Turkse minister in opspraak over afwijzing hulp

In Turkije is grote ophef ontstaan over uitspraken van de minister van Volksgezondheid, Osman Durmus. De minister zou internationale reddingsteams uit onder andere de Verenigde Staten hebben laten weten dat Turkije geen hulp nodig heeft omdat het land de crisis als gevolg van de aardbeving zelf gemakkelijk zou aankunnen. Ook zou Durmus, lid van de extreem-nationalistische MHP, binnen de regering een leidende rol hebben gespeeld bij de beslissing om hulp uit Armenië te weigeren. Armenië heeft al jarenlang een conflict met het – Turkssprekende – Azerbajdzjan over de enclave Nagorny-Karabach. Ankara kiest in het conflict de zijde van Azerbajdzjan. De grens tussen Turkije en Armenië is al langere tijd gesloten.

Op een persconferentie probeerde Durmus zich te verdedigen tegen de wassende stroom van kritiek. Volgens de minister zijn zijn woorden verkeerd begrepen. Hij voegde daaraan toe dat ieder mens, dus ook hij, fouten kan maken. Volgens de minister heeft hij zelf ooit nauw samengewerkt met het VN-kinderfonds UNICEF en weet hij dus beter dan wie ook wat voor goed werk internationale organisaties kunnen verrichten.

Inmiddels is er in Turkije een campagne begonnen om Durmus van zijn taak te ontheffen. ,,Het is genoeg, houd je kop en smeer hem'', schrijft de krant Radikal. Via een speciaal faxnummer en email-adres kunnen ontevredenen laten weten dat het tijd wordt voor de minister om zijn biezen te pakken. In het rampgebied worden er, zo melden Turkse kranten, handtekeningen verzameld tegen Durmus.

Op een partijbijeenkomst van zijn centrum-rechtse ANAP-partij heeft de minister van Toerisme, Erkan Mumcu, het optreden van de staat na de aardbeving gekritiseerd. Volgens Mumcu heeft de aardbeving ,,niet de mensen of de steden verwoest, maar het politieke systeem''. Volgens de minister zijn er wel degelijk goede richtlijnen om aardbevingsbestendige steden te bouwen, maar wordt er simpelweg geen toezicht op gehouden. Ook zouden politici zoveel beloften doen over de bouw van huizen dat deze alleen vervuld kunnen worden door onveilig te gaan bouwen. Zo mag er in Adapazari niet hoger dan twee of drie verdiepingen worden gebouwd maar daar werd – met kennis en toestemming van de politici – de hand mee gelicht. Elke dag zijn er nieuwe voorbeelden van hoe de Turkse administratieve machinerie tekort schiet.

Zo kreeg een aantal Belgische hulpverleners op het vliegveld van Izmir te horen dat zij invoerrechten moesten betalen over de hulpgoederen die zij met zich mee brachten, omdat de Belgen vrijwilligers waren en dus geen officiële band met de Turkse overheid onderhielden. In de Turkse pers wordt ook veel kritiek geleverd op het feit dat de grote tenten van de deelgemeenten van Istanbul, die normaal worden gebruikt voor feestmalen na zonsondergang bij de vastenmaand Ramadan, nog steeds op de plank liggen en niet naar het rampgebied zijn gestuurd.

Het Turkse parlement heeft gisteren besloten om een onderzoekscommissie in te stellen om na te gaan waarom zoveel mensen hun leven bij de aardbeving van vorige week hebben verloren. De commissie zou reeds op korte termijn met een eindverslag moeten komen. Het officiële dodencijfer is vandaag opgelopen tot boven de 14.000.

Volgens een aantal bronnen heeft een groep radicale moslim-fundamentalisten een bezoek gebracht aan het rampgebied. Zij zouden pamfletten hebben rondgedeeld waarin zij stelden dat God geen andere keuze had dan de aardbeving naar Turkije te sturen omdat de gemiddelde Turk niet leeft volgens de geboden van de islam. Een aantal slachtoffers van de beving werd door de actie zo boos dat zij, aldus de ooggetuigen, de fundamentalisten ter plekke in elkaar wilden slaan. Uiteindelijk werden de fundamentalisten opgepakt en afgevoerd door de politie.

Het zoeken naar overlevenden van de aardbeving is nu vrijwel overal in het rampgebied gestaakt. Steeds meer internationale reddingsteams maken zich op om Turkije te verlaten. De tijd dat mensen onder puin kunnen overleven, is al lang verstreken maar gisteren werden er alsnog een vrouw van 54 en een jongetje van 4 onder de ruines vandaan gehaald. Het jongetje in de stad Cinarcik vertelde zijn oom na de redding dat hij in de nacht van de ramp niet kon slapen en daarom maar met zijn vrachtwagentje was gaan spelen. ,,Opeens viel ik'', aldus Ismail. Algemeen wordt ervan uitgegaan dat zulke miraculeuze reddingen vanaf nu niet meer zullen voorkomen.

De Turkse autoriteiten hebben bij de Verenigde Naties 45.000 plastic zakken besteld voor de stoffelijke resten van de slachtoffers. Op veel plaatse worden de doden begraven in massagraven. Als markeringen dienen bordjes met daarop teksten als `30 volwassenen, 1 kind'. Voordat de doden worden geborgen, nemen de autoriteiten foto's van de stoffelijke resten zodat nabestaanden later de mogelijkheid zullen hebben om na te gaan waar hun dierbaren liggen.

Grote delen van het rampgebied werden gisteren getroffen door zware regenval. De parken waar de circa 100.000 tot 200.000 daklozen de nacht moesten doorbrengen, veranderden daardoor in enorme modderpoelen. Een aantal daklozen moest lijkzakken gebruiken om zich tegen de regen te beschermen. Ook voor de komende dagen wordt er slecht weer voor het rampgebied voorspeld. Door de regen is op veel plaatsen brood en medicijnen voor de daklozen onbruikbaar geworden, omdat de spullen niet afdoende tegen het water werden beschermd. Experts maken zich nog steeds grote zorgen over het gevaar van de uitbraak van epidemieën. Veel daklozen wassen en ontlasten zich juist naast de plaats waar zij overnachten. Door de regenval krijgen allerlei ziektekiemen de kans om zich te verspreiden, zo vrezen experts.

De gouverneur van Izmit heeft gisteren op televisie de mensen van `veilige' huizen opgeroepen om terug te keren naar hun woonstee. ,,Er zit een praktische kant aan'', aldus de gouverneur. ,,Ik heb me laten vertellen dat in een buurt 4.800 appartementen in goede toestand zijn. Als die mensen terug gaan, hebben we weer 4.800 tenten om anderen te helpen''.