?'', kon ik niet laten te vragen. ,,Wij geven nooit informatie over onze gasten'', was het keurige antwoord. Ergens in Rusland moet een hotel zijn met een luxueuse kamer vol kristallen spiegels, glanzende bidetten en heerlijke fauteuils.