Bevolking groeit naar 15,9 miljoen

De bevolking van Nederland neemt dit jaar naar verwachting met 106.000 toe. Daardoor telt het land op 1 januari 2000 bijna 15,9 miljoen inwoners, ruim drie keer zoveel als begin deze eeuw (1900: 5,1 miljoen inwoners).

Dit heeft het Centraal Bureau voor de Statistiek vandaag bekend gemaakt. De bevolkingsgroei is dit jaar even groot als in 1998. Het CBS verwacht dat het inwonertal in de eerste decennia van de volgende eeuw blijft groeien, vooral door immigratie, maar het groeitempo neemt wel af. Het kindertal daalt doordat meer (autochtone) vrouwen kinderloos blijven of nog maar één kind krijgen. Het aantal huishoudens stijgt de komende jaren nog fors. Eind jaren veertig waren dat er 2,5 miljoen, dit jaar zijn het er 6,8 miljoen en in 2035 zal met 8,3 miljoen huishoudens de top zijn bereikt.

De huidige groei van de bevolking, door het CBS `fors' genoemd, nadert weer het niveau van begin jaren negentig. In de jaren '94-'97 was de toename gemiddeld 78.000. Maar de huidige groei met 106.000 is toch nog aanzienlijk lager dan in de jaren vijftig en zestig toen het aantal inwoners jaarlijks met zo'n 150.000 toenam, vooral door het hoge aantal geboorten.

De huidige groei van de bevolking wordt in belangrijke mate veroorzaakt door het migratieoverschot. Nederland telt dit jaar zo'n 121.000 immigranten, dat is 62.000 meer dan het aantal emigranten (59.000). Het aantal immigranten uit de Antillen en Aruba is gestegen tot 42.000 in 1999 (in 1990: 35.000). De immigratie uit Marokko, Suriname en Turkije neemt af: van 25.000 in 1990 tot 13.000 in 1999. Landen als Afghanistan, Irak en Iran, waar veel asielzoekers vandaan komen, leveren dit jaar ook veel immigranten.

De bevolking van de vier grote steden is in de jaren negentig weinig gegroeid. De samenstelling van de bevolking ervan is wel veranderd. Het CBS signaleert een forse `verontwestering': sinds 1992 zijn 112.000 autochtonen uit deze steden vertrokken, vooral naar omringende gemeenten. Het aantal allochtonen steeg in die periode met 117.000 tot 558.000. In de vier steden vormen de allochtonen 28 procent van de bevolking, voor Nederland als geheel is dat percentage 9.