Vier dagen bidden en peinzen onder het puin

De Turkse boekhouder Yuksel Er lag meer dan vier dagen begraven onder het puin van zijn flat. Hij was zaterdag een van de laatsten die nog levend uit de brokstukken van de zware aardbeving van begin vorige week werden gehaald.

Vorige week dinsdag, even na 3 uur 's nachts, slofte de veertigjarige boekhouder Yuksel Er uit zijn slaapkamer naar de badkamer om daar het licht uit te doen. Er, die de volgende ochtend vroeg de pont moest halen, had moeite om in slaap te komen.

Toen sloeg het noodlot toe. Zijn flat stortte in, en de volgende 97 uur en 33 minuten – meer dan vier dagen – bestond Ers wereld uit de zware deur die dwars over zijn lichaam lag, 25 cm boven zijn borst, de ladekast achter zijn rechteroor en de twee kleine leunstoelen achter zijn linker, de geuren van de zeepcollectie van zijn vrouw, de verschroeiende dorst, waardoor zijn keel als leer werd en zijn lippen sprongen, en een paar uur lang een vlieg, die onzichtbaar om zijn hoofd zoemde en hem bijna gek maakte.

De zware aardbeving die het noordwesten van Turkije vermorzelde, had Er begraven in het puin van zijn woning, waarin hij dag en nacht op zijn rug lag in een aardedonkere ruimte niet groter dan een doodskist. Hij kon zich niet omdraaien, hij kon niet overeind komen. Hij had geen eten of drinken. Hij fantaseerde over frisdrank, maar had alleen zijn eigen urine om zijn lippen mee te bevochtigen.

97 uur en 33 minuten lang deed Er niets dan peinzen en denken en bidden. En toen werden zijn gebeden verhoord. Zaterdag, tegen het aanbreken van de dag, werd hij door een Turkse reddingsploeg van onder viereneenhalve meter puin gehaald.

Er, die woont in Yalova, even ten zuiden van Istanbul op de oostelijke oever van de Zee van Marmara, was een van de laatste overlevenden die werden gered uit de puinhopen van een van de vernietigendste aardbevingen uit de Turkse geschiedenis. Volgens deskundigen kunnen mensen die opgesloten zitten ongeveer vier dagen overleven, misschien iets langer, maar alleen als ze ongedeerd zijn en psychisch sterk. Daarna bezwijken ze meestal aan uitdroging.

Boekhouder Er had een paar dingen mee. Hij is ongeveer 1,88 m lang, weegt zo'n 90 kilo en is nogal gespierd. Hij doet altijd alles te voet. Hij is kalm, niet gauw van zijn stuk gebracht, en gedisciplineerd, hij eet matig en vast ieder jaar tijdens de Ramadan, de heilige maand van de moslims. Zijn mentale instelling lijkt hem een rustig zelfvertrouwen te verlenen.

,,Ik heb nooit gedacht dat ik niet gevonden zou worden'', zei hij zondag in zijn ziekenhuisbed in Bursa. Eerst had hij niet geweten wat hem overkomen was. Hij kwam net uit de badkamer toen de aardbeving toesloeg, met een oorverdovend geraas dat driekwart minuut aanhield. ,,Het was vreselijk'', zegt hij. ,,Het leek wel een science-fictionfilm, waarin een vuurbol op je afraast en je deur openramt. Ik zag het duidelijk door het raam van de kamer van mijn zoontje komen, het zag eruit als een rode vuurbol.''

De voordeur van Ers flat op de tweede verdieping vloog uit zijn hengsels; daar greep hij naar toen het gebouw van zes verdiepingen instortte. Hij viel, wentelde rond, ,,als in een wervelstorm, ongelooflijk snel'', en kwam neer op de tegelvloer, terwijl de deur en zijn meubels hem beschermden tegen de balken en het puin die op hem neerstortten. Wonder boven wonder was hij ongedeerd, op de gescheurde nagel van zijn linkerwijsvinger na.

Verzwolgen in duisternis en stilte meende Er stellig dat de dag des oordeels was gekomen. Maar een paar uur later, toen de ochtend aanbrak, kon hij zwaar materieel horen manoeuvreren door de straten rond de overblijfselen van zijn flat. Toen Er dat hoorde, begreep hij dat het einde van de wereld nog niet gekomen was.

Die dag probeerde hij door fluiten en op de muur te bonken de aandacht te trekken. Machteloos lag hij te schreeuwen. Op een zeker moment meende hij de wind te voelen langsstrijken, tot hij zich met een schok realiseerde dat het zijn eigen adem was. De dagen verstreken, en hij hield zich rustig om zijn krachten te sparen.

Dankzij de gebedsoproepen van de muezzin van een naburige moskee kon hij volgen hoe de tijd verstreek. Toen het straatrumoer zwakker werd en zijn crypte koeler, begreep Er dat het nacht moest zijn en ging hij slapen. Toen het erg warm werd, wist hij dat het middag was.

Nadat er een volle dag verstreken was, begonnen zijn benen en heupen te slapen. Maar hij kon zijn armen bewegen, en door een metalen pijp boven zich te grijpen kon hij zich een paar centimeter optrekken, genoeg om de bloedsomloop in zijn ledematen te herstellen.

Hij dacht aan zijn laatste maaltijd van maandag, toen hij okra en yoghurt had gegeten. Zijn honger bereikte een hoogtepunt en werd toen weer minder, nadat hij even had overwogen om zijn tanden in de zeep van zijn vrouw te zetten. Hij dacht spijtig aan de uitbrander die hij Eser, zijn 13-jarige zoon, had gegeven, omdat die de avond voor de aardbeving zes uur lang de computer bezet had gehouden om in het Engels met vriendjes in het buitenland te chatten.

De vierde dag raakte hij geobsedeerd door de gedachte aan de vlieg die rond zijn hoofd had gezoemd. Toen, zaterdag tegen 1 uur 's ochtends, hoorde hij dat er gegraven werd; het klonk ineens dichterbij dan eerst. ,,Is daar iemand?'' vroeg een stem. Het was zijn neef. Toen Er antwoordde, holde zijn neef weg om hulp te halen. Hij kwam terug met Ers zoon, die een dag na de aardbeving uit het puin was gehaald. ,,Hij zei: `Pap, ik zal je nooit meer kwaad maken'. Ik zei tegen hem dat het niet uitmaakte, want als ik eenmaal uit het puin was, zou alles anders zijn.''

Een paar minuten later arriveerde de reddingsploeg. Een half uur, dan hadden ze hem eruit, riep de leider. Het kostte drieëneenhalf uur om Er moeizaam door nauwe openingen met scherpe randen over glasscherven en andere rommel naar buiten te trekken. Daardoor kwamen zijn benen vol schrammen en sneden.

Toen hij om 4.35 in de ochtend met zijn hoofd vooruit te voorschijn kroop, stonden er honderden mensen te wachten. Toen ze zagen dat hij kon lopen, steeg er een gejuich op. ,,Het eerste wat ik wilde was naar de zee rennen en me eens goed wassen – zwemmen en tegelijk enorm drinken'', zei Er. ,,Ik had een moord kunnen doen voor één druppel water.''

De volgende dag was de vreugde over zijn redding getemperd. Dat zijn vrouw en zijn dochter dood waren, had hij vernomen op zaterdagavond, toen hij op tv een interview met zijn zoon zag. ,,Ik ben mijn moeder kwijt, maar ik heb tenminste mijn vader nog'', zei die.

,,Ik begin aan een nieuw leven'', zei Er in het ziekenhuis, omringd door familie en vrienden. ,,Ik ga eruit halen wat erin zit. Ik wil een gelukkig leven verdienen met de mensen van wie ik hou'', zei hij, en hij barstte in tranen uit.

(Copyright LAT/WP)